De Help Desk punt NL
Kennisbank
De Helpdesk > De Helpdesk > Kennisbank

Alle ICT en IT afkortingen

Oplossing

Lijst met afkortingen ICT

  • A/UX = Apple Unix, besturingssysteem van Apple; zie PCM sep 90
  • A/V, AMD/V = Virtualisatietechniek van AMD; maakt het mogelijk meerdere besturingssystemen op meer virtuele processors in één fysiek systeem te draaien; zie PCM dec 07; zie ook VT
  • A20 = adreslijn op 80x86 processor die toegang biedt tot HMA; zie ook Gate, A20
  • A2DP = Advanced Audio Distribution Profile; standaard voor hoogwaardig stereogeluid; b.v. nodig bij mp3-speler om stero-muziek te kunnen horen op bluetooth headset; zie AG jan 06; zie ook Bluetooth
  • A4 = processor in iPad; zie http://www.apple.com/
  • A5 = processor in iPad 2; zie http://www.apple.com/
  • AA = Auto Answer, indicator op modem wanneer deze is ingeschakeld om oproepen te beantwoorden
  • AA = Anti Aliasing, Antialiasing, Anti-aliasing; hoekige randjes bij afbeeldingen en lettertypes gladder maken m.b.v. tussenkleuren; zie ook FSAA
  • AAA = authentication, authorization, and accounting; zie http://www.cisco.com
  • AAC = Advanced Audio Coding; compressieformaat voor audio; gebaseerd op MPEG-4; zie http://www.aac-audio.com/
  • AAFS = Activate Arabic Form Shaping; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • AAL = ATM Adaption Layer, sublaag van de data link layer, bestaat zelf ook weer uit sublagen: CS en SAR, vier typen: AAL1, AAL2, AAL3/4, AAL5; zie http://www.cisco.com; zie ookATM, CS, SAR
  • AAL1 = ATM Adaption Layer, voor connection-oriented, delay-sensitive services requiring constant bit rates, such as uncompressed video and other isochronous traffic; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • AAL2 = ATM Adaption Layer, voor connection-oriented services that support a variable bit rate, such as some isochronous video and voice traffic; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • AAL3/4 = ATM Adaption Layer, supports both connectionless and connection-oriented links, but is primarily used for the transmission of SMDS packets over ATM networks; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • AAL5 = ATM Adaption Layer, voor connection-oriented VBR services, used predominantly for the transfer of classical IP over ATM and LANE traffic, formerly: AAL 3/4; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • AARP = AppleTalk Address Resolution Protocol, protocol van apple voor dynamische toewijzing op een netwerk; zie http://www.apple.com
  • AAV = Accountholder Authentication Value; binds the accountholder to a particular merchant, 32 character code; zie http://www.mastercardintl.com/newtechnology/ecommercesecurity/spa/; zie ook UCAF
  • ABAC = Attribute-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • ABE = Application Bounderies Enforcer
  • ABI = application binary interface, definieert de interface tussen hardware en het besturingssysteem
  • ABIOS = Advanced BIOS, term van IBM voor BIOS voor OS/2, gebruikt in PS/2
  • ABM = Asynchronous Balanced Mode, HDLC communication mode supporting peer-oriented, point-to-point communications between two stations; zie http://www.cisco.com; zie ookHDLC
  • ABR = Available Bit Rate, QoS class for ATM networks, used for connections that do not require timing relationships between source and destination; zie http://www.cisco.com; zie ookATM
  • ABR = Area Border Router, router located on the border of one or more OSPF areas that connects those areas to the backbone network; zie http://www.cisco.com; zie ook Router
  • AC3 = ?; gelijk aan Dolby Digital; codering voor 6 geluidskanalen; zie ook DD
  • AC97 = The AC97 (Audio Codec 1997) specification defines a high quality audio architecture which should advance the migration to digital audio while maintaining support for analog interconnects for backward compatibility; zie http://www.intel.com
  • ACD = Automatic Call Distribution, device or service that automatically reroutes telephony calls to customers in geographically distributed locations ; zie http://www.cisco.com
  • ACF = Application Configuration File, one of two files that define the interface for a distributed application Th other is the IDL file), configures your application for a particular operating environment; zie http://www.microsoft.com; zie ook IDL
  • ACF/NCP = Advanced Communications Function/Network Control Program, resides in the communications controller and interfaces with the SNA access method in the host processor to control network communications; zie http://www.cisco.com
  • ACGI = Asynchronous CGI; uses threading; zie MacTech sep 95
  • ACI = Automatic Channel Installation, functie om op een snelle manier, automatisch de televisiezenders te installeren in de volgorde van het mozaïekscherm van de kabelexploitant..; zie http://www.panasonic.nl/Glossario_Main.asp
  • ACK = Acknowledge, signaal bij succes bij datacommunicatie; zie ook NAK
  • ACL = Appletalk Class Library, een verzameling van objecten voor b.v. het initialiseren van AppleTalk etc.; zie MacTech feb 95
  • ACL = Access Control Lists; toegangsbeheer bij MacOSX
  • ACP = Absolute Coordinate Plane, bitmap van het beeldscherm waarbij elk punt overeenkomt met een pixel op het beeldscherm, zoals monochroom VGA; zie PC Techniques jun 93; zie ookWCP
  • ACPI = Advanced Configuration and Power Integration, power management voor Windows 2000; zie PC Advisor feb 99, PCM sep 99; zie ook www.teleport.com, APM
  • ACR = Allowed Cell Rate, parameter for ATM traffic management; zie http://www.cisco.com; zie ook ATM
  • Acrobat = systeem voor platform-onafhankelijke bestandsuitwisseling, werkt met PDF; zie PC+ okt 93; zie ook PDF
  • ACSE = Association Control Service Element, OSI convention used to establish, maintain, or terminate a connection between two applications; zie http://www.cisco.com
  • Actionscript = Macromedia-variant van Javascript, gebaseerd op ECMAScript 4; zie http://www.macromedia.com/; zie ook Ecmascript
  • Active Document = smart document, document is combinatie van data en programma; zie CGW mei 91
  • Active-X (ook ActiveX) = technology voor compacte programmamodules die eenvoudig verspreid en in een applicatie gebruikt kunnen worden; zie http://www.microsoft.com
  • AD = Active Directory, database met objecten van een systeem, in een directorystructuur, tbv beheer van een systeem; zie PCM okt 99
  • ADA = Automatic Data Acquisitions; zie http://www.acronyms.ch
  • Ada = programmeertaal, genoemd naar de eerste vrouwelijke programmeur; gestructureerd; zie http://4umi.com/web/glossarium.htm
  • Adapter = schakeling die signalen omzet naar andere spanning, vorm, frequentie, formaat
  • ADB = Apple Desktop Bus, seriële verbinding van Apple voor muis, toetsenbord
  • ADC = Analoog/Digitaal Converter
  • ADC = Apple Display Connector, combineert video, USB en voedingkabel; zie MacFan mrt 01
  • ADC = Advanced DC; protocol voor uitwisseling bestanden via internet; zie PCM mrt 07; zie ook DC, ADCS
  • ADCCP = Advanced Data Communications Control Protocol, ANSI standard bit-oriented data link control protocol; zie http://www.cisco.com
  • ADCS = Secure ADC; protocol voor uitwisseling bestanden via internet; zie http://dcplusplus.sourceforge.net/ADC.html; zie ook DC, ADCS
  • ADD = Apple Data Detectors, techniek van Apple voor koppelen van bestanden aan toepassingen; zie http://www.apple.com
  • ADF = Automatic Document Feeder, automatische documentdoorvoer op printer, fax en scanner; zie PCM feb 00
  • ADO = ActiveX Data Objects, technology van Microsoft om op uniforme wijze databronnen te benaderen; zie http://www.microsoft.com
  • ADOX = ADO Extensions for Data Definition Language and Security ; zie http://www.microsoft.com
  • ADPCM = Adaptive Differential Pulse Code Modulation, opslagformaat voor audio, o.a. gebruikt in MiniDisc; zie http://www.sony.jp
  • ADS = Alternate Data Stream, techniek bij NTFS om meta-info in bestanden op te slaan; zie PC Pro jan 05
  • ADSI = Active Directory Services Interface; zie MSDN mei 00
  • ADSL = Asynchronous Digital Subscriber Line, techniek voor hoge snelheid datatransmissie over gewone telefoonkabel (8 Mbps); zie Windows Sources apr 98; zie ook www.adsl.nl
  • ADSL 2 = snellere versie van ADSL; zie Pc Pro jan 03 ; zie ook ADSL
  • ADSL 2+ = snellere versie van ADSL, downloadsnelheid 10 tot 15 MBit/s; zie PCM feb 07; zie ook ADSL, VDSL
  • ADSL lite = standaard voor hoge snelheid datatransmissie over gewone telefoonkabel (1,5 Mbps), gebaseerd op ADSL; zie ADSL
  • Adsl2 = opvolger van Adsl; snelheid tot 12 Mbit/s, afstand tot 2,5 km van centrale, verbruikt minder energie; zie PCM sep 04; zie ook Adsl
  • Adsl2+ = verbeterde Adsl2; snelheid tot 24 Mbit/s; zie PCM sep 04; zie ook Adsl2
  • ADSP = AppleTalk Data Stream Protocol; zie Byte jul 89
  • ADSU = ATM DSU, terminal adapter used to access an ATM network via an HSSI-compatible device; zie http://www.cisco.com; zie ook DSU
  • ADT = Abstract Data Type, user defined databaseveld, vergelijkbaar met structure; zie http://www.borland.com
  • Adware = software die advertenties toont; zie ook malware
  • AE = AppleEvent; zie http://www.apple.com
  • AEC = Adaptive Error Compensation
  • AEC/CAD = Architectural, Engineering, and Construction CAD; zie CGW mei 91
  • AEOM = AppleEvent Object Model; zie MacTech jun 95
  • Aero = grafische interface van Vista, zorgt voor 3D-effecten; zie PCM apr 06
  • AES = Advanced Encryption Standard, ook bekend als Rijndael-algoritme, voor versleuten van b.v. zip-bestanden, wordt ook gebruikt bij WPA2; zie PCM jul 03; zie ook Rijndael
  • AF = Anisotropische Filtering; regelt de verschillen tussen scherp en onscherp bij afbeeldingen; zie PCM dec 05
  • AFC (ook genoemd: pixie dust) = antiferromagnetically-coupled medium, techniek van IBM voor hogere schrijfdichtheid van harddisks; zie PCM jul 01, http://www.storage.ibm.com/
  • AFD = Advanced Formating Device, techniek om beeld aan te passen aan het fysieke formaat van het beeldscherm; zie PC Pro apr 00
  • AFI = Authority and Format Identifier, portion of an NSAP-format ATM address that identifies the type and format of the IDI portion of an ATM address; zie http://www.cisco.com
  • AFLT = Advanced Forward Link Trilateration
  • AFP = AppleTalk Filing Protocol, zorgt ervoor dat bestanden gedeeld kunnen worden door meer gebruikers op een AppleTalk-netwerk, ziie www.apple.com
  • AFP = Advanced Functions Presentations, architectuur van IBM voor uitgeefsystemen; zie PC+ mei 95
  • AFR = Alternate Frame Rendering, techniek om twee grafische kaarten in tandem te zetten, flikkerend beeld; zie PCM apr 00; zie ook SLI, PGC
  • Agent = programma dat gegevens zoekt/verzamelt op een netwerk
  • Agile = methode om software in versies te ontwikkelen, waarbij gebruikers feedback kunnen geven op elke versie; zie Computable mei 09
  • AGP = Accelerated Graphics Port, specifiek datakanaal voor grafische informatie, vier keer sneller dan PCI; zie PC+ mei 96, PCM apr 97, PCM jan 98, PCM nov 99
  • AGP-Pro = AGP met extra connectoren voor voedingssignalen; zie PCM mei 00
  • AGP2X = AGP met 2x bussnelheid
  • AGP4X = AGP met 4x bussnelheid (zoals oorspronkelijk bedoeld)
  • AGPS = Assisted GPS; combinatie van GPS en Cell-ID samen; zie PCM feb 07; zie ook GPS
  • AGU = Address Generation Unit, unit in Pentium 4, vormt brug tussen het level 1 data-cache en het register file; zie PCM nov 00
  • AH = Authentication Header; protocol voor packet level authentication; wordt gebruikt in IPsec; zie DDJ jun 03; zie ook IPSec
  • AHA = Accelerated Hub Architecture, techniek voor Front Side Bus van Intel, 133 MHz; zie PCM nov 99; zie ook MCH, ICH, FWH
  • AI = Artificial Intelligence, verzamelnaam voor intelligente software
  • AIC = Application Integration Components, ook: pipeline components, custom COM applications; zie MSDN mei 00
  • AIF = Auto Increment Field, databaseveld dat automatisch de waarde ophoogt bij elk nieuw record; zie PC techniques aug 93
  • AIFF = Audio Interchange File Format, opslagformaat van Apple voor audio; zie http://www.apple.com
  • AIFF = Audio Interchange File Format, opslagformaat van Apple voor audio; niet gecomprimeerd
  • AIM = AOL Instant Messenger, chat-systeem van Americ OnLine
  • AIMM = AGP Inline Memory Module, uitbreidingskaartje voor AGP-slot, dat alleen geheugen toevoegt aan de videokaart, vervangen door GPA; zie PCM dec 00
  • AIO = Asynchronous Input/Output.; zie http://www.cisco.com
  • AIO = All In One; aanduiding voor combinatie printer + scanner + copier (+ fax)
  • AIR = Adobe Integrated Runtime; ontwikkelomgeving voor cross-platform stand-alone RIA-toepassingen; voorheen Apollo; werkt met ActionScript; zie http://www.adobe.com
  • AirPort = Apple's implementatie van WiFi; zie ook WiFi
  • AIT = Advanced Intelligent Tape, a magnetic tape and drive system used for computer data storage and archiving; zie http://www.hp.com/
  • AIX = besturingssysteem van IBM
  • AJAX = Asynchronous JavaScript Technology And XML; methode waarbij de AJAX-engine op de client draait en user-interactie afhandelt en XML met server uitwisselt; voorbeeld: Google Suggest en Google Maps; zie http://java.sun.com/; zie ook RIA
  • ALE = Apple Lossless; compressieformaat voor audiobestanden; zie PCM apr 05; zie ook AIFF
  • ALGOL = Algorithmic Language, programmeertaal
  • Algoritme = een set regels in een bepaalde volgorde om een probleem op te lossen
  • Alias = snelkoppeling, automatische verwijzing naar een bestand
  • Alpha = processor van DEC, 64 bits, RISC; zie PC+ nov 92
  • Alpha blending = technique for reproducing curved surfaces under different lightning conditions; zie PC Plus okt 99
  • Alpha channel = resterende 8 bits van 32 bits grafische kaart worden gebruikt voor besturing van de 24-bits kleurenpixel
  • ALSA = Advanced Linux Sound Architecture
  • ALU = Arithmetic Logical Unit, chip voor standaard rekenkundige bewerkingen; zie Byte feb 85
  • Always On ISDN; zie PCM okt 00; zie ook AODI
  • AM2 = Socket voor AMD processor; met DDR2 ondersteuning; zie PCM aug 06
  • AM2+ = Socket voor AMD processor; compatibel met AM2; zie PCM jan 08
  • Ambernet Automatisering; zie https://ambernet.nl
  • AMF = Action Message Format; a binary format for exchanging data; benefits are speed and packet size (smaller than XML or SOAP packet); zie http://www.adobe.com/
  • Amoeba = besturingssysteem, houdt gedistribueerd systeem aanschouwelijk (komt pas tot z'n recht bij veel processoren); zie pc+ dec 93
  • AMP = asymmetric multiprocessing; zie MacTech mrt 96
  • AMPS = Advances Mobile Phone Service, standaard voor analoge mobiele telefonie in de Verenigde Staten
  • AMR = Audio Modem Riser, interfacekaart tussen moederbord en telefoonaansluiting; zie PCM nov 99
  • AMR-poort = connector op moederbord waarop AMR-interfacekaart wordt aangesloten; zie PCM nov 99; zie ook AMR
  • AMU = Address Management Unit, schakeling die logische geheugenadressen omzet naar fysieke adressen
  • Analoog = techniek waarbij de signaalsterkte gelijk opgaat met het bronsignaal, in tegenstelling tot digitaal
  • Andes = Architecture with Non-sequential Dynamic Execution Scheduling, systeemontwerp voor R10000; zie PCM jan 95
  • Anisotropic filtering = manier bij grafische kaart om textures scherper en duidelijker op het scherm weer te geven; zie PCM mrt 04
  • ANSI = American National Standards Institute, verantwoordelijk voor het vastleggen van standaarden in de Verenigde Staten; zie http://www.ansi.org/
  • ANSI X = Amerikaanse standaard voor formaat voor EDI (huidige versie is X12); zie PC+ sep 92
  • AOC-D = Advice Of Charge During Call, bij telecom; zie http://www.versatel.com
  • AOC-E = Advice Of Charge at End of Call, bij telecom; zie http://www.versatel.com
  • AOC-S = Advice Of Charge At Start of Call, bij telecom; zie http://www.versatel.com
  • AOCE = Apple Open Collaboration Environment, an architecture for mail, messages, catalogs, authentication and digital signature services., also defines MASMs, maakt mac geschikt voor werkgroepen; zie MacTech feb 94
  • AODI = Always On/Dynamic ISDN, standaard om het langzame D-kanaal van ISDN te gebruiken zonder expliciet verbinding te maken; zie Windows Sources apr 98; zie ook ISDN
  • AP = Access Point, a hardware device, or software used in conjunction with a computer, that serves as a communications "hub" for wireless clients and provides a connection to a wired LAN; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp
  • APE = muziekformaat (audiocodec); loseless compression; zie MacWorld jun 04
  • API = Application Programming Interface, set functies voor het gebruik van een programmabibliotheek
  • APM = Advanced Power Management, slim beheer van voedingsspanningen; inmiddels opgevolgd door ACPI; zie ook ACPI
  • APNG = Animated Portbale Network Graphic; zie http://www.mozilla.com/; zie ook PNG
  • APON = ATM Passive Optical Network: a passive optical network running ATM; zie http://www.adsl.com
  • APP = Asynchronous Pluggable Protocal ; zie http://groups.yahoo.com/group/delphi-webbrowser/
  • APPC = Advanced Program-to-Program Communications, protocol vor onderlinge communicatie tussen programma's op een netwerk, onderdeel van SNA; zie ook LU6
  • AppleBus = netwerksysteem van Apple, voorloper van AppleTalk; zie Byte feb 85
  • Applet = programma die wordt uitgevoerd vanuit een ander programma; zie DDJ nov 95, PC Advisor feb 99
  • Applicatie = programma of pakket van programma's voor een bepaalde taak
  • APPN = Advanced Peer-to-Peer Networking, enhancement to the original IBM SNA architecture, handles session establishment between peer nodes, dynamic transparent route calculation, and traffic prioritization for APPC traffic; zie http://www.cisco.com; zie ook APPC
  • Aqua = visuele interface van MacOS X; zie MacFan mei 01; zie ook Darwin
  • ARAP = AppleTalk Remote Access Protocol, protocol van Apple voor inbellen op een AppleTalk netwerk; zie http://www.apple.com
  • Archie = zoeksysteem op internet, zoekt bestandsnamen; zie emnet 1 94
  • ARCnet = netwerksysteem van Datapoint, op basis van token ring; zie http://www.datapoint.com/
  • ARD = Apple Remote Desktop; zie http://www.apple.com/
  • Areal density = this is how densely the data is packed onto a harddisk, measured in .dit is hoe dicht de data is samengepakt op een harddisk, uitgedrukt in gigabyte per vierkante inch; zie Pc Pro mrt 01
  • Argo = optische chip van ThreeFive Photonics; zie volkskrant sep 01
  • ARM = Asynchronous Response Mode, HDLC communication mode involving one primary station and at least one secondary station, where either the primary or one of the secondary stations can initiate transmissions; zie http://www.cisco.com
  • ARP = Address Resolution Protocol, Internet protocol om internetadressen te vertalen in fysieke adressen (hardware) op een lokaal netwerk; zie http://www3.org
  • Arpanet = Advanced Research Projects Agency Network, voorloper van internet, sinds 1969; zie PCM jul 87
  • ARPC = Asynchrone Remote Procedure Call, methode bij replicatie; zie DB/M sep 94
  • ARQ = Automatic Repeat Request, communication technique in which the receiving device detects errors and requests retransmissions; zie http://www.cisco.com
  • ASAM = ATM Subscriber Access Multiplexer, telephone central office multiplexer that supports SDL ports over a wide range of network interfaces, this device is similar to a DSLAM ; zie http://www.cisco.com; zie ook DSLAM
  • ASB = Advanced System Buffering, verbeterde koppeling cache met geheugen in Intel's Coppermine; zie PC Plus jan 00
  • ASBR = Autonomous System Boundary Router, ABR located between an OSPF autonomous system and a non-OSPF network.; zie http://www.cisco.com; zie ook ABR
  • ASC = Apple Sound Chip, schakeling van Apple voor stereo audio in Macintosh II computers
  • ASCII = American Standard Code for Information Interchange, standaard voor de representatie van letters, cijfers, leestekens, etc., 7-bits, dus accenttekens vallen hierbuiten; zie ook EBCDIC
  • ASF = Advanced Systems Format, techniek voor compressie van video; zie http://www.microsoft.com/asf
  • ASF = Auto Sheet Feeder, doorvoerapparaat op scanners en faxen
  • ASIC = Application-Specific Integrated Circuit, chip voor speciale doeleinden, b.v. video-bewerking; zie http://www.goldenram.com
  • ASIP = AppleShare IP; zie MacFan jul 00
  • ASN.1 = Abstract Syntax Notation, binair formaat voor de uitwisseling van data tussen verschillende computersystemen, ISO 8824; zie DDJ maa 93
  • ASP = AppleTalk Session Protocol; zie Byte jul 89
  • ASP = Active Server Pages, programmeertaal van Microsoft voor internetpagina's, vervangen door ASP+; zie http://www.microsoft.com; zie ook JSP
  • ASP = Application Service Provider, biedt diensten in de vorm van applicaties aan; zie PCM apr 00; zie ook www.mySAP.com
  • ASP = Auxiliary Signal Path, link between TransPaths that allows them to exchange signaling information that is incompatible with the PSTN backbone network; zie http://www.cisco.com
  • ASP+ = Active Server Pages Plus, snellere versie van ASP doordat scripts worden gecompileerd naar MSIL; zie http://www.microsoft.com; zie ook ASP, MSIL
  • ASPI = Advanced SCSI Programming Interface van Adaptec
  • ASPX = extensie voor ASP.NET source code; zie ook ASP
  • ASR = Automated System Recovery; voorziening van Windows XP Profesional Edition; zie pcm nov 01
  • ASS = Active Symmetric Swapping; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • AST = Automatic Spanning Tree, function that supports the automatic resolution of spanning trees in SRB networks, based on the IEEE 802.1 standard; zie http://www.cisco.com; zie ookSRB
  • ASV = Advanced Super View; technology voor bredere kijkhoek bij TFT-beeldschermen; zie http://www.dell.com/
  • Asynchroon = niet-gelijklopend; bij asynchrone datacommunicatie wordt data verzonden met start- en stopbits en controle codes, beter geschikt voor onbetrouwbare verbindingen dan synchroon
  • AT = Advanced Technology, aanduiding van IBM voor een 16-bits computer
  • ATA = Advanced Technology Attachment (ook bekend als IDE); standaard voor de verbinding tussen mainboard en harddisk; onderscheid in PATA en SATA; zie http://www.seagate.com; zie ook ATA, 1, .7
  • ATA = Analog Telephony Adapter, sluit analoge telefoon aan op ethernet, voor voip; zie PCM dec 05
  • ATA-1 = ATA voor 2 harde schijven, 8,3 MB/s; zie PCM nov 99
  • ATA-100 = EIDE interface met 100 MB/s data transfer rate; zie UltraDMA/100; zie ook ATA, 6
  • ATA-133 = ATA van Maxtor, snelheid tussen ATA-100 en Serial ATA in; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-56140-src_id-398,00.html; zie ook ATA, 7
  • ATA-2 = ATA voor 4 harde schijven, block mode en LBA 16,6 MB/s, ook genoemd Fast ATA; zie PCM nov 99
  • ATA-3 = betrouwbaardere ATA-2 met SMART en encryptie; zie PCM nov 99
  • ATA-4 = ATA-3 met foutcorrectie, 33 MB/s, ook genoemd Ultra DMA of Ultra ATA; zie PCM nov 99
  • ATA-5 = ATA met 66 MB/s, ook genoemd Ultra ATA/66, vereist 80-pins kabel; zie PCM nov 99
  • ATA-6 = ATA met 100 MB/s, ook genoemd Ultra ATA-100; zie ook ATA, 100
  • ATA-7 = ATA met 133 MB/s, ook genoemd Ultra ATA-133; zie ook ATA, 133
  • ATAG = Authoring Tool Accessibility Guidelines, specificatie voor Web Authoring tools, geeft regels voor het ontwikkelen van authoring tools die toegankelijke webpagina's produceren en regels voor het ontwikkelen van toegankelijke ontwikkelomgevingen; zie http://www.w3.org/WAI
  • ATAPI = Advanced Technology Attachment Packet Interface; standaard om een verwisselbare drive (b.v. cd-rom) op een E-IDE-interface aan te sluiten; zie PC Advisor feb 99; zie ook ATA
  • ATC = Advanced Transfer Cache, on-chip cache van Intel's Coppermine, 245 bits; zie PC Plus jan 00
  • Athlon = processor van AMD; zie http://www.amd.com
  • ATL = Active Template Library, generator voor COM-objecten; zie http://www.microsoft.com, zie PC Magazine feb 97
  • ATLAP = AppleTalk Link Access Protocol, netwerkprotocol die de toegang op een netwerk regelt; zie Byte feb 85
  • Atlas = Microsoft versie van AJAX; zie http://www.microsoft.com/; zie ook AJAX
  • ATM = Asynchronous Transfer Mode; techniek voor snelle netwerken; wordt gebruikt bij DSL; zie PC+ mrt 94
  • ATM = Adobe Type Manager, systeem van Adobe om afwijkende lettergroottes toch scherp op beeldscherm te kunnen tonen.
  • ATM25 = ATM Forum defined 25.6Mbit/s cell based user interface based on IBM token ring network; zie http://www.adsl.com
  • ATN = Attention, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • ATOM = alternatief voor RSS-formaat; biedt meer (xml-)onderdelen; zie PCM sep 05; zie ook RSS
  • ATRAC = Adaptive TRansform Acoustic Coding; compressie-algoritme gebruikt bij MiniDisc, comprimeert audio tot 1/5e van de grootte, huidige versie ATRAC3; zie PC Plus jul 00
  • ATSUI = Apple Type Services for Unicode Imaging; zie http://developer.apple.com/internationalization/
  • Attachment = bijgesloten document bij een emailbericht
  • ATU-C = ADSL Transmission Unit at Central Office, the device at the end of an ADSL line that stands between the line and the first item of equipment in the subscriber premises or telephone switch, may be integrated within an access node; zie http://www.adsl.com
  • ATU-R = ADSL Transmission Unit for Resident, the device at the end of an ADSL line that stands between the line and the first item of equipment in the subscriber premises or telephone switch, may be integrated within an access node; zie http://www.adsl.com
  • ATX = moederbordformaat van Intel waarbij de warmteproducerende onderdelen zo zijn geplaatst dat deze direct door de power supply worden gekoeld; zie http://www.intel.com
  • AU = Access Unit, device that provides ISDN access to PSNs; zie http://www.cisco.com
  • AUI = Attachment Unit Interface, IEEE 802.3 interface between an MAU and a NIC, the term AUI can also refer to the rear panel port to which an AUI cable might attach, also called transceiver cable; zie http://www.cisco.com
  • AUO = Active User Objects, API for writing ASP scripts that access LDAP; zie MSDN mei 00
  • AURP = AppleTalk Update-Based Routing Protocol, method of encapsulating AppleTalk traffic in the header of a foreign protocol, allowing the connection of two or more discontiguous AppleTalk internetworks through a foreign network (such as TCP/IP) to form an AppleTalk WAN; zie http://www.cisco.com
  • AV = Access Violation, programmafout door een ongeldig geheugenadres
  • AV = Anti-Virus, doorgaans gebruikt als AV-checker, AV-scanner, AV-software, AV-product
  • Avatar = persoonlijke grafische representatie
  • AVC (H.264) = Advanced Video Coding; codec voor High Definition-dvd's; scalable; excellent quality across the entire bandwidth spectrumÑfrom high definition television to video conferencing; zie http://www.apple.com
  • AVI = Audio Video Interleaved, opslagformaat voor multimedia; zie PC+ okt 92
  • AVM = ATM Voice Multiplexer; zie http://www.cisco.com
  • AVRCP = Audio Video Remote Control Profile; Bluetooth-profiel om audio- en video-apparaten op afstand te bedienen; zie http://de.wikipedia.org/; zie ook Bluetooth, AVRCP-CT,AVRCP-TG
  • AVRCP-CT = Audio Video Remote Control Profile Controller; zender bij AVRCP; zie http://de.wikipedia.org/; zie ook AVRCP
  • AVRCP-TG = Audio Video Remote Control Profile Target; ontvanger bij AVRCP; zie http://de.wikipedia.org/; zie ook AVRCP
  • AWT = Abstract Windowing Toolkit, set of graphical user interface class libraries (verzameling componenten); zie http://www.j2ee.com/
  • Axiom = standaard van ATI voor uniforme grafische kaart; zie PCM mei 06; zie ook MXM
  • AZW = betekent mogelijk Amazon Whispernet; formaat voor ebooks, ontwikkeld door Amazon; zie http://wiki.mobileread.com/wiki/AZW1
  • B-Frame = techniek bij digitale video, die zowel de veranderingen ten opzichte van het vorige frame als het volgende frame beschrijft; zie PCM jan 04; zie ook i-frame, p-frame
  • B-kanaal = bearer channel, bij ISDN, kanaal voor het verzenden van data, 64 kbps, full duplex; zie ook ISDN
  • B-Spline = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; geeft vage afbeeldingen; zie ook Lanczos
  • B3D = Bodypaint 3D, extensie
  • B8ZS = Binary 8-Zero Substitution; line-code type, used on T1 and E1 circuits, in which a special code is substituted whenever 8 consecutive zeros are sent over the link, this technique guarantees ones density independent of the data stream; sometimes called bipolar 8-zero substitution; zie http://www.cisco.com; zie ook AMI
  • Back end = server bij client-server-techniek; zie ook front, end
  • Backbone = slagader van een netwerk
  • Backingstore = X-server onthoudt vensterinhoud als venster wordt geminimaliseerd; zie PC+ nov 92
  • Backoff = retransmission delay enforced by contentious MAC protocols after a network node with data to transmit determines that the physical medium is already in use; zie http://www.cisco.com
  • Backplane = physical connection between an interface processor or card and the data buses and the power distribution buses inside a chassis; zie http://www.cisco.com
  • Backplane link = doorlusvoorziening op switch (naar volgende switch); zie PCM nov 03
  • BACP = Bandwidth Allocation Control Protocol; hierbij gebruikt een modem meer lijnen wanneer dat nodig is of minder wanneer er weinig dataverkeer is; zie http://www.zyxel.com
  • Balanced configuration = in HDLC, a point-to-point network configuration with two combined stations.; zie http://www.cisco.com; zie ook HDLC
  • Balun = balanced, unbalanced; device used for matching impedance between a balanced and an unbalanced line, usually twisted-pair and coaxial cable..; zie http://www.cisco.com
  • Bandbreedte = verschil tussen de hoogste en laaste frequenties die beschikbaar is voor een signaal; o.a. bepalend voor de doorvoersnelheid van een netwerk
  • Bank = de bij elkaar horende geheugenmodules in eencomputer; zie http://www.newerram.com
  • BAP = Best Access Point; techniek bij WiFi om sterkste zender te vinden
  • Baseband = most common type of network, data is transmitted digitally, each wire carrying one signal at a time, b.v. ethernet; zie PC Advisor jun 00; zie ook broadband
  • Bash = Bourne-again shell; interactive UNIX shell based on the traditional Bourne shell, but with increased functionality; zie http://www.cisco.com
  • BASIC = Beginner's All-purpose Symbolic Instruction Code, programmeertaal
  • Baud = communicatiesnelheid in bits per seconde
  • Bayasian logic = logica die uitgaat van de statische waarschijnlijkheid, vereist beginwaarde; zie DDJ jul 93; zie ook Fuzzy, logic
  • BBS = Bulletin Board System, inbel-computer voor het downloaden van software en uitwisselen van berichten, uit het pre-internettijdperk
  • BBU = Bob Bailey Unit, schakeling van Apple voor RAM, video en sound
  • BCV = Business Continuance Volume, feature van SAN; zie windows2000 magazine, jan 01; zie ook SAN
  • BD = Blu-ray Disc; zie http://www.philips.com/; zie ook BD-ROM, BD-R
  • BD+ = DRM bij BD-ROM; zie http://www.wikipedia.org/
  • BD ROM, BD-ROM, BDROM = Blu-ray Disk Read Only Memory; beschrijfbare dvd met capaciteit 25 GB (50 GB dual-layer); schijf is dikker dan huidige DVD; zie PCWorld nov 04; zie ook Blu-ray, HD-DVD
  • BD-Live = Blu-ray Disc data vanaf internet; manier om extra content die niet op de schijf staat vanaf internet te halen en te tonen; zie PCM nov 08
  • BD-R = Blu-ray Disk Rewritebale; zie PCM aug 06; zie ook Blu-ray
  • BDC = Backup Domain Controller; zie PCM okt 99; zie ook PDC
  • BDCS = Broadband Digital Cross-Connect System, SONET DCS capable of cross-connecting DS-3, STS-1 and STS-3c signals; zie http://www.cisco.com; zie ook DCS
  • BDF = Bitmap Distribution Format, formaat voor bitmap-representatie van fonts; zie http://www.adobe.com
  • BDK = JavaBeans Development Kit , ontwikkelomgeving voor JavaBeans components ; zie http://www.j2ee.com/
  • BDP = Borland Data Provider, verbinding tussen datacomponenten en database bij ADO.NET; zie http://bdn.borland.com/
  • BDS = Borland Developer Studio; ontwikkelomgeving; zie http://www.borland.com
  • Beacon Interval = the frequency interval of the beacon, which is a packet broadcast by a router to synchronize a wireless network.; zie http://www.linksys.com
  • BeamFlex = techniek voor draadloos netwerk, maakt gebruik van meer antennes; zie PCM sep 05; zie ook 802.11n
  • BECN = Backward Explicit Congestion Notification, bit set by a Frame Relay network in frames traveling in the opposite direction of frames encountering a congested path; zie http://www.cisco.com
  • Behavior = uitbreiding op HTML-tags, COM-based, werkt met CSS-syntax; zie MSDN mei 00; zie ook HTC, Scriptlet
  • Bell = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; gemiddelde snelheid, goed bij grote foto's, kleinere worden te vaag; zie ook B-Spline
  • Bento = intelligente bestandsvorm; werkt met SOM; zie PCM sep 94
  • BeOs = besturingssysteem van Be, zeer geschikt voor DTP en multimedia; zie http://www.beos.com
  • BER = Bit Error Rate; ratio of received bits that contain errors; zie http://www.cisco.com
  • BER = Basic Encoding Rules; rules for encoding data units described in the ISO ASN.1 standard; zie http://www.cisco.com; zie ook ASN, 1
  • Beta = objectgeoriënteerde programmeertaal; gaat uit van patterns; zie DDJ okt 93
  • BFILE = reference in a dbms to an external file; zie http://www.borland.com
  • BGA = Ball Grid Array, type aansluiting chip; zie http://www.intel.com/
  • BGP = Border Gateway Protocol, interdomain routing protocol that replaces EGP; BGP exchanges reachability information with other BGP systems, defined by RFC 1163; zie http://www.cisco.com; zie ook BGP4, and, EGP
  • BGP4 = BGP Version 4, version 4 of the predominant interdomain routing protocol used on the Internet, supports CIDR and uses route aggregation mechanisms to reduce the size of routing tables; zie http://www.cisco.com; http://www.ietf.org; zie ook BGP, CIDR
  • BHO = Browser Helper Object, plugin voor internetbrowser voor extra functionaliteit; zie pcm nov 03, http://groups.yahoo.com/group/delphi-webbrowser/
  • Bi-linear filtering = smoothes the textures in a picture to reduce the blocky effect; tri-lineair filtering is a better system but takes more processor power; zie PC Plus okt 99
  • BIA = Burned In MAC address; zie http://www.cisco.com
  • BIC-TCP = Binary Increase Congestion Transmission Control Protocol; voorstel voor netwerkprotocol waarbij bandbreedte razendsnel dynamisch wordt gebruikt; zie DDJ jun 04
  • BICI = Broadband Inter-Carrier Interface; ITU-T standard that defines the protocols and procedures needed for establishing, maintaining, and terminating broadband switched virtual connections between public networks; zie http://www.cisco.com
  • BIOS = Basic Input Output System; primaire systeemfuncties van een computer voor o.a. schijftoegang, toetsenbord en beeldscherm
  • BIP = Bit Interleaved Parity, in ATM, a method used to monitor errors on a link; zie http://www.cisco.com
  • BISDN = Broadband ISDN, ITU-T communication standards designed to handle high-bandwidth applications such as video, BISDN currently uses ATM technology over SONET-based transmission circuits to provide data rates from 155 to 622 Mbps and beyond, contrast with N-ISDN; zie http://www.cisco.com; zie ook BRI, ISDN, PRI
  • BIST = Built-In Self-Test, functie in hardware of software om zichzelf te testen op juiste werking; zie DDJ maa 93
  • Bisync = Binary Synchronous Communication Protocol, character-oriented data-link protocol for applications; zie http://www.cisco.com
  • Bit = binairy digit, kleinste data-element in de infomatica, kan de waarde 0 of 1 hebben
  • Bitmap = afbeelding, waarbij elk bit overeenkomt met een pixel op scherm/printer
  • Bitnet = Because It's Time Network, netwerk voor chatten, sinds 1980; zie PCM jul 87
  • BITS = Background Intelligent Transfer Service, module van XP die updates download als er weinig netwerkverkeer is; zie PCM sep 04
  • BIU = Bus Interface Unit, schakeling van Apple voor verbinding NuBus met de processor
  • Blade PC, Blade system = PC op een insteekkaart, bedoeld voor in een rack met meer blade pc's; concept waarbij de processor in de serverruimte staat en deze is verbonden met thin clients op de bureau's (elke client heeft dus z'n eigen processor, i.p.v. processortijd op een server); zie Pc Pro jan 05
  • BLAST = Bell Labs Layered Space Time, techniek om data op verschillende frekwenties tegelijk te zenden; zie Pc Pro jan 03
  • BLER = Bit Level Error Rate, aantal fouten op een cd (N.B: op internet ook Block Level Error Rate); zie PCM apr 02
  • BLOB = Binary Large Object, databaseveld geschikt voor grote hoeveelheden tekst of data, zoals word-documenten, afbeeldingen, WAV-bestanden, etc.
  • Blockdown converter = microgolf-omzetter, vertaalt een frequentiegebied naar een ander frequentiegebied; zie PC Magazine dec 03
  • Blocking = in a switching system, a condition in which no paths are available to complete a circuit; zie http://www.cisco.com
  • blog = synoniem voor Weblog; zie ook Weblog
  • Blowfish = block-encryptie algoritme, systeem voor beveiliging van gegevens; zie DDJ apr 94
  • BLSR = Bidirectional Line Switch Ring, SONET ring architecture that provides working and protection fibers between nodes, if the working fiber between nodes is cut, traffic is automatically routed onto the protection fiber; zie http://www.cisco.com; zie ook SONET
  • Blu-ray Disc = DVD-standaard bedoeld voor digitale televisie, werkt met blauwe laser, opslagcapaciteit 23 GB; niet compatible met andere DVD-standaards; zie PCM apr 02
  • Bluecore = chip die Bluetooth implementeert; zie PCWorld nov 04
  • Bluetooth = wireless personal area network standard, kan interfereren met IEEE 802.11; kleiner bereik dan 802.11 maar verbruikt veel minder stroom; Klasse 1 = 100 mW (100 m), Klasse 2 = 2,5 mW (20 m), Klasse 3 = 1 mW (10 m); zie MSJ mar 00, PC pro dec 01; zie ook A2DP, AVRCP
  • Bluetooth EDR = Bluetooth met snelheid van 2,1 Mbit; geschikt voor draadloze hifi stereo koptelefoons; zie PCWorld nov 04
  • BMP = Windows bitmap-bestandsformaat; zie PCM nov 95
  • BMP = Basic Multilingual Plane; subset van UCS met de 65534 meest gebruikte tekens; zie ook UCS
  • BMT = Biel Mean Time, standaard voor tijdrekening van IBT; zie MacFan aug 99; zie ook www.swatch.com
  • BNC = Bayonet Neill Concellman, connector voor coax-kabel; zie C|net glossary
  • BNF = Backus-Naur Form, standaard voor het beschrijven van internet text messages; zie http://rfc733.x42.com/
  • BNI = Broadband Network Interface
  • BNN = Boundary Network Node, in SNA terminology, a subarea node that provides boundary function support for adjacent peripheral nodes, this support includes sequencing, pacing, and address translation; also called boundary node; zie http://www.cisco.com
  • BO2K = Back Oriface 2000, zeer gevaarlijk virus
  • BOD = Bandwidth On Demand, techniek bij ISDN om automatisch 2e kanaal ook te gebruiken als op het 1e kanaal de volledige bandbreedte wordt gebruikt; zie MacFan jul 00; zie ookMultiPPP, DOD
  • BOF = Begin-of-File; zie ook EOF
  • BOM = Byte Order Mark, geeft aan of 16-bits data bestaat uit high byte-low byte of uit low byte-high byte; wordt gebruikt bij unicode; zie MSDN mei 00
  • Booleaanse Algebra = rekenmethode met AND, OR en NOT
  • Boolean = programmavariabele die de waarde true of false kan hebben
  • Bootp = Bootstrap Protocol, protocol om automatisch met een netwerk verbinding te krijgen
  • Bos = besturingssysteem
  • Bots = AI-scripts die menselijk handelen simuleren, b.v. als tegenstander in games; zie PC Format aug 00
  • BPDU = Bridge Protocol Data Unit, spanning-tree protocol hello packet that is sent out at configurable intervals to exchange information among bridges in the network.; zie http://www.cisco.com; zie ook PDU
  • BPMN = Business Process Modeling Notation, modeleertaal voor processen; zie http://www.wikipedia.org/
  • bps = bits per seconds; in de praktijk: deel het getal door 10 en je hebt de snelheid in bytes (tekens) per seconde
  • Branch prediction = techniek die voorspelt welke richting een programma zal uitgaan; zie PCM nov 00
  • BRAS = Broadband Remote Access Server; zie http://www.adsl.nl
  • BREW = Binary Runtime Environment for Wireless, wireless platform for developing applications that support wireless devices. ; zie http://www.qualcomm.com/
  • BRF = Bridge Relay Function
  • BRI = Basic Rate Interface, twee ISDN kanalen gecombineerd tot 128 kbps; zie C|net glossary
  • Bridge = device that connects and passes packets between two network segments that use the same communications protocol, bridges operate at the data link layer (Layer 2) of the OSI reference model; zie ook Relay
  • Bridge = generic term for an analogue-digital converter (and back), and derives its term from one of the first units, the FAST Dazzle Hollywood Bridge; zie http://www.simplydv.co.uk
  • Broadband = describes analog transmissions over a wire that can carry multiple signals at once; zie PC Advisor jun 00
  • Brouter = concatenation of "bridge" and "router", used to refer to devices which perform both bridging and routing function; zie http://www.cisco.com
  • Browser (webbrowser, www-browser, internetbrowser) = programma om te surfen over WWW, b.v. Internet Explorer, Navigator, Mosaic, iCab, Opera
  • BSD = Berkely Standard Distribution, Unix-variant; zie ook Unix
  • BSOD = Blue Screen of Death, vastloper in Windows; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-601-record_id-53053-src_id-385,00.html
  • BSS = Business Support System; zie http://www.j2ee.com/
  • BTB = Branche Target Buffer, unit in Pentium 4, geeft richting aan de instructiestroom door te voorspellen welke vertakking binnen een programma gevolgd moet worden; zie PCM nov 00
  • Btrieve = Opslagformaat voor records, waarbij de records gesorteerd worden opgeslagen in een boomstructuur; zie DDJ maa 93
  • BTX = Balanced Technology eXtended; moederbord van Intel waarbij de luchtstroom zo is dat eerst de processor wordt gekoeld en daarna andere componenten; AGP en PCI zijn vervangen door PCI-Express; vereist CTX-voeding; zie PCM jun 04; zie ook ATX
  • Bump mapping = technique for apply 3D textures to flat surfaces, so rocks look like rocks; zie PC Plus okt 99, methode om oppervlakten een natuurlijk ogende structuur te geven, zie PCM feb 00
  • BURN-proof = Buffer UnderRuN-proof, technologie bij CDR/CDRW die de drive automatisch even pauzeert bij onvoldoende datatoevoer; zie windows2000 magazine, jan 01
  • Bus; zie systeembus
  • BX Chipset = chipset van Intel voor het BX Motherboard; zie http://www.intel.com
  • BXM = Broadband Switch Module
  • Byte = 8 bits, data wordt doorgaans in bytes verwerkt, 256 waarden
  • Byte Swizzling = term used to describe the operation needed to do partial word IO on older systems; zie http://www.openvms.compaq.com/wizard/openvms_faq.html
  • C = Pogrammeertaal
  • C++ = Pogrammeertaal, objectgeorienteerd
  • C+@ = objectgeoriënteerde programmeertaal; is een combinatie van C en SmallTalk; voor het snel maken van prototypes of om de objectgeoriënteerde basis van een applicatie te genereren; zie DDJ okt 93
  • C# (spreek uit C-Sharp) = programmeeromgeving van Microsoft, gebaseerd op de programmeertaal C++, werkt met .net; zie http://www.microsoft.com
  • C/S = Client-Server; architectuur waarbij een programma gegevens opvraagt van een centrale computer (server)
  • CA = Certificate Authority, Certificerende Authoriteit; zie PCM dec 99; zie ook RA, en, TTP
  • CAB = Cabinet, opslagformaat van Microsoft voor installatiebestanden
  • CAC = Connection Admission Control, set of actions taken by each ATM switch during connection setup in order to determine whether a connection's requested QoS will violate the QoS guarantees for established connections, also used when routing a connection request through an ATM network; zie http://www.cisco.com; zie ook ATM
  • Cache = geheugen tussen RAM en processor, voor het versnellen van veel voorkomende taken; ook: geheugen voor het opslaan van de laatst gebruikte bestanden; ook: geheugen voor het opslaan van de laatst gebruikte internetpagina's; zie PCM jun 90, PCM feb 96, PC Advisor feb 99; zie ook L2, cache
  • CAD = Computer Aided Design; technisch tekenen/ontwerpen met een computer
  • CAD/CAM = combinatie van CAD en CAM
  • CAE = Computer Aided Engineering
  • CAE = Computer Aided Education
  • CAF = Controllable ATM Fabric; zie http://www.cisco.com
  • CAF = Core Audio File, audio-formaat, ongecompimeerd; zie http://www.apple.com
  • Cage = piece of hardware into which cards are installed; zie http://www.cisco.com
  • CAI = Computer Aided Instruction; zie Byte jul 89; zie ook CEI
  • Ca•ro = objectgeoriënteerd besturingssysteem van Microsoft, bedoeld als opvolger van NT, niet uitgebracht; zie PC+ dec 93
  • CAL = Computer Assisted Learning
  • CAL = Client Access License, licentie voor het maximum aantal gebruikers van een server; zie windows2000 magazine, jan 01
  • CalDAV = protocol voor uitwisseling kalendergegevens; gebaseerd op webDAV; zie http://en.wikipedia.org/wiki/CalDAV; zie ook WebDAV
  • Call leg = logical connection between the router and either a telephony endpoint over a bearer channel, or another endpoint using a session protocol; zie http://www.cisco.com
  • CALS = Computer-aided Acquisition and Logistics Support, DTD voor SGML; zie DDJ maa 93
  • CAM = Computer Aided Manufacturing; een produkt wordt gemaakt via de computer
  • CAM = Content-Addressable Memory; zie http://www.cisco.com
  • CAM = Continually Aware Mode; schakelt power saving uit bij wireless adapter; zie http://www.allieddata.com; zie ook PSP
  • CAM = Conditional Access Module; aanduiding voor de smartcard-lezer bij DVB-C-ontvanger; zie PCM jun 08; zie ook DVB-C
  • CAM = Content Addressable Memory; can store data without power, as fast as RAM chips; toekomstige opvolger SSD; zie http://www.geek.com/articles/chips/nec-creates-storage-chip-as-fast-as-ram-20110613/; zie ook RAM, SSD
  • Camper = speler die in game met meerdere deelnemers in een duister hoekje afwacht om iemand in de rug te steken; zie Volkskrant okt 00
  • CAP = Carrier Amplitude/Phase Modulation, lijncoderingsmethode bij Adsl; zie PCM apr 00; zie ook DMT
  • CAP = Competitive Access Provider; zie http://www.cisco.com
  • CAPI = Common ISDN Application Program Interface, API voor ISDN-kaarten; zie PCM okt 00
  • Carbonised = programma dat geschikt gemaakt is voor MacOS X; zie MacFan mei 01
  • CAS = norm voor fax, van Intel SatisFAXtion, waarbij de intelligentie in de modem zit; zie PCM jun 94
  • CAS = Channel Associated Signaling; zie http://www.cisco.com
  • CAS-latency = Common Access Strobe-latency; geeft aan hoe snel er van de ene geheugenlocatie naar de andere geschakeld kan worden (bij geheugenchips); zie PCM mrt 03; zie ook trcd
  • CASE = Computer Aided Software Engineering, a technique for using computers to help with one or more phases of the software life-cycle, including the systematic analysis, design, implementation and maintenance of software; zie http://www.sunet.se
  • Catenet = network in which hosts are connected to diverse networks, which themselves are connected with routers; the Internet is a prominent example of a catenet; zie http://www.cisco.com
  • CATS = Contrast Auto Tracking System, door middel van een sensor wordt het contrast automatisch bijgeregeld in verhouding tot de hoeveelheid omgevingslicht; zie http://www.panasonic.nl/Glossario_Main.asp
  • CATV = Community Access Television: also known as Cable TV; zie http://www.cisco.com
  • CAV = Constant Angular Velocity, techniek bij cd-branders waarbij de schijf met constante snelheid draait; zie PCM okt 02; zie ook CLV
  • CAV, Partial CAV = Constant Angular Velocity, techniek van Yamaha waarbij bij het schrijven van een CD-R de snelheid toeneemt naarmate de laser dichter bij de buitenste regionen van de schijf komt; zie PCM jul 02
  • CBAC = Context-Based Access Control, protocol that provides internal users with secure access control for each application and for all traffic across network perimeters; enhances security by scrutinizing both source and destination addresses and by tracking each application's connection status; zie http://www.cisco.com; zie ook RBAC
  • CBAC = Claims-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • CBAC = Content-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • CBDS = Connectionless Broadband Data Service, European high-speed, packet-switched, datagram-based WAN networking technology, similar to SMDS; zie http://www.cisco.com
  • CBIOS = Compatible BIOS, term van IBM voor met PCDOS compatible BIOS, gebruikt in PS/2
  • CBL = Computer Based Learning
  • CBL = extensie voor Cobol-bestanden
  • CBR = Constant Bit Rate, QoS class defined by the ATM Forum for ATM networks, used for connections that depend on precise clocking to ensure undistorted delivery; zie http://www.cisco.com
  • CC/PP = Composite Capability / Preference Profiles, description of device capabilities and user preferences that can be used to guide the adaptation of content presented to that device; zie http://www.w3.org/TR/CCPP-struct-vocab/
  • CCB = Call Control Block; zie http://www.cisco.com
  • CCBS = Call Completion to Busy Subscriber (CCBS); zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • CCD = Charge Coupled Device, rij met fotocellen in een scanner of digitale fotocamera; zie Pc Pro apr 00
  • CCFL = Cold Cathode Fluorescent Light, wordt gebruikt als backlight in LCD-schermen
  • CCITT = Consultative Committee for International Telegraph and Telephone., international organization responsible for the development of communications standards, now called the ITU-T; zie http://www.cisco.com
  • CCL = Curl Content Language, programmeertaal voor webpagina's; zie http://www.curl.com/
  • CCM = Change and Configuration Management; beheer van hardware en software; zie Windows Magazine jan 04
  • CCM = CORBA Component Model; zie http://www.omg.org/; zie ook CORBA
  • CCP (IDB-1394) = Customer Convenience Port ; i/o-bus voor in auto's; gebaseerd op FireWire IEEE 1394; zie http://en.wikipedia.org; zie ook FireWire
  • CCR = Commitment, Concurrency, and Recovery, OSI application service element used to create atomic operations across distributed systems, used primarily to implement two-phase commit for transactions and nonstop operations; zie http://www.cisco.com
  • CCS = Common Channel Signaling. Signaling system used in telephone networks that separates signaling information from user data. A specified channel is exclusively designated to carry signaling information for all other channels in the system; zie http://www.cisco.com
  • ccTLD = Country code Top Level Domain; zie Pc Plus mei 03; zie ook TLD
  • CCXML = Call Control eXtensible Markup Language; provide telephony call control support for dialog systems; zie http://www.w3.org/
  • CD = Carrier Detect, indicator op modem wanneer verbinding is gemaakt
  • CD = Call Deflection; (telecom) inkomende oproepen kunnen bij "bezet", "geen antwoord" of "altijd" doorgeschakeld worden naar een extern telefoonnummer ; zie http://www.isdn-benelux.nl/; zie ook CFB, CFNR, CFU
  • CD+G = cdrom format for karaoke
  • CD-DA = Compact Disc Digital Audio; zie PC+ okt 93; zie ook SACD
  • CD-MRW = cd-rom drive volgens Mount Rainier specificatie; maakt packet writing in het OS mogelijk; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-55315-src_id-385,00.html
  • CD-ROM = Compact Disc Read Only Memory; compact disc met computerbestanden; zie PC+ okt 93
  • CD-ROM XA = CD-ROM 8 cm; zie PC+ okt 93
  • CD-RW = Compact Disc ReWritable; herschrijfbare compact disc; zie PC+ okt 93
  • CD-WO = Compact Disc Write Once (=PhotoCD); zie PC+ okt 93
  • CDA = Compound Document Architecture, systeem van Digital voor documenten met tekst, afbeeldingen, geluid, video etc.; zie DDJ maa 93
  • CDDI = Copper Distributed Data Interface; goedkopere versie van FDDI; zie PC+ mrt 94
  • CDF = Channel Definition Format, technology for "push" applications on the World Wide Web, CDF is an application of XML; zie http://www.cisco.com
  • CDIF = Case Data Interchange Format; standaard voor uitwisseling modelling-data
  • CDMA = Code Division Multiple Access, toegangsmechanisme waarbij een aantal digitale kanalen gebruik maken van een snelle verbinding, de frequenties worden verdeeld op basis van codes in het signaal; zie PCM jun 99; zie ook FDMA, TDMA, TD-SCDMA
  • CDMA2000 = protocol of mobile telecommunications standards that use CDMA; zie http://en.wikipedia.org/wiki/CDMA2000
  • cdmaOne = a universal term for IS-95 based CDMA specifications established by the CDMA Development group (CDG); zie http://www.qualcomm.com/
  • CDML = Claris Dynamic Markup Language, HTML-extensie t.b.v. Filemakerdatabases; zie MacFormat aug 99
  • CDO = Collaboration Data Objects; zie windows2000 magazine, jan 01
  • CDOS, Concurrent Dos = multi-user besturingssysteem van Digital Research, vervangen door Real32; zie ook DOS
  • CDP = Cisco Discovery Protocol; zie http://www.cisco.com
  • CDPD = Cellular Digital Packet Data, open standard for two-way wireless data communication over high-frequency cellular telephone channels, allows data transmissions between a remote cellular link and a NAP, operates at 19.2 Kbps; zie http://www.cisco.com
  • CDR = vektorgeorienteerde bestandstype van CorelDraw; zie PCM nov 95
  • CDR = Common Data Representation, formaat voor parameternotatie bij IIOP/GIOP; zie MSJ maa 00
  • CDR = Call Detail Record.; zie http://www.cisco.com
  • CDRAM = Cached DRAM; zie http://www.goldenram.com; zie ook EDRAM
  • CDS = Client Data Set, component die data representeert; zie http://delphi.about.com/
  • CDV = Cell Delay Variation; zie http://www.cisco.com
  • CDVT = Cell Delay Variation Tolerance, in ATM, a QoS parameter for managing traffic that is specified when a connection is set up; in CBR transmissions, CDVT determines the level of jitter that is tolerable for the data samples taken by the PCR; zie http://www.cisco.com; zie ook CBR
  • CE-ATA = speciale sata-variant voor consumentenelektronica; voor harde schijven in pda's en telefoons; zie PCM nov 04; zie ook SATA
  • CEF = Common Executable Format; bestandsformaat van programma's op PocketPC; onafhankelijk van hardware; zie ook PocketPC
  • CEI = Computer Enhanced Instruction; zie Byte jul 89; zie ook CAI
  • Cell Relay = network technology based on the use of small, fixed-size packets, or cells., because cells are fixed-length, they can be processed and switched in hardware at high speeds, cell relay is the basis for many high-speed network protocols including ATM, IEEE 802.6, and SMDS; zie http://www.cisco.com
  • Cell-ID = methode om de plaats van een mobiele telefoon te bepalen adhv het dichtstbijzijnde basisstation; zie PCM feb 07; zie ook AGPS
  • CELP = Code Excited Linear Prediction, compression algorithm used in low bit-rate voice encoding, used in ITU-T Recommendations G.728, G.729, G.723.1; zie http://www.cisco.com
  • Centrino = Platform van Intel voor mobiele computers; zie PC Plus mei 03
  • CER = Cell Error Ratio, in ATM, the ratio of transmitted cells that have errors to the total cells sent in a transmission for a specific period of time; zie http://www.cisco.com
  • CES = Circuit Emulation Service, enables users to multiplex or concentrate multiple circuit emulation streams for voice and video with packet data on a single high-speed ATM link without a separate ATM access multiplexer; zie http://www.cisco.com
  • CF-Card = Compact Flash Card, geheugenkaart voor digitale camera's e.d.; inmiddels verouderd; zie ook SD, XD
  • CF-slot = CompactFlash, aansluiting voor CompactFlash kaart
  • CFB = Call Forward on Busy, doorverbinden bij in gesprek (bij telecom); zie http://www.versatel.com
  • CFM, CFML = Cold Fusion Markup Language
  • CFNR = Call Forward on No Reply, doorverbinden bij geen gehoor (bij telecom); zie http://www.versatel.com
  • CFRAD = Cisco Frame Relay Access Device; zie http://www.cisco.com
  • CFU = Call Forward Unconditional, doorverbinden (bij telecom); zie http://www.versatel.com
  • CGA = Color Graphics Adapter, kleurenvideokaart van IBM
  • CGI = Common Gateway Interface; interface om externe programma's, genaamd gateways, te draaien op HTTP-servers
  • CGM = Computer Graphics Metafile, vektorgeoriënteerde bestandstype van Microsoft; zie PCM nov 95; zie ook www.w3, org, Graphics
  • CH = Call Hold; (telecom) wachtstand; zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • CHAIN = programmeertaal van Datapoint; voor batch-toepassingen; zie http://www.datapoint.com/
  • Chaining = SNA concept in which RUs are grouped together for the purpose of error recovery; zie http://www.cisco.com
  • CHAP = Challenge Handshake Authentication Protocol; toegangsbeveiliging, beter dan PAP; zie PCM nov 95; zie ook PAP
  • Cheatcodes = commando's op het toetsenbord om vals te spelen, onsterfelijk te worden, verborgen elementen zichtbaar te maken, etc.; zie Volkskrant okt 00
  • Checksum = method for checking the integrity of transmitted data, an integer value computed from a sequence of octets taken through a series of arithmetic operations, the value is recomputed at the receiving end and compared for verification..; zie http://www.cisco.com
  • Chicago = werknaam van Microsoft voor Windows 95; zie PC+ dec 93
  • Chip = elektronische schakeling op een drager (plak) in een compacte behuizing
  • Choke packet = packet sent to a transmitter to tell it that congestion exists and that it should reduce its sending rate; zie http://www.cisco.com
  • Chorus 3 = besturingssysteem, kan programma's onderdeel van de kernel maken zonder snelheidsverlies; zie pc+ dec 93
  • Chroma Motion = techniek bij digitale video om op een geavanceerde manier bewegingen te detecteren, geeft betere kwaliteit beeld; zie PCM jan 04
  • cHTML = Compact HTML; versie voor Imode; max. 5 kB; zie ook HTML
  • CI (CI-slot) = Common Interface, andere benaming voor pcmcia; zie PC Magazine dec 03
  • CI-slot = Common Interface slot; aansluiting waarin PCMCIA-kaart past; zie ook PCMCIA
  • CIA = Classical IP over ATM, specification for running IP over ATM in a manner that takes full advantage of the features of ATM, defined in RFC 1577; zie http://www.cisco.com
  • CICS = Customer Information Control System, systeem van IBM voor transactieverwerking; zie http://www.ibm.com
  • CIDR = Classless Inter-Domain Routing, technique supported by BGP4 and based on route aggregation, allows routers to group routes together in order to cut down on the quantity of routing information carried by the core routers, with CIDR, IP addresses and their subnet masks are written as 4 octets, separated by periods, followed by a forward slash and a 2-digit number that represents the subnet mask; zie http://www.cisco.com, windows2000 magazine, jan 01; zie ook BGP4
  • CIFS = Common Internet File System, an enhanced extension of the desktop cross-platform protocol for distributed file sharing called Server Message Block (SMB). ; zie http://www.thursby.com/products/dave.html; zie ook SMB
  • CIGS = Copper Indium Gallium diSelenide, technology for highly efficient solar cells; zie http://www.brunton.com
  • CIM = Common Interface Model, object oriented approach to modeling information; zie MSDN mei 00
  • CIN = Corporate InterNet, netwerk van Xerox; zie PCM jul 87; zie ook XIN
  • CIP = Common ISDN Acces Profile; profiel bij Bluetooth voor verbinding met ISDN-apparatuur; zie PCM jun 04
  • CIR = Committed Information Rate, rate at which a Frame Relay network agrees to transfer information under normal conditions, averaged over a minimum increment of time; zie http://www.cisco.com
  • Circuit steering = mechanism used by some ATM switches to eavesdrop on a virtual connection and copy its cells to another port where an ATM analyzer is attached, also known as port snooping; zie http://www.cisco.com
  • CIS = Contact Image Sensor, rij met LEDs, i.p.v. CCD; zie Pc Pro apr 00
  • CIS = COM Internet Services, techniek voor uitwisselen COM-objecten op internet; zie ook COM
  • CISC = Complex Instruction Set Computer, een eigenlijk betekenisloze term om het verschil aan te duiden met RISC; zie PC Advisor feb 99
  • CIT = Computer Integrated Telephony, technology voor integratie van computer en; zie PC+ mrt 95
  • CL = CAS-Latency; zie ook CAS-latency
  • CLAN = Cableless LAN, draadloos netwerk; zie PC+ sep 92
  • CLARIT = zoeksysteem dat uitgaat van frequentie van noun-phrases; zie emnet 1 94; zie ook SMART, en, Markof
  • CLAW = Common Link Access for Workstations, data link layer protocol used by channel-attached RISC System/6000 series systems and by IBM 3172 devices running TCP/IP off-load, improves efficiency of channel use and allows the CIP to provide the functionality of a 3172 in TCP/IP environments and support direct channel attachment; zie http://www.cisco.com
  • ClearCard = credit-card sized ROM op basis van FMD; zie FMD
  • ClearType = techniek van Microsoft om resolutie op beeldscherm optisch te vergroten; zie http://www.microsoft.com
  • CLEC = Competitive Local Exchange Carrier, de "nieuwkomers" op de telecommarkt; zie http://www.adsl.nl
  • CLEFIA = DRM-techniek van Sony, voor beeld, geluid en video; zie PCM mei 07
  • CLI = Call Level Interface, interface voor SQL-databases; opgesteld door SQL Access Group (SAG); zie DB/M sep 94
  • CLI = Command Line Interface
  • CLID = Calling Line ID
  • Client = any computer connected to a network that requests services (files, print capability) from another member of the network; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp
  • Client Pull = client requests a new page without the intervention of the user; use <meta http-equiv="Refresh" content="2; url=http://...">; zie DDJ nov 95; zie ook server, push
  • Client-server model = pc stelt opdracht samen, server voert de taken uit, pc geeft resultaat weer; zie PCM jun 90
  • CLIP = Calling Line Identification Presentation; toont nummer van de beller op telefoon; zie ook CLIR
  • CLIR = Calling Line Identification Restriction; toont uw telefoonnummer aan de ander; zie ook CLIP
  • CLNP = Connectionless Network Protocol, Connectionless Network Protocol (CLNP) - Open Systems Interconnection (OSI) protocol that provides the OSI Connectionless Network Service (delivery of data). CLNP is the OSI equivalent of the NetWare IPX protocol and the Internet IP protocol; zie http://www.compudynamics.com
  • CLNS = Connectionless Network Service, OSI network layer service that does not require a circuit to be established before data is transmitted, routes messages to their destinations independently of any other messages; zie http://www.cisco.com; zie ook CLNP
  • CLP = Cell Loss Priority, field in the ATM cell header that determines the probability of a cell being dropped if the network becomes congested; zie http://www.cisco.com
  • CLR = Common Language Runtime, programmeertaal-onafhankelijke runtime module van .NET; zie PCM nov 00
  • CLR = Cell Loss Ratio, in ATM, the ratio of discarded cells to cells that are successfully transmitted, can be set as a QoS parameter when a connection is set up; zie http://www.cisco.com
  • CLTP = Connectionless Transport Protocol (CLTP), Provides end-to-end transport data addressing and error detection, but does not guarantee delivery or provide flow control. The Open Systems Interconnection (OSI) equivalent of the User Datagram Protocol (UDP) datagram service; zie http://www.compudynamics.com
  • Cluster = groep met elkaar verbonden apparaten (bv werkstations)
  • CLV = Constant Linear Velocity, techniek bij cd-branders waarbij de draaisnelheid tijdens schrijven wordt aangepast; zie PCM okt 02; zie ook CAV
  • CLX = Component Library Cross-Platform, componentenbibliotheek van Borland, cross-platform versie van VCL, voor Delphi en Kylix; zie http://www.borland.com/kylix/; zie ook VCL
  • CMI = Computer Managed Instruction
  • CMI = Coded Mark Inversion, ITU-T line coding technique specified for STS-3c transmissions, also used in DS-1 systems; zie http://www.cisco.com
  • CMIP = Common Management Information Protocol; Osi-standaard voor uitwisseling van informatie tussen beherend systeem en beheerde apparatuur; zorgt ervoor dat netwerkbeheerder supervisie houdt op het netwerk; zie PC+ jul 93, PCM okt 95
  • CMIS = Common Management Information Services, OSI network management service interface created and standardized by ISO for the monitoring and control of heterogeneous networks; zie http://www.cisco.com; zie ook CMIP
  • CML = Chemical Markup Language; xml-toepassing; zie http://www.xml-cml.org/
  • CMNS = Connection-Mode Network Service, extends local X.25 switching to a variety of media (Ethernet, FDDI, Token Ring); zie http://www.cisco.com
  • CMOS = Complementary Metal-Oxide Semiconductor, chip met laag stroomverbruik, gebruikt voor o.a. RTC; wordt ook gebruikt als opnamechip in sommige digitale camera's
  • CMOT = CMip Over TCP/IP, hybride oplossing voor uitwisseling van informatie tussen beherend systeem en beheerde apparatuur; zie PC+ jul 93; zie ook CMIP
  • CMS = Content Management System; systeem voor beheer van de gegevens van een website; onderscheid in E-CMS, I-CMS, L-CMS, P-CMS, T-CMS
  • CMT = Connection Management, FDDI process that handles the transition of the ring through its various states (off, active, connect, and so on), as defined by the ANSI X3T9.5 specification; zie http://www.cisco.com
  • CMTS = Cable Modem Termination System, a DOCSIS-compliant headend cable router; zie http://www.cisco.com
  • CMX = Compact Media Extension; zie http://www.qualcomm.com/
  • CMYK = cyan, magenta, yellow, printerkleuren; zie PC techniques jan 94
  • CN = Common Name, vaste gedeelte in een domeinnaam met wildcards
  • CnQ = Cool'n'Quiet; techniek die de klokfrekwentie en voltage van de processor aan de belasting van het systeem aanpast, om zo energie te besparen; zie PCM dec 07; zie ook PN!
  • CNR = Communication and Network Riser, standaard van Intel voor interfacekaart tussen moederbord en telefoon/netwerk-aansluiting, voorheen AMR; zie PCM sep 00
  • CNR-poort = connector op moederbord waarop CNR-interfacekaart wordt aangesloten; zie PCM sep 00; zie ook CNR
  • COBOL = Common Business-Oriented Language, programmeertaal
  • Cocoa = Framework van Apple voor MacOS X; zie http://www.apple.com
  • COD = Click Of Death; aanduiding voor falende iomega zip-drive die zip-disks vernietigt; zie http://www.grc.com/tip/clickdeath.htm
  • Codec = COmpresion/DECompression; aanduiding voor een techniek om dat zowel te coderen als decoderen
  • COFDM = Coded Orthogonal Frequency Division Multiplexing, techniek om meer kanalen per bandbreedte te gebruiken; gebruikt bij o.a. ADSL en digitale TV
  • Collision Detection = techniek om botsingen op het netwerk te detecteren; zie ook CSMA, CD
  • Collision domain = in Ethernet, the network area within which frames that have collided are propagated, repeaters and hubs propagate collisions, LAN switches, bridges and routers do not; zie http://www.cisco.com
  • COLP = Connected Line Identification Presentation; toont doorgeschakelde telefoonnummer; zie ook COLR
  • COLR = Connected Line Identification Restriction; toont uw doorgeschakelde telefoonnummer aan de ander; zie ook COLP
  • COM = Component Object Model; systeem van Microsoft voor uitwisseling van componenten in een objectgeorienteerd besturingssysteem; zie PCM okt 95
  • COM-Port = Communication Port, aansluiting op een PC voor een modem, muis
  • COM1; zie Com-port
  • COM2; zie Com-port
  • Common Ground = systeem voor platform-onafhankelijke bestandsuitwisseling; zie PC+ okt 93
  • Compiler = voegt programmacode samen tot objectcode en controleert de programmacode op syntaxfouten; compiler en linker kunnen in een programma zijn uitgevoerd; zie ook linker
  • Compound Document = document dat objecten (tekst, geluid, beeld enz) kan opslaan; zie DDJ maa 93, WinTech sep 94; zie ook CDA, DDIF, ODA
  • Concurrent PCI = Intel's verbetering op PCI; zie PC Pro dec 99
  • Connectoid = connection profile, bestand met regels voor inloggen op een netwerk via DUN; zie http://www.microsoft.com
  • CONP = Connection-Oriented Network Protocol, OSI protocol providing connection-oriented operation to upper-layer protocols; zie http://www.cisco.com; zie ook CMNS
  • Console = soelcomputer die wordt aangesloten op televisiescherm, zoals Playstation en Nintendo; zie Volkskrant okt 00
  • Cookie = data die vanaf een internet-site (tijdelijk) op uw computer wordt geplaatst
  • CoolType = techniek van Adobe om resolutie op beeldscherm optisch te vergroten; zie http://www.adobe.com
  • Copland = multi-tasking besturingssysteem voor de PowerMac; zie MacUser dec 94
  • COPS = Common Open Policy Service, quality-of-service (QoS) policy exchange protocol proposed as an IETF standard for communicating network QoS policy information; zie http://www.cisco.com
  • CORBA = Common Object Request Broker Architecture, architectuur voor een objectgeorienteerd systeem; zie PC+ jun 93 en PCM okt 95
  • Core 2 Duo; zie ook CoreÊDuo
  • Core Solo, Core Duo = processor van Intel, opvolger Pentium; zie AG jan 06
  • CoS = Class of Service, indication of how an upper-layer protocol requires a lower-layer protocol to treat its messages, in SNA subarea routing, CoS definitions are used by subarea nodes to determine the optimal route to establish a given session; zie http://www.cisco.com
  • COT = Continuity Test, requirement of the SS7 protocol specifications, it tests the bearer channels' status using either loopback or tone detection and generation; zie http://www.cisco.com
  • CP/M = Control Program for Microprocessors, besturingssysteem dat gebruikt werd op PC's begin jaren Ô80, 8-bits
  • CPCS = Common Part Convergence Sublayer, one of the two sublayers of any AAL, the CPCS is service-independent and is further divided into the CS and the SAR sublayers, the CPCS is responsible for preparing data for transport across the ATM network; zie http://www.cisco.com
  • CPE = Centrale Processor Eenheid, processor met bijbehorende elektronica; zie PC+ nov 92
  • CPE = Customer Premises Equipment: that portion of the ADSL system residing within the customer's premises; zie http://www.adsl.com
  • CPI-C = Common Programming Interface for Communications, platform-independent API developed by IBM and used to provide portability in APPC applications; zie http://www.cisco.com; zie ook APPC
  • CPLD = Complex Programmable Logic Device, chip met programmeerbare logische schakelingen
  • CPM = Critical Path Method; wiskundig model dat de duur van een project berekent op basis van duur van individuele taken en de afhankelijkheden daartussen; zie PC+ apr 96
  • CPU = Central Processing Unit, microprocessor chip; zie PC Advisor feb 99
  • CR = Carriage Return, het 13e teken in de Ascii-tabel
  • Crawler = same as robot
  • CRC = Cyclical Redundancy Check, methode waarbij na verzending de optelsom van alle verzonden bits wordt vergeleken.
  • CRF = Concentrator Relay Function CRMcell rate margin, one of three link attributes exchanged using PTSPs to determine the available resources of an ATM network; zie http://www.cisco.com
  • CRimm = Continuity Rimm, dummy module voor lege slots bij Rambus-geheugen; zie PCM feb 04; zie ook Rimm
  • CRL = Certificate Revocation List; zie www.mozilla.org
  • CRM = Customer Relationship Management; techniek waarbij het optimaliseren van alle contacten met de klant centraal staat (ook wel bekend als relatiemarketing of verkoopbeheersysteem) ; zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Customer_Relationship_Management
  • CRS = Common Runtime Services, library die zorgt voor de onderlinge afstemming van componenten tussen C# en VisualBasic.Net; zie PCM sep 00
  • CRT = Cathode Ray Tube, beeldscherm waarbij een straal electronen tegen een fosforlaag worden geschoten (verouderd); zie Byte feb 85
  • CRUD = Create, Read, Update, Delete; de vier basisoperaties die op een database uitgevoerd kunnen worden; zie http://nl.wikipedia.org/wiki/CRUD
  • Crusoe = processor van Transmeta, voor mobiele computers, energiezuinig; zie http://www.transmeta.com
  • CRV = Call Reference Value; zie http://www.cisco.com
  • CS = Convergence Sublayer, one of the two sublayers of the AAL CPCS, which is responsible for padding and error checking; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • CS-ACELP = Conjugate Structure Algebraic Code Excited Linear Prediction, voice compression algorithm providing 8 Kbps, or 8:1 compression, standardized in ITU-T Recommendation G.729; zie http://www.cisco.com
  • CSA = Client/Server Architectuur, systeem bestaande uit database (server), front-end (client) en middleware; zie PC+ okt 92
  • CSA = Carrier Serving Area: area served by a LEC, RBOC or telco, often using Digital Loop Carrier (DLC) technology; zie http://www.adsl.com
  • CSA = Communications Streaming Architecture, speciale netwerkbus in Intel-processors; zie PCM okt 03
  • CSA = Common Scrambling Algorithm; encryptie voor digitale video; zie PCM jun 07
  • CSDB = Client/Server database; consists of client application (front end), data access layer (middleware) and database server (database engine, DBMS, data source or back-end); zie MacTech jun 95
  • CSI = Called Subscriber Identification, an identifier whose coding format contains the telephone number from a remote fax terminal; zie http://www.cisco.com
  • CSI = Code Sequence Identification ; zie http://www.lavasoftusa.com/
  • CSI = Convergence Sublayer Indicator., veld bij ATM, used for residual time stamp for clocking; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • CSLIP = Compressed Serial Link Internet Protocol, extension of SLIP that, when appropriate, allows just header information to be sent across a SLIP connection, reducing overhead and increasing packet throughput on SLIP lines; zie http://www.cisco.com; zie ook SLIP
  • CSMA/CA = Carrier Sense Multiple Access/Collision Avoidance, netwerktoegangsysteem gebruikt bij IEEE 802.11 WLANs; zie Byte feb 85
  • CSMA/CD = Carrier Sense Multiple Access/Collision Detect, netwerk waarbij meer stations tegelijk toegang tot het netwerk hebben en botsingen kunnen detecteren, b.v. Ethernet; zie PCM sep 87
  • CSNP = Complete Sequence Number PDU, PDU sent by the designated router in an OSPF network to maintain database synchronization; zie http://www.cisco.com
  • CSS = Cascading Style Sheets, HTML extensie voor het gebruik van sjablonen, met x-as, y-as en z-as, pagina's erven opmaak van bovenliggend pagina's; zie PCM jul 98, http://www.w3.org; zie ook DHTML
  • CSS = Computer Security System, wachtwoordbeveiliging in BIOS van PC; zie PC+ okt 92
  • CSS = Content Scrambling System, beveiliging beeld dmv color bursts bij DVD; zie PCM okt 01
  • CSS-DOM = API for manipulating CSS ; zie http://www.w3.org/
  • CSU = Channel Service Unit, DSP voor telecommunicatiedoeleinden
  • CSU = Compaq Survey Utility - remote servey a server via internet, maakt gebruik van RCGI; zie www.compaq.com; zie ook RCGI
  • CTD = Cell Transfer Delay, in ATM, the elapsed time between a cell exit event at the source UNI and the corresponding cell entry event at the destination UNI for a particular connection; zie http://www.cisco.com
  • CTI = Computer Telephony Integration, name given to the merger of traditional telecommunications (PBX) equipment with computers and computer applications; zie http://www.cisco.com
  • CTOS = besturingssysteem
  • CTS = Clear To Send; signaal van modem naar computer; zie PCM jul 87; zie ook RTS
  • CTS = Common Transport Semantic, cornerstone of the IBM strategy to reduce the number of protocols on networks, CTS provides a single API for developers of network software and enables applications to run over APPN, OSI, and TCP/IP; zie http://www.cisco.com
  • CTS = Common Type System, structuur voor programmacode in .net; zie http://www.microsoft.com
  • CUA = Common User Access, interface van OS/2
  • CUDA = Compute Unified Device Architecture; architectuur en ontwikkelomgeving van nVidia voor parallel computing van GPU's; zie http://www.nvidia.com/; zie ook GPU
  • Cufon = method of substituting a header rendered in a plain old web font rendered as SVG using javascript; zie http://dev.opera.com/; zie ook sIFR, NIRF, FLIR
  • CUG = Closed User Group
  • CUP = Compatible Upgrade, software versie voor speciale concurrentiedoeleinden, lager geprijsd
  • CUPS = Common Unix Printing System, gebruikt IPP; zie ook IPP
  • CURL = Programmeertaal voor Rich Internet Applications (RIA); excellent performance, strong graphics support; zie http://www.curl.com/
  • CVE = Centrale Verwerkingseenheid; zie CPU
  • CVE = Common Vulnerabilities and Exposures, database met beveiligingslekken; zie PCM dec 02, http://cve.mitre.org
  • CW = Call Waiting; (telecom) oproep in wacht; zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • D = programmeertaal van Digital Mars; zie http://www.digitalmars.com/d/
  • D-Cache = Data-Cache, onderdeel van level 1 cache van Pentium 4; zie PCM nov 00
  • D-TLB = Data Translation Lookaside Buffer, onderdeel van level 1 cache van Pentium 4; zie PCM nov 00
  • D3D = Direct3D, onderdeel van DirectX voor de ondersteuning van 3D-kaarten; zie PCM jan 98
  • DAAP = Digital Audio Access Protocol, techniek van Apple om audio-bestanden te delen via internet; zie PCM jul 03, http://www.applemusic.com
  • DAB = Digital Audio Broadcasting; combinatie van draadloos internet, tv en radio; zie PCWorld mrt 04; zie ook DMB
  • DAC = Digital/Analog Converter; schakeling die digitale signalen (b.v. van compact disc) omzet naar analoge signalen (b.v. voor een geluidsinstallatie)
  • DAC = Direct Access Component
  • DAC = Discretionary Access Control; bij Unix toegangsrechten op basis van lees, schrijf en uitvoerrechten van directories; minder strict en minder veilig dan MAC; zie PCM mrt 07; zie ookMAC, RBAC
  • DAE = Digital Audio Extraction, grabben, rippen, omzetten audio-cd's naar MP3; zie PCM mrt 00
  • Daemon = programma dat in de achtergrond draait zonder interface
  • DAFS = Direct Access File System, a new file access protocol designed to take advantage of standard memory-to-memory interconnect technologies; zie http://www.hp.com/
  • DAO = Data Access Objects
  • DAO = Disc At Once, mogelijkheid om een exacte kopie van een cd te maken; zie MacFan jan 00
  • DARPANet = voorloper van internet
  • Darwin = kernel van MacOS X; zie MacFan mei 01; zie ook aqua
  • DAS = Direct Attached Storage; interne harddisk of gekoppeld aan computer, t.o.v. NAS; zie http://www.storagesearch.com/; zie ook NAS
  • DAT 72 = digitale tape met opslagcapaciteit van 36 GB, opvolger DDS-4; zie PCWorld mei 04; zie ook DDS, 4
  • Data Striping = spreading data evenly over multiple disk drives to enhance performance; zie http://www.lacie.com
  • Data warehouse; zie Datawarehousing
  • Databus = programmeertaal van Datapoint; zie http://www.datapoint.com/
  • Datanet 1 = landelijk netwerk van PTT, gebaseerd op X.25, max 64k; zie PC World jan 89
  • Datawarehouse; zie Datawarehousing
  • Datawarehousing = EIS haalt gegevens op uit diverse databases en koppelt die; zie Data Based Advisor nov 94, PC+ dec 94
  • DAV = Data Valid, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • DAX = Delphi ActiveX, framework van Borland voor COM-applicaties; zie http://www.borland.com/
  • DB = Database
  • DBCS = Double Byte Character Set
  • DBMS = Database Management Systeem
  • DBS = Direct Broadcast Satellite; (TV-)uitzending via satelliet; zie http://www.dolby.com/
  • DC = Domain Controller, programma die toegang regelt tot een netwerk; zie windows2000 magazine, jan 01
  • DC = Direct Connect; protocol voor uitwisseling bestanden via internet; zie PCM mrt 07
  • DC, DC-Client = Distributed Computing, techniek waarbij een programma over meer computer wordt uitgevoerd; de client haalt bij de server een brokje te verwerken informatie op en stuurt na een tijdje de resultaten terug; zie MacFan nov 03
  • DCAP = Data Client Access Protocol, zorgt voor netbios over tcp/ip, snellere versie van DLSw; zie http://www.cis.ohio-state.edu/
  • DCB = Data Control Block
  • DCC = Direct Client to Client, protocol used on IRC that allows users to chat directly without having to go through an IRC server, thereby keeping conversations private; zie C|Net glossary
  • DCC = Digital Content Creation, het maken of bewerken van afbeeldingen, audio of video op een computer
  • DCE = Data Communications Equipment, modemkant van datacommunicatie via seriële kabel; zie PCM jul 87; zie ook DTE
  • DCE = Distributed Computing Enviroment; zie DDJ jul 93
  • DCL = Device Clear, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • DCP = Device Control Protocol, ontwikkeld door RVS-COM
  • DCR = Dynamic Component Resource, bestand met attributen (bitmaps, icons) voor Delphi
  • DCT = Diskrete Cosinustransformatie, dient als basis voor compressie van kleurenafbeeldingen; zie Elektuur apr 94
  • DD, DD5.1 = Digital Dolby; standaard voor surround sound, verbeterde versie van Dolby Surround; het cijfer voor de punt geeft het aantal kanalen, het cijfer na de punt het aantal LFE-kanalen; zie http://www.dolby.com/
  • DDE = Dynamic Data Exchange, techniek van Microsoft voor communicatie tussen programma's, de oproepende kant wordt DDE Client genoemd en de beantwoordende kant wordt DDE Server genoemd; zie PCM sep 90
  • DDI = Direct Dial In, bij ISDN; zie Telecommag okt 94
  • DDIF = Digital Document Interchange Format, formaat van CDA-documenten; zie DDJ maa 93; zie ook DDIS
  • DDIS = Digital Document Interchange Standard, opslagformaat van CDA-documenten, subset van ASN.1; zie DDJ maa 93; zie ook DDIF
  • DDL = Data Description Language; commando's voor beheer tabellen, b.v. CREATE TABLE bij SQL; zie ook DML
  • DDNS = Dynamic Domain Name System, DNS-server die zich aanpast als een IP-adres in het domein wijzigt; zie PCM okt 99
  • DDoS = Distributed Denial of Service, manier om een internetserver aan te vallen; zie PCM mei 00; zie ook Dos
  • DDP = Datagram Delivery Protocol, netwerkprotocol die de verzending van pakketten over een netwerk regelt; zie Byte feb 85
  • DDR = Double Data Rate, bij SDRAM, Double Data Rate Synchronous DRAM, kan 2x per klokcyclus data versturen, op de opgaande flank en de neergaande flank; zie PCM mrt 00; zie ook SDR
  • DDR-SDRam; zie DDR en SDRam
  • DDR2, DDR-2, DDR-II = Double Data Rate versie 2, opvolger van DDR, combineert twee ddr-modules, lager stroomverbruik en hogere prestaties; zie PCM mrt 04; zie ook DDR
  • DDR3 = geheugenmodule, opvolger van DDR2; zie PCM okt 07
  • DDR3, DDR-3 = geheugenmodule met snelheden van 800 -1066 MHz; zie PCM nov 04; zie ook DDR2
  • DDR4, DDR-4 = geheugenmodule met snelheden vanaf 800 MHz; energiezuiniger dan ddr3; zie PCM jun 07; zie ook DDR3
  • DDS = Digital Data Storage
  • DDS = Data Distribution Service; zie http://www.omg.org/; zie ook UML
  • DDS-4 = digitale tape met opslagcapaciteit van 25 GB
  • Deamon = programma dat in de achtergrond draait bij Unix, b.v. printer spooler; zie PCM okt 00
  • Debugger = Utility om fouten te zoeken in een programma door de werking stap voor stap te volgen
  • DECT = Digital European Cordless Telecommunications, digitale telefooncentrale voor mobiele telefoons; zie PC+ mei 95
  • Dedicated server = server die is gericht op een bepaalde taak, b.v. database opslag
  • DEE (Digital DEE) = Dynamic Exposure Extender; bij scannen donkere partijen verhelderen zonder dat de lichte partijen uitbleken; zie MacFan jan 06; zie ook ICE, ROC
  • Default = standaardwaarde die gebruikt wordt wanneer geen andere waarde is opgegeven
  • Delphi = programmeeromgeving van Borland, gebaseerd op de programmeertaal Pascal; zie http://www.borland.com
  • Delta guide = handleiding waarin alleen de wijzigingen aan een apparaat/programma zijn opgenomen, complement van handleiding
  • Delta-V = a next-generation Web configuration management specification that is part of the WebDAV family of IETF standards; zie http://www.altova.com/; zie ook WebDAV
  • DEM = Digital Elevation Model, bestandsformaat voor digitale landschappen; zie MacFan mrt 03
  • DEP = Data Execution Prevention; systeem van Microsoft tegen virussen die gebruikmaken van een buffer-overrun; zie PCM sep 04
  • DES = Data Encryption Standard; beveiligingsalgoritme; zie PC+ okt 92, PC+ apr 96
  • Descreen = elimineert interferentiepatronen bij het scannen van originelen die bestaan uit dots, zoals krantenfoto's; zie Pc Pro apr 00
  • Desktop = metafoor voor een werkblad met documenten en gereedschappen; desktop computer: met horizontale kast die onder een monitor past, i.t.t. tower model of laptop; desktop theme: zie theme
  • Detached process = background process, taak in de achtergrond; ook batch process; zie PC Techniques okt 93.
  • DEU = Disc Encryption Unit, stuureenheid van Tulip voor versleutelen van data naar de harddisk; zie PC+ okt 92
  • DevFS = Device File System, dynamisch device beheersysteem van Linux; zie PCM okt 00
  • DFP = standaard van Digital Flat Panels Group voor aansluiten digitale beeldschermen; zie PC Advisor jun 00; zie ook DVI
  • DFS = Distributed File System
  • DFS = Dynamic Frequency Selection; standaard bij draadloze netwerken waarbij de frequency wordt aangepast als een radar wordt gedetecteerd (om radar niet in de weg te zitten); zie Pc Pro okt 02
  • DFS = Data File System; service op Windows Server 2003 voor beheer gedeelde directories; zie PCM sep 05
  • DFSR = Data File System Replication; service op Windows Server 2003 voor synchroniseren remote directories; zie PCM sep 05
  • DGPS = Differential GPS, systeem dat gebruik maakt van radiostations op de grond om nauwkeuriger te navigeren, verschilt van WAAS omdat de GPS-ontvanger het moet ondersteunen; zie PCM feb 04; zie ook GPS, WAAS
  • DHCP = Dynamic Host Configuration Protocol, protocol van IETF om computers automatisch van IP-adres te voorzien, (RFC 2131)
  • DHES = Direct Heat Exhaust System, techniek om efficient en geruisloos warmte af te voeren; zie PCWorld jan 04
  • DHTML = Dynamic HTML, verzamelnaam voor opmaaktechnieken als CCS, DOM, javascript, etc; zie PCM jul 98; zie ook www.pcmweb.nl, dhtml
  • DICE = Dynamic Independent Core Engagement; techniek van AMD om snelheid van elke processorkern afzonderlijk te regelen; zie http://www.amd.com/
  • DID = Direct Inward Dialing; voorziening om een gewoon telefoonnummer door te sturen naar een VoIP-nummer, soms ook genoemd Òvirtueel nummerÓ
  • DIG64 = Developers Interface Guide voor de 64 bits processor Itanium
  • Digibeet = wie onbekend is met deze site
  • Digital DEE = Dynamic Exposure Extender; bij scannen donkere partijen verhelderen zonder dat de lichte partijen uitbleken; zie MacFan jan 06; zie ook ICE, ROC
  • Digital GEM = Grain Equalization and Management; bij scannen techniek om korrelvorming tegen te gaan; zie MacFan jan 06; zie ook ICE, ROC, DEE
  • Digital ICE = systeem om vuiltjes en krasjes in foto's tijdens het scannen te verwijderen; zie PCM okt 01; zie ook DEE, GEM, ROC
  • Digital ROC = Restoration Of Color, systeem waarmee verkleurde dia's tijdens het scannen op kleur gebracht worden; zie PCM okt 01; zie ook ICE
  • DIL = Dual In Line, chip met aan 2 kanten aansluitingen
  • DIMM = Dual In-Line Memory Module, een module met aan een kant zowel voor als achter contacten (168-pins) en met verscheidene geheugen-chips erop; zie http://www.goldenram.com; zie ook RAM, SIMM, SO
  • DIN = Deutsche Industrie Norm; zie http://www.din.de
  • DIP = Document Image Processing, systeem met scanner, documentopslagsysteem en retrievalsysteem, "the paperless office"; zie Byte jul 89
  • DIP = Dual In Line Package, component in DIL-formaat
  • DirectAGP = techniek van Intel waarbij de grafische chip direct het gedeelde geheugen raadpleegt; zie PCM nov 99; zie ook AGP
  • DirectX = technologie van Microsoft met zo kort mogelijke verbinding tussen software en hardware met als doel snelheidswinst; zie PCM okt 96
  • DIS = Document Information System; zie PC+ aug 92
  • DiskT@2 = Disk Tattoo, techniek om een brandmerk op een CDR te branden; zie PCM okt 02
  • DisplayPort = beoogde standaard voor beeldschermaansturing; bandbreedte 10,8 Gb/s; rechtenvrij; beter dan hdmi; werkt met DPCP; zie PCM okt 05; zie ook hdmi
  • Distributed file sharing = techniek waarbij gebruik kan worden gemaakt van bestanden die op verschillende servers staan, op internet, voorbeeld: Napster; zie PCM nov 00
  • DIT = Directory Information Tree, bij Active Directory
  • Dithering = printing process of simulating additional colours or shades by mixing available colours and varying dot sizes and spacing; zie PC Advisor jun 00
  • DivX = Ditgital Video Express, standaard voor compressie van video, combineert mp3-geluid met mpeg4-video; versie 3.11 is een illegale versie, versie 4 bevat fouten, versie 5 bevat spyware; zie MacFan jul 01, PCM jan 04
  • DJV = extensie voor DjVu graphics
  • DLC = Digital Loop Carrier; zie http://www.adsl.com
  • DLCI = Data-Link Connection Identifier. Value that specifies a PVC or SVC.in a Frame Relay network; zie http://www.polycom.com
  • DLL = Dynamic Link Library; verzameling software-routines die door meer programma's gebruikt kunnen worden
  • DLNA = Digital Living Network Alliance, samenwerking van diverse bedrijven die een richtlijn hebben uitgegeven hoe digitale audio- en video-apparatuur met elkaar kan communiceren; zie http://www.dlna.org/; zie ook DMC, DMP, DMR
  • DLP = Digital Light Processing, techniek waarbij licht gestuurd wordt met een chip met duizenden kleine spiegeltjes; beamer met DLP staat tegenover LCD-projector, voordelen: scherper beeld en stiller, nadelen: minder lichtopbrengst en minder kleurecht; zie MacFan mrt 03
  • DLP = Data Loss Prevention; aanduiding voor producten die gegevensverlies proberen te voorkomen, dit gaat om gebruik van data, netwerk-activiteiten en opslag van data; zie Computable feb 09
  • DLR = Dynamic Language Runtime; set of services from Microsoft that run on top of the CLR; can be used to implement dynamic languages like Python and Ruby on the .NET Framework; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Dynamic_Language_Runtime; zie ook CLR
  • DLSw = Data Link Switching Protocol, zorgt voor netbios over tcp/ip, vervangen door DCAP; zie http://www.cis.ohio-state.edu/; zie ook DCAP
  • DLT = Digital Linear Tape, cassetteband voor backupdoeleinden
  • DMA = Direct Memory Access; techniek waarbij randapparatuur rechtstreeks het geheugen kan benaderen (naast de CPU); zie PCM feb 90
  • DMA = Digital Media Adapter; koppeling tussen AV-apparatuur en netwerk; zie http://www.netgear.com/
  • DMB = Digital Multimedia Broadcasting; combinatie van draadloos internet, tv en radio; energiezuinig; zie PCWorld apr 04; zie ook DAB
  • DMC = Digital Media Controller, device finds content on DMS and plays it on DMR; zie http://www.dlna.org/; zie ook DMR, DMS
  • DMD = Digital Mirror Device; zogenoemde digitale spiegel, wordt gebruikt in DLP-beamers; zie PCM aug 03; zie ook DLP
  • DMDScript = versie van ECMAScript van Digital Mars, twee keer sneller dan JScript; zie http://ww.wikipedia.org/; zie ook Ecmascript
  • DME = Distributed Management Environment, systeem van OSF voor gedistribueerde verwerking, bouwt voort op DCE; zie pc+ dec 93
  • DMF = Distributed Media Format, diskette van 1.6 MB
  • DMI = Desktop Management Interface, module van Windows die informatie over de lokale hardware op de computer bijhoudt; zie PC Pro apr 00
  • DMI = Desktop Management Interface, standaard voor het centraal beheren van werkplekcomputers; zie PC+ jul 93
  • DML = Data Manipulation Language; commando's voor beheer data, b.v. SELECT en UPDATE bij SQL; zie ook DDL
  • DMP = Digital Media Player, device finds content on DMS and provides playback and rendering capabilities, e.g. TV; zie http://www.dlna.org/; zie ook DMS
  • DMR = Digital Media Renderer, zet een digitale mediastream om in b.v. beeld, b.v. TV; zie http://www.dlna.org/; zie ook DMC, DMS
  • DMS = Digital Media Station; computer voor multi-media-gebruik: tv, digitale video, home theatre system; doorgaans stil en met attractieve vormgeving; zie http://www.higrade.com
  • DMS = Document Management System
  • DMS = Digital Media Server, device stores content and makes it available to networked DMPs and DMRs; zie http://www.dlna.org/; zie ook DMP, DMR
  • DMS-59 = Dual Monitor System, connector voor grafische kaart voor 2 DVI of 2 VGA monitoren; zie http://www.dailytech.com/ feb 06; zie ook DVI
  • DMT = Discrete Modulation Tone, lijncoderingsmethode bij Adsl, beter geschikt dan CAP bij lijnen die last hebben van storingen; zie PCM apr 00; zie ook CAP
  • DNB = Dedicated Network Bus ; zie http://www.intel.com/
  • DNG = Digital Negative Specification; bestandsformaat van Adobe voor foto-bestanden (raw photo format); zie Volkskrant sep 04
  • DNS = Domain Name Server; systeem dat de locatie van een computer op internet a.d.h.v. de naam kan achterhalen; zie ook DDNS
  • DOCSIS, EuroDOCSIS = Data Over Cable Service Interface Specification; norm voor internet over de (televisie)kabel; versie 1 38 Mbit/s, versie 2 40 Mbit/s, versie 3 160 Mbit/s; zie PCM feb 07; zie ook Etth
  • DOD = Dial On Demand, techniek bij ISDN om alleen verbinding te maken als dat nodig is; zie ook BOD
  • DOF = Degrees Of Freedom; aantal bewegingsrichtingen bij virtual reality; zie PCM okt 95
  • Dolby Digital (AC-3) = digitaal geluidssysteem met 5 luidsprekerboxen en een subwoofer; zie PC Format aug 00
  • Dolby Pro Logic = five-speaker surround audio system, analoog; zie PC Format aug 00
  • DOM = Document Object Model, systeem om scriptingtechnieken aan javascript, html-tags, etc toe te voegen, tree-based; zie PCM jul 98, zie ook http://www.w3.org; zie ook DHTML
  • Dongle = schakeling die een unieke sleutel bevat t.b.v. kopieerbeveiliging van software
  • DOS = Disk Operating System, b.v. MSDOS, PCDOS
  • DoS = Denial of Service, internetcommando dat soms gebruikt wordt om een server plat te leggen (DoS Attack); zie ook DDos
  • DOT = Dynamic Overclocking Technology; techniek van MSI om klokfrequentie te verhogen als de werkdruk van de processor toeneemt; zie PCM okt 04
  • Dotnet = (.NET), platform voor internettoepassingen van Microsoft; zie PCM sep 00
  • double-channel bonding = techniek om bij WiFi twee kanalen tegelijk te gebruiken; dubbele doorvoersnelheid maar de helft minder kanalen beschikbaar; zie http://www.netgear.com
  • DP = Distributed Processing, Client/Server Model; zie Byte jul 89, MacTech mrt 96
  • DPCP = DisplayPort Content Protection; kopieerbeveiliging bij DisplayPort; zie PCM sep 08
  • DPF = Discrete Packet Format, formaat bij digitale tape waarbij de data in pakketjes wordt gesplitst; zie Pc Pro mrt 03
  • Dpi = Dots per inch, aanduiding van de resolutie waaropeen beeld gescand of geprint wordt; zie Pc Pro apr 00
  • DPI = Deep Packet Inspection; techniek om de soort data van een netwerkpakket te analyseren; zie AG feb 09
  • DPMI = Dos Protected Mode Interface, API voor het gebruik van DOS-functies in Windows; zie http://www.microsoft.com
  • DPOF = Digital Print Order Format, standaard voor digitale camera's om foto's direct te kunnen afdrukken; zie PCM mrt 2004
  • DPS = Direct Print Standard, technology voor compatibiliteit tussen printers en digitale camera's; zie PC Pro feb 03
  • DQ DAF = Double Quadrapole Dynamic Astigmatism Focus, bij plasma/lcd, zorgt ervoor de scherpte van de beelden aan de randen te behouden; zie http://www.panasonic.nl/Glossario_Main.asp
  • DQDB = Distributed Queue Dual Bus, uitvoering van MAN; zie PC+ sep 92
  • DQPS = Dos Query Process Status, API voor OS/2 voor het opvragen van systeeminformatie; zie DDJ aug 94
  • DR = Disaster Recovery; zie Pc Pro mrt 03
  • DR-DOS = besturingssysteem van Digital Research; verbeterde MS-DOS
  • DRAM = Dynamic Random Access Memory, geheugenchip waarbij om de paar milliseconden de inhoud opnieuw ververst moet worden, goedkoop en eenvoudig te produceren; zie http://www.goldenram.com; zie ook DRAM, EDO-RAM, EDRAM
  • DRDA = Distributed Relational Data Architecture, structuur waarmee het mogelijk is relationele dbms'en van verschillende leveranciers met elkaar te koppelen; zie DB/M sep 94
  • DRI = Dirct Rendering Infrastructure, infrastructuur voor DRM; zie PCM okt 00; zie ook DRM
  • Driver = stuurprogramma voor een device; zie http://www.driverguide.com
  • DRM = Digital Rights Management, kopieerbeveiliging voor film- en geluidsbestanden; zie MacFan mrt 00
  • DRM = Direct Rendering Manager, systeem op Linux waarmee gebruikssoftware grafische 3D-hardware aanspreekt zonder tussenkomst van de kernel; zie PCM okt 00
  • DS0 = Digital Signal 0: 64 kbps digital representation of voice; zie http://www.adsl.com
  • DS1 = Digital Signal 1: Twenty four voice channels packed into a 193 bit frame and transmitted at 1.544 Mbps; the unframed version, or payload, is 192 bits at a rate of 1.536 Mbps; zie http://www.adsl.com
  • DS2 = Digital Signal 2: Four T1 frames packed into a higher level frame transmitted at 6.312 Mbps; zie http://www.adsl.com
  • DSD = Direct Stream Digital, opnametechniek voor SACD; zie PCM apr 05; zie ook DST
  • DSDM = Dynamic System Development Method, incrementele, iteratieve en interactieve systeemontwikkeling; zie AG nov 02; zie ook RAD
  • DSL = Digital Subscriber Line, digitale verbinding zoals ISDN en ADSL, VDSL, SDSL
  • DSLAM = Digital Subscriber Line Access Multiplexer, koppeling tussen internet en Adsl-netwerk (b.v. van KPN); zie PCM apr 00
  • DSML = Directory Services Markup Language; standaard voor benaderen directory services; zie AG jun 09; zie ook LDAP
  • DSN = Data Source Name, a set of ODBC driver connection parameters; zie http://www.iodbc.org
  • DSO = Dynamic Shared Objects, PHP-versie van DLLs; zie http://www.php.net/; zie ook DLL
  • DSOM = Distributed SOM; zie SOM
  • DSP = Digital Signal Processor; speciale processor die geschikt is voor één bepaalde taak, b.v. de verwerking van audio- en video-signalen; de signalen worden software-matig verwerkt
  • DSP = Data Set Provider, component dat de verbinding is tussen database en client; zie http://delphi.about.com/
  • DSS = Decision Support System, toepassing van datawarehousing
  • DSS = Digital Signature Standard; zie DDJ jan 93
  • DSS = Digital Speech Standard, compressieformaat voor spraakbestanden; zie PCM jun 05
  • DSSS = Direct Sequence Spread Spectrum, techniek voor draadloze communicatie, uses a radio transmitter to spread data packets over a fixed range of the frequency band; zie http://www.maccity.nl/, http://www.wi-fi.com/glossary.asp; zie ook FHSS
  • DSSSL = Document Style Semantics and Specifications Language, SGML extensie voor het gebruik van sjablonen; zie http://www.jclark.com/dsssl/
  • DST = Direct Stream Transfer, audio-codec gebruikt bij SACD; zie PCM apr 05; zie ook DSD
  • DSU = Digital Service Unit; device between a user's data terminal equipment (DTE) and a common carrier's digital circuits; zie http://www.compudynamics.com; zie ook DTE
  • DSU = Data Service Unit, device used in digital transmission that adapts the physical interface on a DTE device to a transmission facility such as T1 or E1; often referred to together with CSU, as CSU/DSU. See also CSU..; zie http://www.cisco.com; zie ook CSU
  • DTCP-IP = Digital Transmission Content Protection over IP; open-standards solution for protecting content delivered between digital home products over wired and wireless networks; zie http://www.intel.com
  • DTD = Document Type Definition, beschrijving van de structuur van een SGML/HTML/XML-document; zie http://www.w3.org
  • DTE = Data Terminal Equipment, computerkant van datacommunicatie via seriële kabel; zie PCM jul 87; zie ook DCE
  • DTH = Direct To Home; (TV-)uitzending via de kabel; zie http://www.dolby.com/
  • DTIM = Delivery Traffic Indication Message; a message included in data packets that can increase wireless efficiency.; zie http://www.linksys.com
  • DTP = Desktop Publishing, opmaken en drukken aan je eigen bureau; zie PCM okt 87
  • DTR = Data Transfer Rate
  • DTR = Data Terminal Ready
  • DTS = Digital Theatre Sound, systeem voor rondom geluid, hoogwaardige variant van Dolby Digital; zie PC Format aug 00
  • DTS = Data Transformation Services, import/expiort-functies voor SQL Server; zie windows2000 magazine, jan 01
  • DTV = DeskTop Video; het bewerken van videopresentaties op de eigen computer; zie MacFan mrt 02
  • DTV = Digital TV, digitale televisie-uitzending via kabel, ether of satelliet; zie ook DVB
  • Dual PPP = PPP over twee kanalen (waarbij 2 modems gesimuleerd worden), dubbele snelheid; zie PCM jun 00; zie ook PPP
  • Dual-Bios = moederbord met reserve BIOS-chip; zie PCM okt 04; zie ook BIOS
  • Dualdisc = combinatie van CD en DVD met aan de ene kant een CD en aan de andere kant een DVD; zie http://www.dualdisc.com/
  • DUN = Dial-Up Networking, programmatuur voor internet-toegang via modem; zie http://www.microsoft.com
  • Duron = processor van AMD, lite-versie van Athlon; zie PCM sep 00
  • DUS = Dial-Up Scripting, programmatuur van Microsoft tbv DUN
  • DV = Digital Video
  • DVB = Digital Video Broadcasting; Europese standaard voor digitale tv; uitbreiding op de mpeg-2 standaard; digitale signaal wordt versleuteld met CSA; zie PC Magazine dec 03, PCM jun 07; zie ook DVB-C, DVB-H, DVB-S
  • DVB-C = Digital Video Broadcasting-Cable, standaard voor digitale kabeltv; in Nederland gebruikte versleuteling: Irdeto2 of Nagravision; zie PCM mei 04
  • DVB-H = Digital Video Broadcasting-Handheld; standaard voor digitale tv voor draagbare apparaten, energiezuinig; zie PCWorld nov 04
  • DVB-H2 = Opvolger van DVB-H met betere zendkwaliteit; zie PCM aug 08
  • DVB-S, DVB-S2 = Digital Video Broadcasting-Satellite, standaard voor satelliet-tv; DVB-S2 is bedoeld voor hdtv; zie PCM mei 04
  • DVB-SH = DVB-H voor gebruik met satelieten; zie PCM aug 08
  • DVB-T = Digital Video Broadcasting-Terrestrial, standaard voor digitale tv via de lucht, in Nederland: Digitenne; zie PCM mei 04
  • DVD = Digital Versatile Disc (voorheen Digital Video Disc); zie elektuur mrt 95; zie ook HD-CD
  • DVD+Audio = techniek van Eximius om audio-dvd's te maken die op elke dvd-speler afgespeeld kan worden; tot 45 uur op 1 dvd; zie PCM mei 04; zie ook DVD-Audio
  • DVD+RW = DVD write many, 3 GB (ook 4,7 GB); compatible met meeste (recente) dvd-spelers; beperkt herschrijfbaar: 1000x; zie PC Plus jan 00
  • DVD-9 = Dual-layer DVD+r-schijf met een capaciteit van 8,5 GB; zie PC Magazine dec 03
  • DVD-Audio, DVD-A = techniek voor een schijf die zowel in een cd-speler als in een dvd-speler werkt (nauwelijks gebruikt); zie PCWorld mei 04
  • DVD-Plus = hybride disc met aan de ene kant een audio-cd en de andere kant een dvd; ook genoemd Dualdisc; werkt niet op alle spelers; zie PCWorld mei 04
  • DVD-R = DVD Recordable; write once, 4,7 GB; compatible met meeste DVD-spelers; zie PC Plus jan 00
  • DVD-RA = DVD-R voor authoring; zie PCM okt 03; zie ook DVD-R
  • DVD-RAM = DVD write many; 2,6 of 4,7 GB; niet compatibel met DVD-R, DVD -RW en DVD +RW; goedgekeurd door het dvd-forum; lage prijs per megabyte; geschikt voor veel herschrijven; zie PC Plus jan 00
  • DVD-RG = ?; zie PCM okt 03
  • DVD-ROM = DVD read only; zie PC Plus jan 00
  • DVD-RW ook: DVD-R/W = DVD ReWritable, write many, 3 GB (ook 4,7 GB); niet compatible met alle dvd-spelers; beperkt herschrijfbaar: 1000x; zie PC Plus jan 00
  • DVD-Video = MPEG-2 video op DVD, gebonden aan DVD regio codes; zie PC Plus jan 00
  • DVD-VR = DVD Video Recording, write once; zie PC Plus jan 00
  • DVE = Digital Video Effects; zie PCM jun 00
  • DVI = Digital Visual Interface, specificatie voor digitale video, opvolger van VGA; zie PC Plus mei 99; zie ook DVI-A, DVI-D, DVI-I
  • DVI = Digital Video Input; zie MacFan mrt 01
  • DVI-A = DVI-aansluiting voor analoge beeldschermen; compatibel met VGA; zie PCM apr 05; zie ook DVI
  • DVI-CE = DVI-aansluiting voor consumentenelektronica die bivoorbeeld is uitgebreid met geluid; nog geen standaard; zie PCM apr 05; zie ook DVI
  • DVI-D = DVI-aansluiting voor digitale beeldschermen; zie PCM apr 05; zie ook DVI
  • DVI-I = DVI-aansluiting voor digitale beeldschermen; zie PC Plus mei 99; zie ook DVI
  • DVI-I = DVI-aansluiting voor zowel analoge als digitale beeldschermen; zie PCM apr 05; zie ook DVI
  • DVI-V = DVI-aansluiting voor analoge beeldschermen; zie PC Plus mei 99; zie ook DVI
  • DVMT = Dynamic Video Memory Technology, techniek waarbij hoeveelheid gedeeld videogeheugen dynamisch wordt geregeld; zie PCM nov 99
  • dvorak = toetsenbordindeling, die sneller te leren is dan qwerty; zie http://dvorak.nl/
  • DVR = Digital Video Recordor
  • DVR-MS = Microsoft Digital Video Recording; formaat voor opslag digitale video; bevat ASF met metadata; zie PCM sep 07
  • DWF = drawing web format; file-formaat waarmee efficient CAD-bestanden over het net kunnen worden verzonden; zie PC+ apr 96
  • DXF = uitwisselingsformaat voor CAD-bestanden; zie PCM nov 95
  • DXTC = DirectX Texture Compression, compressietechniek van Microsoft voor oppervlaktes, onderdeel van DirectX6; zie PCM feb 00
  • E.164 = standaard van International Telecommunication Union (ITU) die het formaat van telefoonnummers over de gehele wereld definieert; zie http://www.verisign.com/
  • E-CMS = Enterprise Content Management System; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Content_management_system; zie ook CMS
  • E-commerce = electronic commerce, elektronische handel, verkoop via internet
  • E-IDE, EIDE = Enhanced IDE, 50% sneller dan IDE, geschilkt voor schijven > 512 MB; zie PCM jun 94; zie ook IDE
  • E-mail (email) = Electronic mail, post verstuurt via internet of intranet; zie ook IMAP, MAPI, MIME
  • e-sata = Extended sata, snellere versie van sata; zie PCM feb 07; zie ook sata
  • E1 = European basic multiplex rate which packs thirty voice channels into a 256 bit frame and transmitted at 2.048 Mbps; zie http://www.adsl.com
  • E164 = Enum 164; methode om nummers in het DNS van Internet op te slaan; wordt gebruikt voor VoIP; zie http://www.e164.org/
  • E3 = Wide-area digital transmission scheme used predominantly in Europe that carries data at a rate of 34.368 Mbps; zie http://www.cisco.com/
  • E4X = ECMAScript for XML; zie http://www.ecma-international.org/; zie ook Ecmascript
  • EAI = Enterprise Application Integration
  • EAP = Extensible Authentication Protocol, toegangscontrole bij WPA; zie http://www.wi-fi.org; zie ook WPA
  • EAP-AKA = EAP Authentication and Key Agreement; similar to EAP-SIM, but meets the needs of non-GSM carriers by using the USIM employed by UMTS networks; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook USIM
  • EAP-FAST = EAP Flexible Authentication via Secure Tunneling; opvolger van LEAP; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook LEAP
  • EAP-GTC = EAP Generic Token Card; efines an EAP envelope to carry "one time passwords" generated by token cards like RSA SecurID; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304
  • EAP-MD5 = EAP Message Digest #5, minst veilige vorm van EAP; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304
  • EAP-MSCHAP = EAP type that wraps Microsoft's Challenge Handshake Protocol inside the Extensible Authentication Protocol; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook MSCHAP
  • EAP-SIM = EAP Subscriber Identity Module; provides mutual authentication, based on the SIM card in cellular telephones ; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304
  • EAP-TLS = Extensible Authentication Protocol - Transport Layer Security; beveiligingsprotocol, afgeleid van SSL; geschikt voor draadloze verbindingen; zie Windows Magazine jan 04
  • EAP-TTLS = Extensible Authentication Protocol - Tunneled TLS; beveiligingsprotocol, afgeleid van SSL; geschikt voor draadloze verbindingen; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook TLS, PEAP
  • EARN = European Academic Research Network, Europese poot van Bitnet; zie PCM jul 87
  • EAX = Environmental Audio Extensions; API van Creative Labs voor geluidseffecten; zie pcm nov 01
  • EBCDIC = Extended Binary Coded Decimal Interchange Code, standaard voor de representatie van letters, cijfers etc., 8-bits; zie ook ASCII
  • eBook = elektronisch boek, digitale titel of apparaat waarmee je zo'n tekst leest; zie PCM sep 00, http://www.ebook.nl
  • ECB = Event Control Block, parameters bij het verzenden en ontvangen van IPX data; zie DDJ nov 93
  • ECC = Error Correction Code, geavanceerd foutcorrectie bij geheugen; zie http://www.newerram.com
  • ECC DIMM = DIMM-geheugen met ECC, voor extra betrouwbaarheid, gebruikt in servers; zie PCM mrt 05; zie ook DIMM, ECC
  • Eclipse = ontwikkelomgeving; voor Java, C++, Rich Client Applications; uitbreidbaar; zie http://www.eclipse.org
  • ECMAScript = programmeertaal voor internet host-toepassingen, ontwikkeld door European Computer Manufacturers Association, voorheen ECMA-262, objectgeorienteerd, gebaseerd op JavaScript 1.1; zie http://www.ecma-international.org/; zie ook JavaScript
  • ECO = Enterprise Core Objects, technology van BoldSoft voor model driven development; zie PCWorld apr 04; zie ook MDA
  • ECP = Extended Capacity Port, snelle printerpoort die gebruik maakt van data-compressie; zie PCM apr 97; zie ook EPP
  • ECP = Error Correction protocol, techniek voor de afhandeling van storing bij modems; zie PC Advisor feb 99
  • ECT = Explicit Call Transfer
  • ECU = Engine Control Unit; motormanagement-processor in een auto, voor regelen injectie etc.; zie AG jun 09
  • ECW = Enhanced Compressed Wavelet, extensie
  • EDC = Error Detection Code, can detect transmission errors through analysis of received data based on the adherence of the data to appropriate structural guidelines; zie http://www.cisco.com/
  • EDGE = Enhanced Data rates for GSM Evolution, mobiele datacommunicatie met snelheid van 384 kb/s (momenteel 118 kb/s); ook aangeduid als 2,75G; zie PC pro dec 99
  • EDI = Electronic Data Interchange, uitwisselen van routinematige bedrijfsdocumenten in een elektronische vorm; zie PC+ sep 92
  • EDIFACT = Electronic Data Intechange For Administration, Commerce and Transport, internationale standaard voor formaat EDI; zie PC+ sep 92, c.kockelkoren@hetnet.nl
  • EDL = Edit Decision List, lijst van tijdmarkeringen in een video tbv videomontage; zie MacFan mrt 03
  • EDO-RAM = Extended Data Out Random Access Memory; geheugen dat opgevraagde data langer vast houdt, is daardoor 5% sneller dan gewone DRAM; zie PCM feb 96; zie ook DRAM
  • EDR = Enhanced Data Rate; aanduiding voor snellere data-overdracht
  • EDRAM = Extended Dynamic Random Access memory, combinatie van DRAM en SRAM, daardoor sneller; ook genoemd CDRAM; zie http://www.goldenram.com
  • EEPROM = Electrically Erasable Programable Read-Only Memory, geheugen dat alleen gebruikt wordt om te lezen maar dat ook gewist en beschreven kan worden; zie http://www.goldenram.com
  • EFCI = Explicit Forward Congestion Indication, geeft drukte in een cel aan bij ATM; zie http://www.cisco.com
  • EFI = Extensible Firmware Interface, Bios voor Itanium; start sneller op; zie PCM jul 01
  • EFM = Eight To Fourteen Modulation, coderingstechniek voor cd, encodes each 8-bit symbol as 14 bits plus 3 merging bits; zie http://www.pctechguide.com/09cdr-rw.htm
  • EFR = Enhanced Full-Rate, manier van filtering die 50% hogere data-overdracht mogelijk maakt bij HSCSD; zie PCM jun 99; zie ook HSCSD
  • EFS = Encrypting File System, bestandsversleuteling in Windows 2000; zie PCM sep 99
  • eGov-Share = standaard van CEN voor het uitwisselen van informatie over e-overheidsdiensten; zie Computable mrt 09
  • EGP = Exterior Gate Protocol; zie PC+ mrt 94
  • EGP = Exterior Gateway Protocol. Internet protocol for exchanging routing information between autonomous systems; documented in RFC 904; replaced by BGP; zie http://www.cisco.com/; zie ook BGP
  • EGSM = Extended GSM; zie http://www.nokia.nl/
  • EHCI = Enhanced Host Controller Interface; zie http://www.intel.com/; zie ook HCI
  • Eiffel = objectgeoriënteerde programmeertaal; ontwikkeld om modules optimaal te kunnen hergebruiken; zie http://www.eiffel.com, DDJ okt 93
  • EIP = Ethernet Interface Processor; zie http://www.cisco.com/
  • EIS = Executive Information System, bedrijfsinformatiesysteem voor managers; zie PC+ mei 92, PC+ dec 94; zie ook datawarehousiung
  • EISA = Enhanced Industry-Standard Architecture, systeembus, 32-bits versie van ISA
  • EIST = techniek die de klokfrekwentie en voltage van de processor aan de belasting van het systeem aanpast, om zo energie te besparen; voorheen speedstep; zie PCM dec 07; zie ook PN!
  • EJB = Enterprise JavaBean; a managed, server-sided component for modular construction of enterprise applications;.Enterprise JavaBeans, API voor server-side component model voor middleware components, platform-onafhankelijk; zie http://www.ejbinfo.com/; zie ook JavaBean, POJO
  • El Torito = specificatie van IBM voor een bootable cd; provides a way of getting to the location on the CD that will provide the boot information, while maintaining ISO-9660 compatibility; zie http://www.nu2.nu/bootcd/
  • EL-paneel = elektroluminescent beeldscherm; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-53206-src_id-398,00.html; zie ook plasma
  • ELAN = Emulated LAN; ATM network in which an Ethernet or Token Ring LAN is mulated ; zie http://www.cisco.com/
  • ELAP = EtherTalk Link Access Protocol; Link-access protocol used in an EtherTalk network; built on top of the standard Ethernet data link layer; zie http://www.cisco.com/
  • ELCP = Emulated Loop Control Protocol ; zie http://www.polycom.com
  • Electronic book = CD-ROM XA; zie PC+ okt 93
  • ELF = Extension Language Facility, macrotool van Applix voor EP
  • EM64T = Extended Memory 64bit Technology; zie PCWorld nov 04
  • EMA = Enterprise Management Architecture; netwerk architectuur van DEC; gebaseerd op OSI netwerk-model
  • EMM = Expanded Memory Management, geheugenbeheersysteem voor DOS; zie PC Advisor feb 99
  • EMMA = Extensible MultiModal Annotation language;data exchange format for interaction management systems; zie http://www.w3.org/
  • Emoticon = een tekenreeks die een bepaald gezichtje uitbeeldt op een tekstscherm, zoals :) als glimlach of ;-) als knipoog
  • EMP = E-mail Management and Processing; zie Internet.Works mar 99
  • Emulator = programma dat hardware of software nabootst (=emuleren)
  • Encapsulation bridging = Carries Ethernet frames from one router to another across disparate media, such as serial and FDDI lines; contrast with translational bridging; zie http://www.cisco.com/
  • Encryptie = versleutelen van gegevens, b.v. met DES; zie PC+ apr 96
  • Enhanced mode = modus van Windows voor 32-bits processors; zie PCM sep 90; zie ook real, mode, en
  • ENUM = standaard om E.164 telefoonnummers om te zetten naar URL's; zie http://www.verisign.com/
  • ENUM = Electronic Numbering; techniek voor koppeling tussen telefonie en internet; gebaseerd op RFC3761; zie PCM jan 08
  • enum = tElephone NUmber Mapping, uniek nummer om iemand via pc te bellen of te emailen; zie PCM dec 05
  • EOF = End-of-File
  • EOM = End Of Message
  • EOT = End Of Transmission
  • EOTD, E-OTD = Enhanced Observed Time Difference; techniek om nauwkeurig de positie van een mobiele telefoon te bepalen, nauwkeurig op ca 50-200 meter; zie PCM feb 07
  • EOV = Ethernet Over Vdsl, technology die Ethernet-protocol gebruikt i.p.v. ATM; max snelheid 4 Mbit, bereik 2,4 km; zie PCM jul 05; zie ook VDSL
  • EP = Electronic Publishing
  • EPC = Entertainment PC
  • EPD = Early Packet Discard; mechanism used by some ATM switches for discarding a complete AAL5 frame when a threshold condition, such as imminent congestion, is met; zie http://www.cisco.com/
  • EPG = Electronic Program Guide, Elektronische Programma Gids; zie PC Magazine dec 03
  • EPIC = Explicit Parallel Instruction Computing, systeem voor parallele verwerking van computerinstructies; zie PC Plus dec 98
  • EPOC = besturingssysteem van Psion voor PDA's; zie http://www.psion.com em http://www.symbian.com/
  • EPP = Enhanced Parallel Port, snelle printerpoort, tot 20x sneller dan oude printerpoort; zie PC+ apr 96, PCM apr 97; zie ook ECP
  • EPP = Enhanced Performance Profiles, extension voor DDR2 SDRAM voor Ôhigher-performance operation'; zie ook XMP
  • EPROM = Erasable Programable Read-Only Memory, geheugen dat alleen gebruikt wordt om te lezen maar dat ook met UV-licht gewist en beschreven kan worden; zie Byte feb 85, http://www.goldenram.com
  • EPS = Encapsulated PostScript; vektorgeorienteerd formaat van Adobe; resolutie-
  • EPU = Energy Processing Unit; regelt energieverbruik van processor, grafische kaart, chipset, geheugen, harde schijf en ventilatoren; 30% energiezuiniger; zie PCM jul 08
  • EPub = Electronic Publication, bestandsformaat voor ebook, open formaat, gebaseerd op OPS, OPF en OCF; zie PCM jul 08; zie ook OCF, OPF, OPS
  • ERD = Emergency Rescue Disk; zie PC pro dec 99
  • ERD = Entity Relation Diagram, Entiteit Relatie Diagram
  • ERP = Enterprise Resource Planning; zie Computable mei 99 (http://www.computable.nl/)
  • Error diffusion = techniek om het aantal kleuren in een afbeelding te reduceren zonder veel verlies aan kwaliteit; zie PC Plus jan 00
  • Error resilience = techniek die ervoor zorgt dat fouten die bij de bestandsoverdracht zijn ontstaan grotendeels worden opgevangen, gebruikt in Jpeg2000; zie PCM dec 00
  • ES-IS = End System-to-Intermediate System. OSI protocol that defines how end systems (hosts) announce themselves to intermediate systems (routers); zie http://www.cisco.com/
  • eSata = Externe Sata; sata-aansluiting voor externe harddisk; 1500 Mb/s; zie PCM jun 06; zie ook SATA
  • ESB = Enterprise Service Bus; middleware; zie AG nov 09
  • ESC = Escape-toets
  • ESCON = Enterprise System Connection; architectuur van IBM voor glasvezel-netwerk; zie http://www.ibm.com/
  • ESD circuit = schakeling die een chip beschermt tegen ElectroStatic Discharge (elektrostatische ontlading); zie http://www.drix.be/
  • ESE = Extensible Storage Engine, API voor Microsoft Exchange Server; zie PC Pro apr 00
  • ESF = Extended Superframe; framing type used on T1 circuits that consists of 24 frames of 192 bits each, with the 193rd bit providing timing and other functions; zie http://www.cisco.com/
  • ESI = End System Identifier; distinguishes multiple nodes at the same level when the lower level peer group is partitioned (usually an IEEE 802 address); zie http://www.cisco.com/
  • ESM = Exchange System Manager; zie windows2000 magazine, jan 01
  • ESMTP = Extended Simple Mail Transfer Protocol; extended version of SMTP, includes additional functionality such as delivery notification and session delivery; described in RFC 1869; zie http://www.cisco.com/
  • ESP = Enhanced Serial Port, seriële poort voor hogere overdrachtssnelheden; zie PCM nov 90
  • ESP = Enterprise Service Provider, bedrijf dat internetsites voor andere bedrijven beheert
  • ESP = Eudora Sharing Protocol, techniek voor een shared folder die gesynchroniseerd wordt dmv email; zie http://www.eudora.com
  • ESP = Encapsulating Security Payload; protocol voor encryptie; wordt gebruikt in IPsec; zie DDJ jun 03; zie ook IPSec
  • ESS = Electronic Switching System; term van AT&T voor centrale switch
  • ESSID = Extended Service Set Identifier, naam van een access point in een netwerk; zie http://www.netgear.com/
  • ETC = Electrically Tunable Color, techniek voor verbeterde kleuren bij RLCD; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-53337-src_id-398,00.html
  • ETF = Enhanced Text Format; zie http://polyedit.com/
  • etherboot code = programma in ROM op ethernetkaart die dient om computer op te starten
  • Ethernet = netwerk (bekabeling, access protocol) van DEC, IEEE 802.3, operates at 10Mbps using CSMA/CD to run over 10BaseT cables. .; zie PC+ mrt 94, zie http://www.digital.com; zie ook 100BaseX
  • EtherTalk = Ethernet op een Macintosh
  • EttH = Ethernet to the Home; ethernet via de (televisie)kabel, snelheid 100 Mbit/s tot 1000 Mbit/s; zie PCM feb 07; zie ook EuroDOCSIS, FttH
  • EUV = Extreme ultraviolet, technologie voor het maken van computerchips; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-53647-src_id-398,00.html
  • EVS = Exchange Virtual Server; zie windows2000 magazine, jan 01
  • EWorld = Apple's internet dienst; zie PC+ okt 94
  • Exa = 1024 Peta
  • ExCA = Exchangeable Card Architecture, standaard van Intel voor verbeterde PCMCIA-kaarten, sluit compatibiliteitsproblemen uit; zie PC+ nov 92
  • Executable = Programma
  • EXIF = Exchangeable Image File; formaat voor opslag informatie over de foto in de afbeelding, zoals merk camera, datum waarop de foto is genomen en isowaarde; zie PCM apr 07; zie ookIPTC
  • explorer frame = Frame sent out by a networked device in a SRB environment to determine the optimal route to another networked device; zie http://www.cisco.com/
  • explorer packet = Generated by an end station trying to find its way through a SRB network; zie http://www.cisco.com/
  • Ext FS = Extended File System, bestandsysteem van Linux
  • ext3 = File System, bestandssysteem voor Linux; zie PCM okt 05
  • ExtendScript = variant van javascript van Adobe; gebaseerd op ECMA-262; zie http://www.adobe.com/
  • Exterior router = Router connected to an AURP tunnel, responsible for the encapsulation and deencapsulation of AppleTalk packets in a foreign protocol header (for example, IP); zie http://www.cisco.com; zie ook AURP
  • Extranet = via internet toegankelijk systeem, doorgaans beveiligd met wachtwoord tegen onbevoegd gebruik
  • FAA = Fragment Anti-aliasing, techniek van Matrox waarbij alleen de randjes worden herberekend; zie PCM sep 02; zie ook anti-aliasing
  • FAQ = Frequently Asked Questions; verzameling van meest gestelde vragen over een onderwerp; zie PC+ nov 94
  • Fast Ethernet = snelle variant van ethernet; zie 100Base-X, zie pc+ mrt 94
  • Fast SCSI, SCSI-2 = extensiebus, 8 bits; 10 MB/s data-overdracht; zie PCM apr 97; zie ook SCSI, Wide, SCSI
  • FAT = File Allocation Table, structuur waarin de indeling van een harddisk wordt bijgehouden
  • Fat binary = Macintosh programma dat werkt op zowel 680x0 als op PowerPC processoren
  • FAT32 = 32-bits versie van FAT
  • FB-DIMM = Fully Buffered DIMM-geheugen; werkt serieel; biedt vier maal zoveel capaciteit; bandbreedte 6,7 GB/s; zie PCM nov 04
  • FBC = Floating Body Cell; geheugentype; zo klein als DRAM, snelheid tussen DRAM en SRAM; geschikt voor bv cachegeheugen; zie AG jun 08
  • FC = Fibre Channel, techniek om servers en storage systems met elkaar te verbinden
  • FC-PGA = Flip-Chip Pin Grid Array, processor-aansluiting van Intel voor Socket 370; zie PCM feb 00
  • FCBGA = Flip Chip Ball Grid Array, type aansluiting chip; zie http://www.intel.com/
  • FCM = Fuzzy Cognitive Map, diagram of states, actions, and outcomes, along with their relationships; zie DDJ nov 93
  • FCPGA = Flip Chip Pin Grid Array, type aansluiting chip; zie http://www.intel.com/
  • FD = Floppy Disk
  • FDD = Frequency Division Duplex; techniek waarbij heen- en terugsignalen via gescheiden frequenties worden verzonden; wordt gebruikt in o.a. ADSL en VDSL; efficienter dan TDD; zie http://en.wikipedia.org/; zie ook TDD
  • FDDI = Fiber Distributed Data Interface, standaard voor glasvezelnetwerk, 100 Mbps, duurder dan CDDI; zie Byte jul 89, pc+ sep 92, PC+ mrt 94
  • FDHD = Floppy Disk High Density, techniek van Apple voor 3,5" diskdrive die zowel 360k, 400k, 720k, 800k en 1,44 MB diskettes kan lezen en schrijven
  • FDMA = Frequency Division Multiple Access, toegangsmechanisme waarbij een aantal digitale kanalen gebruik maken van 1 kanaal door scheiding van frequenties; zie PCM jun 99; zie ookCDMA, TDMA
  • FDN = Fixed Dialing Number
  • FED = Field Emission Display, technologie waarbij elke pixel een klein beeldbuisje is; de helderheid van crt en de scherpte van LCD; vergelijkbaar met SED; techniek waarschijnlijk achterhaald tgv OLED; zie PCM mei 08; zie ook LCD, SED
  • FEK = File Encryption Key; sleutel bij EFS; zie PCM feb 07; zie ook EFS
  • FEP = Firewall Enhancement Protocol; zie http://rfc3093.x42.com/
  • FEXT = Far End CrossTalk: the interference occurring between two signals at the end of the lines remote from the telphone switch; zie http://www.adsl.com
  • FF = Form Feed, het 12e teken in de Ascii-tabel
  • FHSS = Frequency-Hopping Spread-Spectrum, technique that operate over the radio airwaves in the unlicensed ISM band ; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp; zie ook DSSS
  • FidoNet = openbaar netwerk voor nieuwsgroepberichten, in Nederland beheerd door de HCC; zie PCM jul 87
  • Field Blur = effect dat objecten verder van het focuspunt waziger overkomen; zie http://www.3dfx.com
  • FIF = Fractal Image Format, gecomprimeerde plaatjes die je kunt bewerken; zie PCM jun 98
  • Filter = programma of kenmerk dat een zoekactie beperkter maakt
  • Finite-state machine = schakeling/programma die/dat a.d.h.v. de inputsignalen voor elke situatie een specifiek outputsignaal geeft
  • Firewall = systeem om ongeautoriseerde toegang op een netwerk te voorkomen; zie PC Advisor feb 99
  • FireWire = seriële poort van Apple; snelheid 100 Mb/s, vh IEEE standard PL394, inmiddels IEEE 1394; inmiddels IEEE 1394a met snelheid tot 400 Mb/s en IEEE 1394b met snelheid tot 800 Mb/s; zie emnet 4 94; zie ook IEEE, 1394
  • FireWire 400 (IEEE 1394a ) = uitbreidingspoort met snelheid van 400 Mbs; zie http://www.apple.com; zie ook IEEE, 1394
  • FireWire 800 (IEEE 1394b ) = uitbreidingspoort met snelheid van 800 Mbs; zie http://www.apple.com; zie ook IEEE, 1394
  • FireWire S3200 = uitbreidingspoort met snelheid van 3.2 Gb; zie MacFan feb 08
  • Firmware = door de fabriek geïnstalleerde software in een apparaat
  • FISH = Flash Internal Semiconductor Harddrive; zie PCM apr 04, http://www.fishmemory.org
  • FLAC = Free Lossless Audio Codec; compressieformaat voor audio, zonder verlies van informatie; beter dan mp3; zie PCM dec 03, http://flac.sourceforge.net; zie ook Codec
  • Flash Card = geheugenkaartje met Flash ROM
  • Flash ROM = herprogrammeerbaar geheugen; vergelijkbaar met een EEPROM, maar kan in een keer een sector (her)schrijven i.pv. byte voor byte; zie http://computer.howstuffworks.com; zie ook EEPROM
  • Flat fee = onbeperkt toegang tot internet tegen een vaste prijs per maand; zie PCM sep 00
  • FLC = extensie voor Flic files, resolutie-onafhankelijk; zie DDJ maa 93; zie ook FLI
  • FLI = extensie voor oudere Flic files, 320 x 200; zie DDJ maa 93; zie ook FLC
  • Flic = bestandsformaat voor graphische animaties; zie DDJ maa 93; zie ook FLI, FLC
  • Flip Chip; zie FC-PGA
  • FMD = Fluorescent Multilayer Disk, techniek van C3D voor gelaagde schijven, b.v. FMD-ROM en ClearCard; zie PC Plus jan 00
  • FMD-ROM = cd-rom op basis van FMD, opslagcapaciteit 140 GB; zie FMD
  • FMS = Flexible Media Stack, aanduiding voor stapelbare hub; zie PC+ okt 92
  • fo, fob = extensie voor XSL-FO-bestanden (maar XML mag ook); zie ook XML
  • FOIRL = Fiber-Optic InterRepeater Link, Ethernet via fiberglaskabel, vervangen door 10BaseFL; zie http://www.cisco.com; zie ook 10BaseFL
  • Foma = Freedom Of mobile multimedia access, DoCoMo's versie van UMTS; zie volkskrant sep 01
  • FOP = Formatting Object Processor; zie http://xml.apache.org/; zie ook XSL, FO
  • FPGA = Field Programmable Gate Array, processorchip die on-the-fly hergeprogrammeerd kan worden
  • FPM = Fast Page Mode, aanduiding voor DRAM waarbij het geheugen is opgedeeld in pagina's; zie http://www.drix.be/; zie ook DRAM
  • FPS = First Person Shooter, schietspellen zoals Quake 3 Arena; zie PCM okt 02; zie ook RTS
  • FPSE = FrontPage Server Extensions; zie http://www.microsoft.com
  • FPU = Floating Point Unit, rekengedeelte van een processor voor getallen met cijfers achter de komma
  • FPX = extensie voor FlashPix graphics
  • FQDN = Fully Qualified Domain Name, internet naam, b.v. www.colani.nl, i.t.t. IP-nummer
  • FR-SSCS = Frame Relay Service Specific Convergence Sublayer, bij ATM; zie http://www.faqs.org/
  • Fraggen = (straattaal:) potje knallen in een FPS; zie PCM okt 02; zie ook FPS
  • Frags = aantal punten/keren dat iemand is neergeschoten in een schietspel; zie PCM okt 02
  • Freeware = software die gratis gebruikt mag worden
  • Fritz Chip = chip voor beveiliging van systeem; controleert onrechtmatige wijzigingen aan bios en systeembestanden; werkt dmv tabel met certificaten; zie PCM aug 03
  • Front end = client bij client-server-techniek; zie ook back, end
  • FRS = File Replication service
  • FSAA = Full Scene Hardware Anti-Aliasing, techniek van 3Dfx voor anti-aliasing; zie PCM feb 00; zie ook AA
  • FSB = Front Side Bus, systeembus van Intel, 133 MHz; zie PCM nov 99; zie ook AHA
  • FSM = Finite State Machine, schakeling of programma waarvan de uitvoer telkens volgens vaste regels verandert bij een nieuw invoersignaal, b.v. verkeerslichtcentrale; zie Pc Plus jul 00
  • FSO = File System Object, module in ASP en Visual Basic 6 voor bestandsfuncties; zie MSJ maa 00
  • FSP = File Serice Provider, biedt schijfruimte aan via internet; zie http://www.docspace.com
  • FST = Flat Square Tube, monitor met vlak beeldscherm; zie PC Format mei 01
  • FTA = Free To Air, aanduiding van zender die zonder decoder is te ontvangen; zie PC Magazine dec 03
  • FTAM = File Transfer, Access, and Management, The Open System Interconnection (OSI) remote file service and protocol; zie http://www.compudynamics.com
  • FTM = FreeThreaded Marshaler; zie MSJ mar 00
  • FTP = Foiled Twisted Pair, bekabelingssysteem; zie Telecommag okt 94
  • FTP = File Transfer Protocol, commando-gestuurde bestandsuitwisseling, eerste versie uit 1971 (RFC 114), standaard in RFC 454 (1973); RFC 765 bevat specificaties voor FTP met TCP, huidige versie RFC 959; zie emnet 1 94, http://www.w3.org/
  • FTTCab = Fibre To The Cabinet, network architecture where an optical fiber connects the telephone switch to a street-side cabinet where the signal is converted to feed the subscriber over a twisted copper pair; zie http://www.adsl.com
  • FttH = Fibre to the Home, network where an optical fibre runs from telephone switch to the subscriber's premises or home, snelheid tot 2,5 Gbit/s; zie http://www.adsl.com; zie ook Etth
  • FTTK = Fiber To the Kerb: a network where an optical fiber runs from telephone switch to a kerbside distribution point close to the subscriber where it is converted to a copper pair; zie http://www.adsl.com
  • Fuzzy logic = logica die uitgaat van 'vage' begrippen en daaruit een formule bepaalt; zie DDJ jul 93; zie ook Bayasian, logic
  • FVE = Full Volume Encryption; versleutelt een harddisk volume op sectorniveau; veiliger dan op bestandsniveau, maar niet flexibel; zie PCM feb 07
  • FW = FireWire; zie MacFan jan 00; zie ook FireWire
  • FWH = Firmware Hub voor AHA; zie PCM nov 99; zie ook AHA
  • FXO = Foreign Exchange Office, aansluiting voor telefooncentrale; zie PCWorld mei 04; zie ook FXS
  • FXP = File eXchange Protocol, om bestanden van ene server naar andere over te zetten; zie PCM sep 08
  • FXS = Foreign Exchange Subscriber, aansluiting voor telefoon handset; zie PCWorld mei 04; zie ook FXO
  • FXT1 = techniek van 3Dfx voor compressie van texturen; zie PCM feb 00
  • G.hn = ? standaard die verschillende kabeltypen bundelt en geschikt maakt voor dezelfde protocollen; zie PCM okt 09
  • G3 = Risc-processor van Motorola, 3e generatie van PowerPC; zie ook G4
  • G4 = Risc-processor van Motorola, 4e generatie van de PowerPC; zie ook G5
  • G5 = Risc-processor van Motorola, 5e generatie van de PowerPC; zie ook PowerPC
  • G992.3 = standaard van International Telecommunication Uniun, beschrijft ADSL 2; zie Pc Pro jan 03; zie ook ADSL, 2
  • GAC = Global Assembly Cache; opslagruimte van de lokale gebruiker voor .Net-toepassingen; zie http://www.microsoft.com
  • GAL = Global Address List; zie windows2000 magazine, jan 01
  • GAL = Generic Array Logic, chip met diverse programmeerbare schakelingen
  • Gamma correctie = aanpassing aan de kleurtoon van een beeld voor betere weergave op beeldscherm of printer; zie Pc Pro apr 00
  • GAN = Generic Access Network; systeem waarbij je mobiel verbinding krijgt afhankelijk van de beschikbare netwerken: umts, gprs, gsm, wifi; ook genoemd UMA; zie PCM jul 08; zie ookUMA
  • Gate A20 = toegang tot HMA op 80x86-processor via keyboard controller, sneller dan omschakelen naar Protected Mode en terug naar Real Mode, wordt gebruikt door HIMEM.SYS; zie PC Pro apr 00
  • Gateway = apparaat dat twee netwerken met elkaar koppelt, ook: programma dat de uitwisseling van gegevens tussen twee netwerken regelt; ter vergelijking: gateway is een intelligente router; zie ook router
  • GB = GigaByte, 1 miljard bytes; zie ook MB, kB
  • Gb = Gigabit, ca 1 biljoen bits; zie ook GB, Mb
  • GBAS = General Bezel Assembling Standard, dit houdt in dat het front van de optische drive uitwisselbaar is met andere optische drives die aande standaard voldoen; zie PCM mei 06
  • GbE = Gigabit Ethernet; zie http://www.intel.com/
  • GBIC = GigaBit Interface Converter; interface module which converts the light stream from a fibre channel cable into electronic signals; zie http://www.hp.com/
  • GBps = Gigabytes per seconds
  • Gbps = Gigabits per seconds
  • GC = Global Catalog, database die voor alle gebruikers geldt bij Active Directory
  • GCAC = Generic Connection Admission Control, algoritme bij ATM; zie http://www.cisco.com; zie ook CAC
  • GCR = Group Code Recording, methode voor het coderen van data waarbij elke 3 bytes worden geschreven als 4 bytes, zo dat er geen opvolgende nullen voorkomen; wordt in combinatie met NRZI gebruikt bij harddisks
  • GCRA = Generic Cell Rate Algoritm, in ATM, an algorithm that defines conformance with respect to the traffic contract of the connection. For each cell arrival, the GCRA determines whether the cell conforms to the traffic contract; zie http://www.cisco.com
  • GCS = Global Catalogue Server, zoekstructur voor elk Windows 2000 domein in de directory; zie Pc Pro apr 00
  • GDDR1, GDDR2, GDDR3 = Grafische DDR; zie PCM jul 06; zie ook DDR
  • GDI = Graphics Device Interface, module in Windows die het tekenen op beeldscherm of printer verwerkt
  • GDP = Gateway Discovery Protocol; zie http://www.cisco.com
  • GEM (Digital GEM) = Grain Equalization and Management; bij scannen techniek om korrelvorming tegen te gaan; zie MacFan jan 06; zie ook ICE, ROC, DEE
  • GET = Group Enable trigger, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • GFC = Generic Flow Control, veld bij ATM; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • GGP = Gateway-to-Gateway Protocol, specifies how core routers (gateways) should exchange reachability and routing information; zie http://www.cisco.com
  • GIF = Graphics Image Format; bitmap-formaat van CompuServe; zie PCM nov 95
  • GiFi = Gigabit WiFi, term van NewLans Inc, snelheid tot 2 Gbit/s; zie PCM feb 04; zie ook WiFi
  • Giga = 1024 Mega
  • Gigabit = netwerk met snelheid 1000 Mbit/s; zie pcm nov 03
  • Gigapop = Gigabit Capacity Point of Presence; knooppunt voor I-2 aan I-1; zie Network News jun 97
  • GIOP = General Inter ORB Protocol; zie MSJ maa 00; zie ook ORB
  • GIS = Geographical Information System, database voor geografische gegevens; zie PC+ aug 95
  • GIX = Global Internet eXchange, common routing exchange point which allows pairs of networks to implement agreed-upon routing policies, intended to allow maximum connectivity to the Internet for networks all over the world; zie http://www.cisco.com
  • GL2 = plotter commando taal; zie PC+ mrt 94
  • Gleaning = Process by which a router automatically derives AARP table entries from incoming packets. Gleaning speeds up the process of populating the AARP table; zie http://www.cisco.com; zie ook AARP
  • Global Motion Compensation = techniek bij digitale video om te detecteren dat de camera draait en dus het gehele beeld verandert; zie PCM jan 04
  • GLU = General Logic Unit, programmeerbare universele schakeling
  • GMC = Global Motion Compensation, techniek bij digitale video die ervoor zorgt dat veel beweging minder data vereist; zie PCM jan 03
  • GMCH = Graphics & Memory Controller Hub, verbinding tussen geheugen en systeembus; zie PCM nov 99; zie ook FSB
  • GND = Ground, aansluiting verbonden met chassis van de computer en met aarde-aansluiting van het elektriciteitsnet
  • GNS = Get Nearest Server, request packet sent by a client on an IPX network to locate the nearest active server of a particular type; zie http://www.cisco.com; zie ook IPX
  • GNU = GNU's Not Unix, project voor ontwikkeling en verspreiding van gratis software; zie http://www.gnu.org
  • God-game = spel waarbij gamer als een god over de wereld heerst; zie Volkskrant okt 00
  • GOP = Group Of Picture, groep beelden in een Mpeg-2 video; zie PCM jun 00
  • Gopher = menu-gestuurd zoek- en bladersysteem op internet; zie emnet 1 94
  • GOPS = Giga Operations Per Second, aantal instructies die een processor per seconde kan verrichten; zie ook MOPS
  • gOS = Good Operating System, variant van Linux
  • Gourad shading = technique used to produce more realistic shadings of objects; zie PC Plus okt 99
  • GPA = Graphics Performance Accelerator, module voor AGP-slot die extra geheugen toevoegt aan videokaart; zie PCM dec 00
  • GPI = Graphic Programming Interface, API voor GUI; zie Byte jul 89
  • GPIB = General Purpose Interface Bus (nu IEEE-488); zie Byte feb 85; zie ook IEEE488
  • GPL = GNU Public License, licentie waaronder de meeste open source-programma's en de Linux-kernel vallen; zie PCM okt 00
  • GPO = Group Policy Object, bij Active Directory; zie Windows Magazine jan 04
  • GPRS = General Packet Radio Services, pakket-geschakelde verbinding voor mobiele datacommunicatie, compatibel met IP en X.25, max 128 kbs; zie PCM jun 99; zie ook UMTS
  • GPS = Global Positioning System, systeem waarbij met een ontvanger via satellieten de positie op aarde kan worden bepaald
  • GPU = Graphics Processing Unit, chip voor grafische bewerkingen; zie Byte feb 85, PCM dec 99
  • GRE = General Route Encapsulation, ip-protocol 47, wordt gebruikt bij VPN; zie PCM dec 03
  • Green Book = CD-I; zie PC+ okt 93
  • GSM = Global System for Mobile Communications, standaard voor mobiele digitale telefonie; zie ook GPRS
  • GTK+ = Gimp Toolkit, softwarelibrary voor beeldbewerking op Linux; zie PCM okt 00
  • GTL = Go To Local, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • gTLD = Generic Top Level Domain, TLDs which are not linked to any specific country; zie Pc Plus mei 03; zie ook TLD
  • GUI = Graphical User Interface
  • GUID = Globally Unique Identifier, unieke naam van een Class bij Windows; kan worden gebruikt om een pc te herkennen; zie PCM sep 00
  • H.323 = protocol voor VoIP; inmiddels wordt SIP algemener gebruikt; zie ook SIP
  • H.323 = inmiddels overschaduwd door SIP; zie PCM dec 05
  • H/PC = Handheld PC; zie windows2000 magazine, jan 01
  • HAL = Hardware Abstraction Layer, interface tussen programmacode en device; zie MSDN mei 00
  • HAMR = Heat Assisted Magnetic Recording, techniek van Seagate voor hoge schrijfdichtheid bij magnetische schijven; zie http://www.seagate.com
  • Handshake = controlesignaal (hardware of software) bij datacommunicatie
  • Hardware = apparatuur, het tastbare van een computer; zie ook software
  • Hash key = systeem waarbij alleen de existence van een key wordt opgeslagen; zie DDJ nov 90
  • haXe = programmeertaal; spreek uit als hex; multiplatform; zie http://haxe.org
  • HBA = Host Bus Adapter; zie http://www.adaptec.com
  • HCA = Host Channel Adapter, centrale component van NGIO
  • HCC = Hobby Computer Club, Nederlands grootste computerclub; zie http://www.hccnet.nl
  • HCI = Host Controller Interface; interface-kaart voor USB; zie Elektuur dec 95; zie ook EHCI
  • HD = harddisk, vaste schijf van een de computer
  • HD-CD = verbeterde CDROM; enkelzijdig 3,7 GB (Philips/Sony); dubbelzijdig 4.5 GB (Toshiba), ook genoemd Digital Video Disc (DVD); één van beide zal basis worden van nieuwe High Density Multimedia CD (HD-M-CD) standaard; zie Elektuur mrt 95
  • HD-DVD = High Definition DVD; DVD met opslagcapaciteit van 20 GB (32 GB dual-layer); maakt gebruik van blauwe laser; zelfde dikte als huidige DVD; niet compatibel met Blu-ray; zie PCWorld nov 04
  • HD-M-CD = High Density Multimedia CD, standaard voor verbeterde cd; zie Elektuur mrt 95; zie ook HD-CD
  • HDCD = High Definition Compatible Digital, audio cd van Microsoft, 20 bits encodering; zie http://www.hdcd.com/; zie ook SACD, XRCD
  • HDCP = High-Bandwidth Digital Content Protection, beveiligingstechniek voor digitale video waarbij de HD-kwaliteit alleen wordt doorgegeven bij legale media; zie volkskrant aug 01
  • HDLC = High-Level Data Link Control, communicatieprotocol voor synchrone X.25-netwerken, vergelijkbaar met SDLC
  • HDMI = High Definition Multimedia Interface; techniek voor transport van zowel digitale video- als audiosignalen; zie PCM apr 05
  • HDML = Handheld Device Markup Language
  • HDR = High Data Rate , wireless internet access technology optimized for packet data services based on IP protocols, up to 2.4 Mbps; zie http://www.qualcomm.com/
  • HDR = High Dynamic Rendering; zorgt voor realistische lichteffecten bij afbeeldingen; zie PCM dec 05
  • HDR = High Dynamic Range; zorgt voor realistische lichteffecten bij afbeeldingen; zie PCM jul 06
  • HDS = Holographic Data Storage, holografische gegevensopslag .; zie http://www.lucent.com/pressroom/inphase.html
  • HDSL = High data rate Digital Subscribe Line, modems on either end of one or more twisted pair wires that deliver T1 or E1 speeds; at present T1 requires two lines and E1 requires three; zie http://www.adsl.com; zie ook SDSL, UDSL, VDSL
  • HDTV = High Definition TV; techniek voor digitale televisie met beeldverhouding 16:9, 720p of 1080i, HDMI- of DVI-ingang en HDCP
  • HEADER = koptekst op een pagina (DTP); declaratie van functie of variabele (programmeren); record of veld voorafgaand aan de eigenlijke gegevens
  • Heap = geheugengedeelte waarin geheugenruimte dynamisch wordt gealloceerd; zie ook stack
  • HEC = Header Error Control, veld bij ATM; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • Hermite = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; snel en redelijke kwaiteit; zie ook Mitchell
  • Hexadecimaal = volgens het 16-tallig stelsel, cijfers van 0 t/m F, b.v. 1F komt overeen met 31 in het tientallig stelsel, 20 komt overeen met 32, etc.
  • HFC = Hybrid Fibre Coax, a system (usually CATV) where fibre is run to a distribution point close to the subscriber and then the signal is converted to run to the subscriber's premises over coaxial cable; zie http://www.adsl.com
  • HFS = Hierarchical File System, bestandsbeheersysteem van Apple; zie http://www.apple.com
  • HHD = Hybrid Hard Drive, combinatie van harddisk en flash memory, veilger, langere batterijduur bij notebook; zie PcWorld jul 05
  • HHDD = Hybrid Hard Disk Drive; disk met combinatie van harddisk en flash-geheugen; zie PCM feb 07; zie ook NV, cache
  • Hi-MD = verbeterde versie van minidisc, 1 GB opslagcapaciteit, maakt gebruik van scms; zie PCM mrt 04
  • HIPERLAN = HIgh PERformance RLAN; zie PC Pro okt 02; zie ook RLAN
  • Hippi = high performance parallel interface, standard for high speed (100 MB/s) cross-point switching (like the telephone network and telephone calls) Local Area Networks; zie DDJ jun 93
  • Hit = gevonden item, maar niet noodzakelijk het gezochte
  • HLen = Hardware address length, bij ARP record; zie http://www.cis.ohio-state.edu/; zie ook ARP
  • HM = HyperMemory, techniek waarbij systeemgeheugen dynamisch gebruikt wordt t.b.v. de gtrafische kaart; zie PCM feb 06; zie ook TC
  • HMA = High Memory Area, geheugengebied op 80x86-processors tussen 640 kB en 1MB
  • HMMO = HyperMedia Managed Object , object dat diverse soorten gegevens van verschilende bronnen kan tonen / verwerken; zie www.compaq.com
  • HMMU = Hochsprung Memory Management Unit, schakeling van Apple voor conversie van 24-bits adressering naar 32-bits v.v., chip van Apple voor geheugenbeheer; zie PCM mei 87
  • Home page = startpagina van een site; zie ook URL
  • HomePlug AV = standaard voor communicatie via het lichtnet, max doorvoersnelheid 200 mbit/s
  • Hop = frequentiekanaal bij draadloosnetwerk; zie PCM sep 95
  • Horizontal Blanking Interval, Horizontal Retrace Time = de tijd die een beeldscherm erover doet om van het eind van een horizontale lijn naar het begin van de volgende lijn te gaan
  • Hotspare = extra harde schijf bij RAID5, die pas gebruikt wordt als een andere defect raakt; zie PCM mrt 05
  • HPB = High Ping Bastard; term bij online schietspellen; zie PCM okt 02; zie ook LPB
  • HPFS = High Performance File System, directorysysteem van OS/2; zie DOS Special 2 94
  • HQL = Hibernate Query Language; opvraagtaal voor Hibernate; gebaseerd op SQL; zie http://www.hibernate.org/
  • HQX = extensie voor BinHex bestanden op Macintosh
  • HR = Half Rate Codec, manier van coderen van geluid die minder energie kost (batterij gaat langer mee) maar met mindere geluidskwaliteit; zie http://www.nokia.com/
  • HREF Track = special track in a quicktime movie that contains urls to other movies; zie http://www.apple.com
  • HS = High Speed, indicator op modem wanneer de communicatiesnelheid 14k4 of hoger is
  • HS-DSCH = High-Speed Downlink Shared Channel; kanaal gebruikt bij HSDPA (mobiele telefonie) voor hoge downlink snelheid; wordt door meer gebruikers gedeeld; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Hsdpa
  • HSCSD = High-Speed Circuit-Switched Data, dragerdienst voor verbindingen, is eenvoudig toe te passen met GSM, 14,4 kb/s, max 57.6 kbps met EFR; zie PCM jun 99; zie ook EFR, GSM
  • HSDPA = High Speed Downlink Packet Access; verhoogt de downloadcapaciteit van mobiele netwerken; tot 14,4 Mbit/s downlink (in Europa momenteel max. 3,6 Mbit/s); verbetering van W-CDMA; ook genoemd 3,5G; zie AG feb 06; zie ook UMTS, W-CDMA, HSPA
  • HSKi = HandShaKe Input, handshake signaal bij RS422
  • HSKo = HandShaKe Output, handshake signaal bij RS422
  • HSL = Hue, Saturation, and Luminance; a projected color can be defined by the three components of hue, saturation, and luminance; zie PaintShop Pro help
  • HSLan = High Speed Local Area Network
  • HSOPA = High Speed OFDM Packet Access; techniek voor mobiele communicatie; geplande maximumsnelheid 100 Mbit/s; zie PCM jul 08
  • HSP = Host Signal Processing; software modem; zie PC Format jul 98
  • HSPA = High Speed Packet Access; verzamelnaam voor snel mobiel netwerk; onderscheid in HSDPA voor snellere download en Enhanced Uplink (ook HSUPA) voor snellere upload; opvolger van UMTS; zie http://www.ericsson.com/technology; zie ook HSDPA, HSUPA
  • HSPA+ = High Speed Packet Access Evolution; snellere variant HSPA, tot 42 Mbit/s; ook genoemd 3,9G; zie PCM jul 08
  • HSSI = High Speed Serial Interface
  • HSUPA = High Speed Uplink Packet Access; theoretische uploadsnelheid 5,5 Mbit/s; ook genoemd 3,75G; zie PCM jul 08; zie ook HSDPA
  • HT = Hyper-Threading, Hyperthreading, techniek die de processor fopt door hem te laten denken dat hij met z'n tweeën is; maakt efficiënter gebruik van de processor mogelijk bij een trage bus; zie pcm nov 01, http://developer.intel.com
  • HTA = HTML Application, bestandsformaat van Microsoft voor Windows applicaties opgebouwd uit DHTML en script; zie MSDN mei 00
  • HTC = HTML Component, extensie van CSS-bestand; zie MSDN mei 00; zie ook CSS, Behavior
  • HTCP = Hyper Text Caching Protocol ; zie http://rfc2756.x42.com/
  • HTML = Hypertext Markup Language, uitwisselingstaal waarin WWW-documenten zijn geschreven; zie PC+ nov 94; zie ook HTTP
  • htpc = Home-entertainment-pc; zie pcm okt 07
  • HTTP = HyperText Transfer Protocol, protocol voor uitwisseling van WWW-documenten op Internet, RFC 1945; zie PC+ nov 94; zie ook HTML
  • HTTP-NG = HTTP Next Generation; zie http://www.w3.org/Protocols/HTTP-NG/
  • HTTPD = HTTP Daemon, WorldWideWeb server.; zie ook daemon
  • HTTPS = aanduiding voor HTTP met SSL; zie ook SSL
  • Hub = verdeler in een netwerk, t.o.v. een switch snel, goedkoop, geen intelligentie; zie PCM okt 96
  • Hub = virtuele gemeenschap op internet, waarbij de deelnemers bestanden met elkaar uitwisselen; zie PCM mrt 07
  • Hublist = lijst van hubs op internet; zie PCM mrt 07, www.hublist.org
  • Hue = Hue describes the color's shade or tint. It is measured on a circular spectrum running from red to green to blue and returning to red.; zie PaintShop Pro help
  • HVC = Holographic Versatile Card, optische disc ter grootte van een creditcard, tot 30 GB opslagcapaciteit; zie PCM sep 05; http://www.optware.co.jp/
  • HVD = Holographic Versatile Disc; opvolger DVD met capaciteit van 1 TB; zie AG feb 05, http://www.optware.co.jp/english/
  • HWID = Hardware Identification; zie http://www.microsoft.com
  • Hyper-threading, Hyperthreading = techniek van Intel waarbij één fysieke processor zich voordat als twee virtuele processors; zie PCM dec 03
  • HyperCard = Hypertext- en multimedia ontwikkelsysteem van Apple
  • Hyperlink = koppeling naar een andere internetpagina
  • Hypertext = systeem waarbij in een tekst met coderingen koppelingen naar andere teksten zijn gemaakt
  • HyperTransport bus = verbinding tussen processor en geheugen bij AMD Athlon-64, seriële verbinding met een signaalfrequentie tot 800 MHz; zie PCM dec 03
  • Hyphenate = het aanbrengen van hyphens, afbreekstreepjes, in woorden, doorgaans om een regel mooier uit te vullen
  • I-2 = toekomstige, snelle internet backbone van 2,5 Gb/s; biedt QoS d.m.v. RSVP of RTP; zie Network news jun 97
  • i-BURST = techniek voor draadloze communicatie, tot 1 Mb/s, nog niet operationeel; zie http://www.arraycomm.com/
  • I-CMS = Integrated Content Management System; assist in managing enterprise documents and content; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Content_management_system; zie ook CMS
  • i-dvd = Interactive DVD, systeem van Panasonic voor interactieve cursussen, gebaseerd op de menu-mogelijkheden van het dvd-protocol; zie PCM dec 00
  • I-FAAST = Intelligent File Access Acceleration Sequenching Technology; perfomance-kalibratie-technologie die ervoor zorgt dat bestandstoegangstijden omlaaggaan a.d.h.v. toegangsanalyse; zie PCM feb 06
  • I-Frame = bevat een compleet beeld bij digitale video; zie PCM jan 04; zie ook b-frame, p-frame
  • I-TLB = Instruction Translation Lookaside Buffer, unit in Pentium 4, vertaalt virtuele adressen in werkeleijke adressn binnen de processor; zie PCM nov 00
  • I/O = Input / Output, doorgaans de verzamelnaam voor aansluitingen op een computer
  • I/P = Image Processing, beeldbewerking; zie Byte feb 85
  • IA32 = Intel Architecture 32 bits, architectuur van de huidige Intel-pc's; zie http://www.intel.com
  • IA64 = Intel Architecture 64 bits, architectuur van de toekomstige Intel-pc's; zie http://www.intel.com; zie ook IA32
  • IAC = Interapplications Communications Architecture, systeem van Apple voor uitwisseling van gegevens tussen programma's; zie Byte jul 89
  • IAD = Integrated Access Device, apparaat voor toegang tot voice en datanetwerken; zie http://www.polycom.com
  • IAFS = Inhibit Arabic Form Shaping; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • IAOAC = Information Appliance on a Chip, computer in één chip; zie PC Plus okt 99
  • IARP = Inverse ARP, enables routers to obtain the IP address of a known Ethernet address of a device associated with a virtual circuit.; method of building dynamic routes in a network.; zie http://www.polycom.com; zie ook ARP
  • IAS = Internet Authentication Service, Microsoft implementation of RADIUS-compliant authentication and accounting; zie http://www.microsoft.nl/; zie ook RADIUS
  • IBAC = Identity-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • IBT = Internet Beat Time, globale tijdrekening volgens BMT; zie MacFan sep 99
  • IC = Integrated Circuit, elektronische schakeling in een compacte behuizing
  • ICA = Independent Computing Architecture; zie PC Pro apr 00
  • ICAP = Internet Calendar Access Protocol; zie PCM nov 97
  • ICB = Internet Citizens Band; teleconferencen via internet; zie PCM jul 97
  • ICE (Digital ICE) = systeem om vuiltjes en krasjes in foto's tijdens het scannen te verwijderen; zie PCM okt 01; zie ook DEE, GEM, ROC
  • ICF = Internet Connection Firewall, firewall van Windows XP; zie http://www.microsoft.com
  • ICH = IO Controller Hub voor AHA; zie PCM nov 99; zie ook FWH
  • ICH2 = ICH met 2 extra USB-poorten, netwerkondersteuning en Ulta ATA/100; zie PCM dec 00
  • ICMP = Internet Control Message Protocol, Internet protocol that reports.errors and provides other information relevant to IP packet processing,.such as routing information; zie PCM mei 00, http://www.polycom.com
  • ICMPv6 = Internet Control Message Protocol voor IPv6; zie http://www.cis.ohio-state.edu/; zie ook IPv6
  • iCOMP = Intel COmparative Microprocessor Performance, score van Intel voor de snelheid van een processor; zie PC+ okt 92
  • ICQ = "I seek you", chatprogramma op internet
  • ICS = Internet Connection Sharing, programmatuur van Microsoft om internetaansluiting op meer PC's te delen; zie PCM okt 00, Windows2000 magazine jan 01; zie ook NAT
  • ICS = Image Cytometry Standard, extensie
  • ICT = Informatie- en Communicatietechnologie
  • ID = Identificatiecode of -sleutel
  • ID-software = Intrusion Detection-software, verzamelnaam voor inbraakalarm op een netwerk; zie PCM jul 02
  • ID3 TAG = tag in mp3-bestand voor informatie over de muziek; zie http://www.id3.org; zie ook v1, v2
  • ID3-tag = veld achteraan MP3-bestand voor album-informatie; zie MacFan mrt 00
  • IDA = Intelligent Drive Array, techniek van Compaq om harddisks gelijktijdig aan te sturen; zie PCM jun 90
  • IDAPI = Integrated Database Application Programming Interface, concurrent van ODBC; ondersteunt naast set-georienteerde benaderingswijze (SQL) ook recordgeorienteerde benaderingswijze (record vooruit, terug etc); zie DB/M sep 94
  • IDC = Internet Database Connector, programmeertaal van Microsoft voor koppeling database aan internetpagina's, vervangen door ASP
  • IDE = Integrated Drive Electronics, type aansturing bij harddisks waarbij de besturingselektronica is ingebouwd in de harddisk; zie PC Advisor feb 99
  • IDE = Integrated Development Environment; ontwikkelomgeving voor programmeurs, voorbeeld: Delphi
  • IDEA = systeem voor encryptie van data; wordt o.a. gebruikt bij PGP; veiliger dan DES en sneller te coderen/decoderen dan DES; zie DDJ dec 93, PCM apr 96; zie ook DES
  • iDEAL = betaalstandaard voor internet, ontwikkeld door Abn Amro, ING, Postbank en Rabobank; zie PCM aug 05
  • IDEF0 = modeleertaal voor functioneel modelleren; zie http://www.wikipedia.org/
  • IDEF1 = modeleertaal voor informatie modellering; zie http://www.wikipedia.org/
  • IDF = Inversed Document Frequency, aanduiding bij information retrieval, hoe vaker een woord voorkomt in des te minder documenten, des te meer waarde dat woord heeft; zie PCM apr 95; zie ook TF
  • IDL = Interface Definition Language; programmeertaal om de interface van een object te specificeren; zie PCM nov 95
  • IDN = Internationalized Domain Name; zie http://www.mozilla.org/
  • IDS = Intrusing Detection System; zie http://www.snort.org/
  • IEAK = Internet Explorer Administrator's Kit; programma voor het maken van een aangepaste versie van IE, voor ISP's.; zie http://www.microsoft.com/windows/ieak
  • IEEE 1394 = I/O-poort met snelheid tot 400 Mb/s (inmiddels ook versies tot 3.2 Gb/s); bekend als FireWire (Apple), iLink (Sony) en Lynx (Texas Instruments); kabels verkrijgbaar met 4 contacten en 6 contacten (met voeding 9 ... 30 Volt); zie http://en.wikipedia.org/; zie ook Firewire, iLink
  • IEEE 802.11a = wireless personal area network standard, 54 Mbit/s, werkt op 5 GHz, bereik ca 20 m; zie PC pro dec 01
  • IEEE 802.11b = wireless personal area network standard, 11 Mbit/s, werkt op 2,5 GHz, bereik ca 100 m (in de praktijk: 30 m), gebruikt door AirPort, kan interfereren met Bluetooth, grotere reikwijdte, maar meer stroomverbruik dan Bluetooth; zie MSH mar 00, PC pro dec 01; zie ook WiFi
  • IEEE 802.11e = wireless personal area network standard, maakt gebruik van QoS voor tijdafhankelijke multimedia-toepassingen; zie PC pro okt 02
  • IEEE 802.11g = wireless personal area network standard, 54 Mbit/s, werkt op 2,5 GHz, bereik ca 100 m, backward compatible with 802.11b; zie PC pro okt 02; zie ook 802.11b
  • IEEE 802.11h = wireless personal area network standard, aanpassing op 802.11a voor gebruik in Europa; zie PC pro okt 02
  • IEEE 802.11i = wireless personal area network standard, maakt gebruik van TKIP encryptie; zie PC pro okt 02
  • IEEE 802.11n = standaard voor wireless personal area network, 100 Mbit/s (inmiddels mogelijk tot 300 Mbits/s), maakt gebruik van MiMo; zie PCM aug 03, AG jan 06; zie ook 802.11b
  • IEEE 802.11s = standaard voor draadloze netwerken, speciaal voor VOIP; ensures voice calls are not broken up by other traffic; zie PCWorld mei 04; zie ook VOIP
  • IEEE 802.16 = standaard voor draadloze netwerken, ook genoemd WiMAX; delivers two-way wireless access at a range of up to 30 miles; zie PCWorld mei 04; zie ook WiMAX
  • IEEE 802.3 = Ethernet
  • IEEE 802.3a = Power over Ethernet
  • IEEE 802.4 = token passing bus
  • IEEE 802.5 = token passing ring
  • IEEE P1901 = standaard beschrijft toekomstige Powerline-technieken; zie PCM okt 09
  • IEEE488, IEEE 488 = Digital Interface for Programmable Instrumentation, standaard voor aansturing elektronische apparaten; zie http://www.ieee.org/; zie ook GPIB
  • IEMSI = norm om inloggen op BBS snel en onzichtbaar af te handelen; zie PCM mrt 95
  • IETF = Internet Engeneering Task Force; zie richard.raeymaekers@gib.be
  • IFC = Interface Clear, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • IFS = Installation File System, tijdelijk bestandssysteem om een bestandssysteem te installeren; zie PC Pro apr 00
  • IFS = Internet File System, van Oracle; zie PCM feb 03
  • IGMP = Internet Group Management Protocol, Transport layer multicasting.protocol used by IP hosts to register their dynamic multicast group membership; zie http://www.polycom.com
  • IGP = Integrated Graphics Processor; zie http://www.nvidia.com
  • IGRP = Interior Gateway Routing Protocol; zie PC+ mrt 94
  • IIFP = Identity Integration Feature Pack; voor inloggen op netwerk van buiten; zie PCM sep 05
  • IIOP = Internet Inter ORB Protocol; zie PCM nov 97
  • IIS = Internet Information Server, ook: Internet Information Services; zie http://www.microsoft.com
  • IKE = Internet Key Exchange; protocol voor uitwisselen sleutels; wordt gebruikt in IPsec; zie DDJ jun 03; zie ook IPSec
  • IL = intermediate language, ook genoemd: runtime code of byte code
  • ILEC = Incumbent Local Exchange Carrier (in Nederland KPN-Telecom); zie http://www.adsl.nl; zie ook CLEC
  • iLink = I/O-poort van Sony, zelfde als FireWire; zie MacFan jan 00; zie ook IEEE, 1394
  • ILP = Instruction Level Parallelism, techniek voor parallel verwerken van instructies door een processor, gebruikt in Itanium; zie PCM jul 01; zie ook EPIC
  • IM = Instant Messaging, systeem om te chatten op internet, o.a. AIM, ICQ, FreeIM; zie PC Format aug 00
  • IMAP4 = Internet Message Access Protocol, e-mailprotocol waarbij binnengekomen berichten op de server van de internetprovider kunnen worden bewaard en beheerd; zie PCM nov 97
  • IME = input method editor; zie Borland manual
  • IMEI = International Mobile Equipment Identity; serienummer van een mobiele telefoon
  • IMP = Internet Messaging Protocol
  • IMS = IP Multimedia Subsystem; zie AG feb 06
  • IMVP = Intel Mobile Voltage Positioning, techniek waarbij spanning van de processor wordt aangepast aan de workload; zie PCM jul 03
  • Index = inhoudstabel, tabel met verwijzingen naar records
  • InfoBus = InfoBus enables dynamic exchange of data between JavaBeans components; zie http://java.sun.com/products/javabeans/infobus/
  • Infoset = set of abstract objects and properties that define the abstract information model for a XML document; zie http://www.w3.org/TR/xml-infoset
  • Inkjetprinter = printer die bolletjes inkt op het papier spuit; zie PCM dec 87
  • InScript = variant van Javascript van iCab; zie http://www.icab.de; zie ook Javascript
  • INSTEON = network protocol for home control; can use RF and powerline; secure data transfer; every node has a unique 24 bit address; zie http://www.insteon.net/
  • INT = Integer, geheel getal
  • Interlaced = techniek waarbij lijnen van een beeld om en om worden weergegeven, dit voorkomt flikkeren op een trraag beeldscherm
  • Internet = mondiaal netwerk van computers met TCP/IP-protocol; zie ook TCP, IP
  • Internetsite = verzameling bij elkaar horende pagina's op internet
  • InterNIC = organisatie die de registratie van de domeinnamen op internet beheert
  • IOR = Interoperable Object Reference, alias voor CORBA; used by CORBA and its clients to identify an object in the CORBA object model; zie MSJ maa 00; zie ook CORBA
  • IOTP = Internet Open Trading Protocol ; zie http://rfc2935.x42.com/
  • IP = Internet Protocol; zie TCP/IP
  • IP Aliasing; zie Multihoming
  • IP Masquerading; zie Multihoming
  • IP Multinode support; zie Multihoming
  • IP SNAP = Sub-Network Access Protocol. Internet protocol that operates between a network entity in the sub-network and a network entity in the end system, SNAP specifies a standard method of encapsulating IP datagrams and ARP messages on IEEE networks; zie http://www.polycom.com
  • IPC = InterProcess Communication; zie DDJ mei 94
  • IPCP = Internet Protocol Control Protocol; protocol om IP-gegevens uit te wisselen; zie ook IP
  • IPD = Internal Pointing Device, doorgaans trackbal of touchpad op een notebook; zie http://www.gateway.com
  • IPF = Invalid Page Fault - er wordt geprobeerd een fout geheugenadres te lezen
  • IPL-11 = programmeertaal, eerste AI-taal, 1955; zie Timeline of AI Milestones
  • IPMI = Intelligent Platform Management Interface, protocol voor beheer van remote servers; zie Pc Pro mrt 03
  • IPMP = Intellectual Property Management & Protection, codeertechniek voor MP3; zie MacFan mrt 00
  • IPng = Internet Protocol Next Generation; zie ook IPv6
  • IPP = Internet Printing Protocol, werkt via adres 127.0.0.1:631
  • IPS = In Plan Switching; techniek bij TFT-schermen, beter kleurbereik dan TN, nadeel: langzamer; subtechnieken: s-ips, as-ips, a-tw-ips en h-ips; zie PCM jan 08; zie ook TFT
  • IPsec (RFC 2401) = gecodeerde versie van IP; op layer 3 van OSI model; wordt gebruikt in IPv6; zie http://www.ietf.org; zie ook IP
  • IPTC = International Press Telecommunications Council; formaat om extra informatie over de foto toe te voegen, zoals omschrijving van de foto, trefwoorden, naam van de maker, etc.; zie PCM apr 07; zie ook EXIF
  • IPTC-metadata, IPTC-NAA-metadata = tekstvelden die een afbeelding beschrijven, ontwikkeld door de International Press Telecommunications Council en de Newspaper Association of America ; zie http://www.controlledvocabulary.com
  • IPv4 = Internet Protocol versie 4, zoals gebruikt vanaf de jaren Ô90; zie http://www.ietf.org/; zie ook IP
  • IPv6 = Internet Protocol versie 6, maakt gebruik van 128 bits adressering en IPsec; zie PCM jan 03, http://www.ipv6.org/; zie ook IPv4
  • IPW = Incremental Packet Writing, techniek bij cd-recorders; zie http://www.philips.com/
  • IPX = Internetwork Packet Exchange, netwerkprotocol van Novell; zie PCM sep 93
  • IRC = Internet Relay Chat, babbelbox op internet; zie PC+ nov 94
  • IrDa = InfraRed Data Association; standaard voor infrarood datatransmissie, kent 3 snelheden (115 k, 1,2 M en 4 Mbit per seconde); zie PCM okt 96
  • IRQ = Interrupt ReQuest, signaal van een hardware-device zoals toetsenbord of drive controller aan de CPU; zie http://www.goldenram.com
  • ISA = Industry Standard Architecture; standaard voor uitbreidingskaarten in PC's; zie PCM jun 90, PC+ mrt 94
  • ISAKMP = Internet Security Association and Key Management Protocol; protocol voor uitwisselen sleutels; wordt gebruikt in IKE; zie DDJ jun 03; zie ook IKE
  • ISAM = Indexed Sequental Access Method
  • ISAPI = Internet Server Application Program Interface, API van Microsoft voor internetservers
  • iSCSI = Small Computer System Interface protocol over IP; zie http://www.hp.com/; zie ook SCSI
  • ISDB-T = Integrated Services Digital Broadcasting Terrestrial; mobiele televisie (alleen in Japan); zie AG feb 06
  • ISDN = Integrated Services Digital Network; publiek netwerk voor spraak- en datacommunicatie, 64k, hoge betrouwbaarheid; zie PC+ mrt 94; zie ook AODI
  • ISDN-2 = ISDN met 2 kanalen, standaard in Nederland; zie MacFan jul 00; zie ook ISDN
  • ISDN-router = apparaat (evt in combinatie met software) om meer computers op één ISDN-aansluiting te gebruiken; zie MacFan mei 99; zie ook router
  • ISM = Radio band used in wireless networking transmissions.; zie http://www.linksys.com
  • ISO 9660 = bestandsformaat voor CDROM images; an ISO image can also contain UDF file system because UDF is backward-compatible with ISO 9660; zie wikipedia; zie ook UDF
  • ISO Network Model = International Standards Organization (ISO) has developed a network model that consists of seven different levels, or layers: Physical, Data Link, Network, Transport, Session, Presentation, Application ; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp
  • ISO-9000 = kwaliteitsnormen ISO 9000-9004, in 1987 gepubliceerd. ISO 9001,2 en 3 bevatten regels voor externe doeleinden, zoals ontwerpen, vervaardigen, nazorg; ISO 9004 is gericht op interne kwaliteit; voor softwareontwikkeling geldt ISO 9000-3; zie PC+ jul 92
  • ISP = Internet Service Provider, bedrijf dat toegang tot internet biedt; zie PC Advisor feb 99
  • ISRC = International Standard Recording Code, codeertechniek voor MP3; zie MacFan mrt 00
  • ISS = Inhibit Symmetric Swapping; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • ISV = Independant Software Vendor; zie richard.raeymaekers@gib.be
  • IT = Information Technology, alle methodes en technieken voor het beheren van informatie
  • ITA = Input Trust Authority, beveiligingsmodule op DVD om illegaal kopiëren te voorkomen; zie PCM apr 06
  • Itanium = processor van Intel, 64 bits; zie PCM jul 01, www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-54328-src_id-385,00.html
  • ITC = Internet Transfer Control; zie MSDN mei 00
  • ITIL = Information Technology Infrasructure Library; zou omschreven kunnen worden als: een kwaliteitssysteem voor het beheer en de exploitatie van ICT-infrastructuur; zie http://www.ptwee.nl/
  • ITOT = ISO Transport Service on top of TCP ; zie http://rfc2126.x42.com/
  • ITPC = iTunes ProtoCol; protocol voor direct aanroepen feeds met iTunes; zie http://protocol-info.net/protocol-itpc/
  • ITS = Internationalization Tag Set ; to be used with schemas to support the internationalization and localization of schemas and documents; zie http://www.w3.org/
  • ITSP = Internet Telephony Service Provider, voorziet in telefoongesprekken via internet naar gewone telefoonnummers; zie Pc Pro mrt 01
  • IVR = Interactive Voice Response system
  • IWM = Integrated Woz Machine, schakeling van Apple voor aansturing floppydisk
  • J-STREAM = besturingssysteem voor thin clients; gebaseerd op Linux; zie http://www.unipalm.co.uk/
  • J2EE = Java 2 Enterprise Edition, specificatie voor Java platform; zie http://www.j2ee.com/
  • J2ME = Java 2 Mobile Edition; zie PCM okt 05; zie ook Java
  • J2SE = Java Platform, Standard Edition ; zie http://java.sun.com/
  • Jade = Programmeertaal voor SGML/XML-conversies, gebaseerd op DSSSL; zie http://www.jclark.com/jade/
  • JAF = JavaBeans Activation Framework, API, standard services to instantiate the appropriate JavaBeans component to perform operations on an arbitrary piece of data.; zie http://www.j2ee.com/
  • JAL = Just Another Language, programmeertaal
  • JAnet = Joint Academic Network, v/h SERCnet, netwerk tussen Britse universiteiten, sinds 1977; zie PCM jul 87; zie ook SERCnet
  • JAR = Java Archive, opslagformaat voor Java applets; zie http://www.sun.com
  • Java = Objectgeorienteerde programmeertaal; zie DDJ nov 95, PC Advisor feb 99
  • JavaBean = Object in Java; zie ook Java, EJB
  • JavaFX = scripting environment van Sun, voor de ontwikkeling van cross-platfom java-applicaties, bestaat uit JavaFX script en JavaFX Mobile; zie http://www.sun.com/software/javafx/
  • JavaScript = Client-Side scripting language, ontwikkeld door Sun en Netscape; zie http://www.sun.com; zie ook ActionScript, Ecmascript, InScript
  • JAXB = Java Architecture for XML Binding; zie http://jcp.org
  • JAXP = Java API for XML Processing
  • JCE = Java Cryptography, provides a framework and implementations for encryption, key generation and key agreement, and MAC algorithms .; zie http://www.j2ee.com/
  • JCL = Job Control Language.
  • JCR = Java Content Repository; defines an abstract model and a Java API for data storage and related services commonly used by content-oriented applications; the JCR storage model is a tree of nodes and properties; zie http://java.dzone.com/
  • JDBC = Java DataBase Connectivity, Java front-end voor database; zie PC+ apr 96
  • JDF = Job Definition Format ; file format/proposed industry standard for end-to-end job ticket specifications, designed to streamline information exchange between different applications and systems, XML-based, opvolger van PJTF; zie http://www.cip4.org/; zie ook PJTF
  • JDO = Java Data Objects; zie AG feb 05; http://java.sun.com/products/jdo/
  • JFC = Java Foundation Classes, API's - extension to the original Abstract Windowing Toolkit (AWT), adding a comprehensive set of graphical user interface class libraries; zie http://www.j2ee.com/
  • JIDL = Java IDL, adds CORBA capability to the Java platform; zie http://www.j2ee.com/; zie ook IDL, CORBA
  • JIT = Just-In-Time compiler, bij uitvoer van een programma wordt het programma pas gecompileerd, daardoor platform-onafhankelijk, sneller dan JVM; zie ook JVM
  • JMS = Java Message Service, API and provider framework that enables the development of portable, message based applications in the Java programming language.; zie http://www.j2ee.com/
  • JNDI = Java Naming and Directory Interface, standard extension to the Java platform, providing Java technology-enabled applications with a unified interface to multiple naming and directory services in the enterprise; zie http://www.j2ee.com/
  • JNI = Java Native Interface, API - enables writing native methods in the Java programming language and embedding the virtual machine in native applications; zie http://www.j2ee.com/
  • JNLP = Java Network Launching Protocol, allowing a user to run a Java application or applet directly from the Internet. JNLP provides direct access to Java software using the latest JVM without the constraints and problems of applets within web browsers; zie http://www.java.com/
  • Joliet = bestandsformaat voor cdroms, gebaseerd op ISO maar bestandsnamen mogen tot 192 tekens zijn
  • JP2 = extensie voor Jpeg2000 file; standaard voor compressie voor afbeeldingen; geeft mooiere en compactere beelden dan jpeg; zie http://www.luratech.com/index_e.html; zie ook LWF
  • JPA = Java Persistence API; Java programming language framework om relational data te kunnen gebruiken in Java; zie http://en.wikipedia.org/
  • JPEG = Joint Photographic Expert Group, standaard voor compressie digitale kleurenafbeeldingen, gebruikt DCT, compressiefactor tot 100; zie Elektuur apr 94
  • Jpeg2000 = compressieformaat voor afbeeldingen, betere kleuren (256 kanalen, sRGB-palet), error resilience, rate control; zie PCM dec 00
  • JPG = extensie voor JPEG-bestanden
  • JPQL = Java Persistence Query Language; opvraagtaal voor JPA entity objects, taal gebaseerd op HQL, object-georiënteerd; zie http://java.sun.com; zie ook JPA, HQL
  • jQuery = javascript library; zie http://www.jquery.com; zie ook javascript
  • JRE = Java Runtime Environment, programmatuur om Java programma's te kunnen uitvoeren; zie www.sun.com
  • JScript = Microsoft's variant van Javascript; zie http://www.microsoft.com/; zie ook Javascript
  • JSF = Java Server Faces, architectuur voor client en server voor rich web applications; zie http://www.sun.com
  • JSON = JavaScript Object Notation; data-interchange format; easy for machines to parse and generate; based on a subset of the JavaScript Programming Language; zie http://json.org/
  • JSP = Java Server Pages, programmeertaal van Sun voor internetpagina's, cross-platform; zie Pc Plus jul 00, http://java.sun.com/products/jsp; zie ook ASP
  • JSP = Jackson Structured Programming, methode voor gestructureerd programmeren
  • JSTL = JSP Standard Tag Library; zie DDJ mrt 03; zie ook JSP
  • JTA = Java Transaction API, specifies interfaces between a transaction manager and the parties involved in a distributed transaction system: the resource manager, the application server, and the transactional applications; zie http://www.j2ee.com/
  • JTAG = Joint Test Action Group, organisatie die standaarden en technieken voor het testen van hardware en software ontwikkelt, b.v. IEEE 1149.1; zie DDJ maa 93
  • JTS = Java Transaction Service, specifies the implementation of a Transaction Manager which supports JTA at the high-level and implements OTS at the low-level; uses the standard CORBA ORB/TS interfaces and IIOP for transaction context propagation between JTS Transaction Managers; zie http://www.j2ee.com/
  • Jumbo paketten = ethernet frames van 9216 bytes bij gigabit, ipv standaard 1518 bytes; zie PCM nov 03
  • JumpBox = packages an application's software, dependencies, and application data into a single virtual computer; zie http://www.jumpbox.com
  • Jumper = verbindingsbrugje tussen twee contacten, doorgaans op een mnoederbord om bepaalde functionaliteit in te schakelen
  • Junkmail = ongewenste email, b.v. werving voor een kettingbrief; zie ook Uce, Spam
  • JVM = Java Virtual Machine, interpreter voor Java programma's, langzamer dan JIT; zie http://www.j2ee.com/; zie ook JIT
  • JXTA = spreek uit: Juxta, ontwikkelomgeving voor peer-to-peer communicatie van Sun Microsystems; zie http://www.sun.com/jxta/, http://www.jxta.org/; zie ook P2P
  • kB = kiloByte, ca duizend bytes; zie ook GB, MB, TB
  • KBD = Keyboard, toetsenbordaansluiting
  • KDC = Key Distribution Center, Kerberos authority server in een Windows 2000 domein; zie MSDN mei 00; zie ook Kerberos
  • KDC = Kodak Digital Camera, extensie
  • KDE = GUI voor Linux
  • Kerberos = network authentication protocol van MIT, based on key distribution, wordt o.a. gebruikt in Windows 2000; zie MSDN mei 00
  • Kernel = kern van een besturingssysteem, ook genoemd nucleus
  • kext = extensie voor kernel extension
  • Keylogger = programma dat alle toetsaanslagen doorsluist; zie PCM nov 03
  • KLT = Kernel Level Thread; zie PCM nov 05; zie ook ULT, Thread
  • ko = kilooctet = 2exp10 Octets = 1024 Octet
  • KSAM = Keyed Sequential Access Methode
  • KVM = Keyboard, Video, Mouse
  • Kylix = ontwikkelomgeving van Borland voor Linux ; zie http://www.borland.com/kylix/
  • L-CMS = Learning Content Management System; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Content_management_system; zie ook CMS
  • L/SQL = Logical SQL, geabstraheerde SQL om ontwerper in staat te stellen op een hoger conceptueel niveau applicaties en tabellen te definieren en beheren; zie DB/M jul 94
  • L1 Cache = Level 1 cache, directe cache van de processorkern; zie ook L2, cache
  • L2 Cache = Level 2 cache, geheugen tussen L1 cache en RAM-geheugen; sneller dan RAM maar langzamer dan de processor; zie ook L1, cache, L3
  • L2TP = Layer Two Tunneling Protocol, netwerkprotocol voor veilige verbinding tussen VPN's; zie PCM sep 99, zie C|Net.com
  • L3 Cache = Level 3 cache, geheugen tussen L2 cache en RAM-geheugen; sneller dan RAM maar langzamer dan L2 cache; zie ook L2, cache
  • Lag = vertraging in een netwerk; zie PCM okt 02
  • LAMP = Linux Apache MySql PHP, systeem met deze componenten, doorgaans gebruikt voor websites
  • LAN = Local Area network; computernetwerk binnen een gebouw; zie Byte feb 85, zie PCM nov 90; zie ook WAN
  • LAN-party = wedstrijd waarbij gamers samenkomen, jun computers aansluiten op een netwerk en gaan spelen; zie Volkskrant okt 00; zie ook LAN
  • Lanczos = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; geeft goede scherpe afbeeldingen, 3 x trager dan Hermite; zie ook Hermite
  • Latency = bij geheugen: aantal klokcycli die geheugen nodig heeft om data door te voeren; bij interface: tijd die een systeem nodig heeft voor het een reactie geeft
  • LBA = Logical Block Addressing; techniek om Enhanced IDE-schijven groter dan 528 MB te kunnen gebruiken op een PC
  • LBAC = Logic-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • LBAC = Lattice-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • LCD = Liquid Cristal Display, beeldscherm op basis van vloeibare kristallen, plat en energiezuinig; zie ook FED, LCoS, LEP
  • LCoS = Liquid Crystal on Silicon, techniek van Philips voor goedkope grote beeldschermen; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-54864-src_id-398,00.html; zie ook LCD
  • LCP = Link Control protocol
  • LDAP = Lightweight Directory Access Protocol; systeem om b.v. adresgegevens te delen op een netwerk; zie PCM nov 97
  • LDDI = Locally Distributed Data Interface, breedband netwerk van X3T9.5; zie Byte jul 89
  • LDF = extensie voor LuraDocument graphics
  • LDIF = LDAP Data Interchange Format ; uitwisselingsformaat voor LDAP- adresgegevens; zie http://www.faqs.org/rfcs/rfc2849.html; zie ook LDAP
  • LDM = Logical Drive Management; voor het aanmaken van logische drives in een raid array; zie http://www.pcguide.com; zie ook RAID
  • LDM = Logical Disk Manager; beheer volumes op een Windows harddisk; zie PCM mrt 07
  • LEAP = LightWeight EAP; beveiligingsprotocol van Cisco, vervangen door EAP-FAST; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook EAP
  • LED = Light Emitting Diode, lichtgevende diode; kleiner, zuiniger en duurzamer dan een gloeilamp
  • LEP = Light Emitting Polymer, techniek die gebruik maakt van polymeren die oplichten wanneer ze onder stroom worden gezet, toekomstige vervanger van LCD-schermen; zie PCM apr 01
  • LePUS3 = object-oriented visual Design Description Language and a formal specification language, speciaal bedoeld voor het modeleren van omvangrijke object-georiënteerde (Java, C++, C#) programma's and design patterns; zie http://www.wikipedia.org/
  • LF = Line Feed, het 10e teken in de Ascii-tabel
  • LFE channel = Low Frequency Effect kanaal, kanaal voor de subwoofer bij Digital Dolby; zie http://www.dolby.com/; zie ook DD
  • LFR = Logical Form Recognition, maakt het mogelijk papieren formulieren om te zetten naar een digitaal invulbaar formulier; zie PCM nov 05
  • Liana = objectgeoriënteerde programmeertaal, voor het ontwikkelen van Windows applicaties; zie DDJ okt 93
  • LIDIL = Lightweight Imaging Device Interface; printertaal van HP; "host-based" protocol; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • Light Peak = techniek om randapparatuur aan te sluiten mbv optische kabel, ontworpen door Intel en bedoeld om in de toekomst USB te vervangen, snelheid 10 Gbit/s; zie http://www.intel.com; zie ook PoE, USB
  • LightScribe = techniek van HP om cd's te bedrukken met de laserstraal van een cd-brander; zie pcm mrt 05
  • LIMDOW = Light Intensity Modulated Direct Overwrite: a storage technology that works on the same basic principle as MO drives but which uses magnets built into disk itself instead of a magnetic read/write head; zie http://www.pctechguide.com/glossary
  • Linker = zet objectcode om naar executable in machinecode; zie ook compiler
  • LINQ = .NET Language Integrated Query; operators for querying and filtering data from any relational or XML source; zie http://www.microsoft.com
  • Linux = PC based Unix; zie DDJ mei 94
  • LISP = List Processor, programmeertaal
  • Live! = aanduiding voor audio-, video-, computer-, telecomapparatuur die naadloos met elkaar kan samenwerken; antwoord van AMD op Intels' Viiv; zie PCM mrt 06
  • LLC = Logical Link Control, data link protocol van IEEE 802; zie Byte jul 89
  • LLO = Local Lock Out, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • LM = Layout Manager
  • LMI = Local Management Interface, a set of enhancements to the basic Frame Relay specification; called LMT in ANSI terminology; zie http://www.polycom.com
  • LMT; zie ook LMI
  • LMTP = Local Mail Transfer Protocol; zie http://en.wikipedia.org/
  • LNA = Low Noise Amplifier, versterker voor draadloze toepassingen; zie http://212.123.129.54/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-57169-src_id-398,00.html
  • LNRA = Last Number Redial, bij telecom
  • LOB = Large OBject
  • LOB = Line Of Business; m.b.t. programma's: programmatuur die een bedrijf gebruikt voor de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden; zie PCWorld mei 04
  • LPB = Low Ping Bastard, term bij online schietspellen voor speler die anderen met langzamere verbindingen fragt; zie PCM okt 02; zie ook HPB
  • LPC = Local Procedure Call, tegenovergestelde van RPC; zie PC Pro apr 00
  • LPD = Line Printer Deamon, programma dat printtaken verwerkt
  • LPD = Laser Phosphor Display; techniek voor beeldscherm, werkt ongeveer zoals oude CRT maar dan met laser; gebruikt slechts 25 procent van de energie die een LCD-display nodig heeft; zie http://www.xconomy.com; zie ook CRT, LCD
  • LPX = Lean Package eXchange; netwerkprotocol, wordt gebruikt bij b.v. NAS; zie PCM ok 05
  • LRE = Left to Right Embedding; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • LRM = Left to Right Mark; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • LRO = Left to Right Override; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • LSA = Local Security Authority, programma dat lokaal Kerberos implementeert; zie MSDN mei 00; zie ook Kerberos
  • LSASS = Local Security and Authority Subsystem Service; achtergrondtaak die Windows-gebruikers aanmeldt bij het besturingssysteem; zie PCM mrt 05
  • LSO = Local Shared Object, a collection of cookie-like data stored as a file (.SOL) on a user's computer, used by Above Flash Player; privacy-gevoelig; zie http://en.wikipedia.org
  • LSP = Layered Service Provider, onderdeel van WinSock 2; zie http://www.microsoft.com/MSJ/0599/layeredService/layeredService.htm; zie ook SPI
  • LTM = Log Transfer Manager, replicatie waarbij logbestand wordt gebruikt; zie DB/M sep 94
  • LTO = Linear Tape-Open technology; developed jointly by HP, IBM, and Seagate; Òopen format" technology; zie http://www.hp.com/
  • LU = Logical Unit, terminal emulatior in een SNA netwerk
  • LUC = systeem voor versleutelen van data mbv Lucas functions; zie DDJ jan 93.
  • Lumalive = textiel dat de werking van LED-lampjes kan nabootsen; zie PCM sep 08
  • Lumi Masking = techniek bij digitale video waarbij sc¬Źnes die het oog niet goed kan zien minder bytes krijgen toegewezen; zie PCM jan 04
  • Luminance = Luminance describes the color's brightness. A color with luminance of 100% is always pure white, and a color with luminance of 0% is always pure black.; zie PaintShop Pro help
  • LUP = Language UPgrade; software upgrade; zie Pc pro okt 02; zie ook CUP, PUP, VUP
  • LV = Low Voltage, aanduiding voor chip die op 3,3 V werkt; zie ook ULV
  • LVM = Logical Volume Manager, manier om bestandsmanagement te benaderen, spreid bestandsystemen uit over verschillende discs; zie PCM okt 00
  • LWF = LuraWave Format; compressieformaat van LuraTech voor afbeeldingen; geeft mooiere en compactere beelden dan jpeg; zie http://www.luratech.com/index_e.html; zie ook jp2
  • LZW = Lempel Ziv Welch compressie, techniek voor de compressie van binaire bestanden
  • M = Modelleertaal van Microsoft; xml-gebaseerd; zie Computable mei 09; zie ook Oslo
  • M-RAM = Mini-Remote Access Multiplexer ; zie http://www.alcatel.com
  • M-services = standaard van GSMA voor mobiele telefoons, kan grafische afbeeldingen en spellen downloaden; zie http://www.gsmworld.com/
  • M1V = MPEG-1 Video-stream; zie http://www.afterdawn.com/glossary/
  • M2M = Machine 2 Machine; aanduiding voor datacommunicatie tussen 2 machines; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-55324-src_id-398,00.html
  • M2V = MPEG-2 Video-stream; zie http://www.afterdawn.com/glossary/
  • M3U = formaat voor playlist / afspeellijst voor mp3-bestanden; zie http://www.afterdawn.com/glossary/
  • M4A = audio only MP4 file, extension used by Apple; zie http://www.afterdawn.com/glossary
  • M4IF = MPEG-4 Industry Forum, defines the standards for MPEG-4 audio and video; zie http://www.afterdawn.com/glossary/
  • M4R = audioformaat voor ringtones
  • MAC = Media Access Control, data link protocol van IEEE 802; zie Byte jul 89; zie ook ISO, Network, Model
  • MAC = Message Authentication Code, algorithmes voor de beveiliging van gegevens tussen componenten.; zie http://www.j2ee.com/
  • MAC = Mandatory Access Control; bij Unix, systeem dat toegangsrechten regelt; erg strikt, veiliger dan DAC; zie PCM mrt 07; zie ook DAC
  • MAC address = standardized data link layer address that is required for every port or device that connects to a LAN, other devices in the network use these addresses to locate specific ports in the network and to create and update routing tables and data structures; MAC addresses are 6 bytes long and are controlled by the IEEE, also known as a hardware address, MAC-layer address, and physical address; compare with network address.; zie http://www.cisco.com
  • Mac-tabel = lijst van Mac-adressen van elke ethernetadapter; zie PCM nov 03
  • Mach = besturingssysteem, voor parallelle en gedistribueerde systemen, zogenaamde microkernel; zie pc+ dec 93
  • Machinecode = programmacode die alleen geschikt is voor een bepaald hardware-platform; zie ook linker
  • MacOS = Macintosh Operating System, besturingssysteem van Apple; zie http://www.apple.com
  • Macro = computercommando dat is samengesteld uit commando's van lager niveau
  • Maemo = bestiringssysteem voor smartphones, open-source; zie PCM dec 09
  • Magic Cap = systeem voor "Personal communicators" (telefoon, e-mail, fax etc); zie MacTech mei 95
  • Mainframe = voorheen: centrale computer; nu: computer die behoort tot de snelle servers; vergelijk mini-computer en pc; zie ook Supercomputer
  • Malware = Malicious software, verzamelnaam voor virussen, pests, adware, spyware; zie PCM nov 03
  • MAN = Metropolitan Area Network, netwerk met rijkwijdte tot ca 50 km; zie PC+ sep 92; zie ook LAN, WAN
  • MAPI = Messaging Application Program Interface; API van Microsoft voor uitwisseling mail met andere applicaties; zie PCM jul 97; zie ook Email
  • MAPS = Mail Abuse Preventium System, organisatie die zwarte lijst van servers beheert; zie PCM jan 00
  • Markof = zoeksysteem waarbij woorden in 3-letter-delen worden gesplitst; zie emnet 1 94; zie ook CLARIT, en, SMART
  • MASM = Messaging Service Access Module, application to communicate with external or non-AOCE system users; zie MacTech feb 94; zie ook AOCE
  • MathML = Mathematical Markup Language, toepassing van XML voor wiskundige en wetenschappelijke notaties e.d.; zie http://www.w3.org/Math
  • MAU = Multiple Access Unit, network concentrator; zie Byte jul 89
  • MB = MegaByte, ca 1 miljoen bytes; zie ook kB, GB
  • MBCS = Multi Byte Character Set, tekenset die geschikt is voor meer tekens dan ASCII, zoals Unicode; zie ook Unicode
  • MBMS = Multimedia Broadcast and Multicast Service, techniek voor hogere uploadsnelheid bij draadloze verbindingen; snelheid tot 5,8 Mbps; zie AG mrt 07
  • MBR = Master Boot Record; zie PCM okt 93
  • MBSA = Microsoft Baseline Security Analyzer, voor het opsporen van fouten in Windows; zie http://www.microsoft.com
  • MBWA = Mobile Broadband Wireless Access; systeem voor mobiele netwerken dat goed om kan gaan met datafouten en snel contact kan leggen; zie PCM jul 08
  • MCA = Micro-Channel Architecture, systeembus van IBM voor de PS/2
  • MCC = Microsoft Management Console; zie http://www.microsoft.com
  • MCH = Memory Controller Hub voor AHA; zie PCM nov 99; zie ook ICH
  • MCID = Malicious Call Identification; (telecom) opsporen van ongewenste oproepen; zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • MCSE = Microsoft Certified System Engineer
  • MD5 = data integrity validation mechanism; data is created by a algorithm that examines the original file and creates a short(-ish) checksum data string out of the original file's characteristics; zie http://www.afterdawn.com/glossary/
  • MDA = Monochrome Display Adapter, zwartwit videokaart van IBM
  • MDA = Mail Delivery Agent; gedeelte van emailsysteem dat zorgt voor de aflevering van een email aan de eindgebruiker; zie PC pro okt 02; zie ook MTA
  • MDA = Model Driven Architecture, waarbij een programma volgens een vast stramien wordt ontworpen; zie ook UML
  • MDAC = Microsoft Data Access Components; interface tussen sql server en ODBC; zie http://www.microsoft.com
  • MDI = Multiple Document Interface, Windows-applicatie met 1 of meer venster binnen een hoofdvenster (b.v. Word); zie PC techniques aug 93; zie ook SDI
  • MDI/XMDI = met deze techniek kijkt elke poort zelf of een netwerkaansluiting van polariteit moet worden gewisseld, standaard voorziening bij gigabit; zie PCM nov 03; zie ook gigabit
  • mDNS = Multicast DNS, a way of using familiar DNS programming interfaces, packet formats and operating semantics, in a small network where no conventional DNS server has been installed; zie http://www.multicastdns.org/; zie ook DNS
  • MDRam = Multibank DRam; snelste voor vga; zie PCM okt 96
  • MED-V = Microsoft Enterprise Desktop Virtualization; techniek voor virtualisatie, oorspronkelijk van Kidaro; zie Computable mei 09
  • Media RSS = door Yahoo! ontwikkelde uitbreiding van de rss-standaard voor audio- en videobestanden; zie PCM nov 05
  • MediaFLO = Media Forward Link Only; open standaard van Qualcomm voor draadloze televisie; werkt op 700 MHz band (alleen VS); zie AG feb 06
  • Megasells = techniek van Acuid voor RAM waarbij een extra circuit de schakelmomenten van de geheugens bijhoudt, waardoor de schakeltijd verkort kan worden; doorvoersnelheid tot 19,5 GB/sec; zie PC Pro feb 03
  • MemoryStick = flashgeheugen van Sony, smal, de paars-gekleurde zijn niet beveiligd, de wit-gekleurde zijn met SDMI beveiligd; zie PCM okt 01
  • MEMS = Micro Elektro Mechanical Systems; technology of nuilding micro-scaled devices using integrated electrical and mechanical components; zie PC Pro dec 01
  • MESH = Macintosh Enhanced SCSI Hardware; SCSI-controller van PowerMacintosh; zie http://www.apple.com/
  • Mesh Networking = Mesh networking is a way to route data, voice and instructions between nodes. It allows for continuous connections and reconfiguration around blocked paths by "hopping" from node to node until a connection can be established; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Mesh_network
  • Mesh-router = router voor mesh netwerk; handig voor draadloos netwerk op groter oppervlak; zie PCM apr 06; zie ook Mesh, Networking, router
  • MFC = Microsoft Foundation Classes, Windows class library (verzameling componenten) voor de ontwikkeling van objectgeoriënteerde applicaties; zie http://www.microsoft.com
  • MFP = Multi-functionele printer; combinatie printer + scanner + copier (+ fax)
  • MFPA = MultiFunction Peropheral Association, organisatie voor uniforme standaard voor communicatie tussen PC en randapparatuur; zie PC+ mei 95
  • MFPDTF = Multi-Function Peripheral Data Transfer Format; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • MFT = Master File Table; hoofd-bestandsindex van een harddisk, bij NTFS
  • MGCP = Media Gateway Control protocol
  • MHD = Micro Hard Drive; opslagsysteem van Imation met kleine harddisk; zie AG feb 06
  • MHS = Message Handling Service, technolgie van Novell voor het uitwisselen van email op een netwerk
  • MHT = Multi-server Hyper-threading Transportation; zie http://www.flashget.com/
  • MHz = Mega Herz, miljoen omwentelingen per seconde, doorgaans de eenheid om de snelheid van de processor aan te geven
  • MIB = Management Information Base; geeft aan wat de kenmerken zijn van de labels van een snmp-apparaat; zie PCM jun 04; zie ook snmp
  • MIC = Message Integrity Check
  • Micro SD = SD Card kleiner dan een paperclip; zie AG feb 06; zie ook SD
  • Microkernel = besturingssysteem voor klein apparaat of met beperkte functionaliteit
  • Micron = 1 micrometer, 1000 nanometer
  • MID = Mobile Internet Device; kleiner dan umpc, formaat van een pda maar kracht van umpc; zie PCM jun 07
  • MIDAS = Multi-tiered Distributed Application Services, provides multi-tier database capability to Delphi applications; zie Delphi help
  • Middleware = verbinding tussen client en server, zorgt ervoor dat client met iedere soort server overweg kan; zie PC+ nov 94
  • MIDI = Musical Instrument Digital Interface, standaard voor het verbinden van muziekinstrumenten op een computer; zie PCM feb 90, PC Advisor feb 99
  • MIDL = Microsoft Interface Definition Language; attributes, keywords, statements, and directives that are used for OLE; zie ook OLE
  • MIF = Maker Interchange Format ; zie http://www.adobe.com
  • MIME = Multipurpose Internet Mail Extension, standaard voor het uitwisselen van multimedia-berichten (JPEG, GIF, PICT, QuickTime, RTF); zie Macintosh Nieuwsbrief mrt 95, PCM jul 97; zie ook Email
  • MIMO = Multiple Input, Multiple Output; waarbij over 1 kanaal verschillende datastromen gestuurd kunnen worden; bij WiFi meerdere antennes die simultaan verkeer over verschillende kanalen afhandelen; zie PCWorld nov 04
  • MIN = Mobile Identification Number
  • Mini PCI = moederbordformaat; zie http://www.pcisig.com
  • Mini-computer = kleinere server voor een afdeling; vergelijk mainframe en pc
  • Miniature Card = standaard voor uitwisselbare geheugenkaarten; penloze connector; max. 64 MB Flash; afmetingen kwart van PCMCIA; zie Elektuur mrt 96
  • Minix = besturingssysteem, foutbestendig, zogenoemde microkernel; zie http://www.minix3.org/
  • MIP-mapping = takes textures at different resolutions and uses them to map onto objects depending how far away they are; zie PC Plus okt 99
  • MIPS = Millions of Instructions Per Second, aanduiding voor de snelheid van een computer
  • MIS = Marketing Informatie Systeem, onderdeel van managament informatiesysteem voor marketing-activiteiten; zie PC+ mei 92, PC+ sep 92; zie ook EIS
  • Mitchell = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; geeft goede afbeeldingen, 2 x trager dan Hermite; zie ook Hermite
  • MJPEG = video format, a series of JPEG frames streamed together; zie PC Plus jul 00
  • mkv, .mkv = Matroska, videoformaat (ook h.264), geschikt voor HD-video; zie PCM jan 08
  • ML-PPP = MultiLink PPP; zie Dual PPP
  • MLC = Multiple Logical Channels; transport protocol van hp; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • MLC = Multi Level Cell; technologie voor solid-state drives; zie PCM sep 08
  • MLE-control = Multi Line Edit-control; zie ook SLE
  • MLP = Micro Leadframe Package, chip waarbij aansluitingen contactvlakken zijn aan de zijkant van de chip; zie elektuur mei 04
  • MLP = Meridian Lossless Packing, methode om audio zonder geluidsverlies te comprimeren; wordt gebruikt bij DVD-Audio; zie PCM apr 05
  • MLP = Mobile Location Protocol ; zie http://www.openwave.com/
  • MLTE = Multilingual Text Engine; system for handling unicode text; zie http://developer.apple.com/internationalization/
  • MMC = Multi Media Card, flash card ter grootte van een vingernagel; zie PCM jan 00
  • MMC = Machine Management Console, centrale voor beheersfuncties in Windows 2000; zie PCM sep 99
  • MMC = Microsoft Management Console, presentation framework for writing management apps; zie MSDN mei 00
  • MMI = Mens Machine Interface, manier om gegevens in te voeren en te manipuleren (van een Internet apparaat), voorbeelden: T9, iTAP, EziText, Triple Tap, spraakherkenning; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-53323-src_id-398,00.html
  • MMORPG = Massive Multi-Player Online Role Playing Game; b.v. Second Life; zie ook RPG
  • MMOSA = Multimedia Operating System Architecture, besturingssysteem van Microsoft voor set-top boxes, de opzetkastjes die nodig zijn om tv geschikt te maken voor interactief gebruik; zie Emnet 7 94
  • MMS = Multimedia Messaging Service, standaard om berichten met tekst, geluid etc te versturen; opvolger SMS; zie PCM sep 01
  • MMURTL = message bases, multitasking, realtime besturingssysteem; zie DDJ mei 94
  • MMX = Multimedia extensions; uitbreiding op de Intel Pentium speciaal voor het verwerken van beeld en geluid, werkt met SIMD; zie PC+ apr 96, PCM mei 96, PCM jan 98; zie ook SIMD
  • Mnemonic = naam voor een processor-instructie, b.v. ADD, SUB, JMP, i.t.t. een hexadecimale code; term stamt uit de begintijd van de programmeertalen
  • MNP = standaard voor compressie van datacommunicatie
  • Mo = Megaoctet = 2exp20 octect
  • MO = Magneto-optical technology
  • Mobipocket = formaat voor ebooks; momenteel meest populair; zie PCM jul 08
  • Moblin = besturingssysteem van Intel voor Netbooks, gebaseerd op Linux; zie http://www.moblin.org
  • Modem = Modulator/demodulator, apparaat om computergegevens uit te wisselen via de telefoonlijn; zie PC Advisor feb 99
  • Modular Windows = besturingssysteem van Microsoft voor consumentenelektronica; zie PC+ okt 92
  • Moederbord (Motherboard) = centrale elektronica met de systeembus waarop andere schakelingen kunnen worden aangesloten
  • MOF = Management Object Format, opslagformaat voor CIM classes in text files; zie MSDN mei 00; zie ook CIM
  • Mono = Opensource-implementatie van .Net; multi-platform; zie PCM mrt 07; http://www.mono-project.com/
  • Montium = processor van universiteit Twente, bestaande uit functionele blokken die apart aan/uit gezet of met elkaar gecombineerd kunnen worden; zie PCM nov 04; http://chameleon.ctit.utwente.nl
  • MOPS = Mega Operations Per Second, aantal instructies die een processor per seconde kan verrichten; zie ook GOPS
  • Motion Blur = effect dat sneller bewegende objecten vager overkomen; zie http://www.3dfx.com
  • Mount Rainier = open standaard waardoor dvd of cd als diskette kan worden gebruikt; zie PCM okt 03; zie ook CD-MRW
  • MOV = Movie, extensie voor QuickTime-movies; zie http://www.quicktime.com; zie ook QT
  • MovieTalk = verzameling van routines voor video vergaderen in een netwerk; zie MacWorld dec 94
  • MP = multiprocessing; zie MacTech mrt 96
  • MP = Multilink Protocol; zie PPP/MP
  • MP3 = MPEG-1 audio layer 3, compressiestandaard voor geluid; zie PCM nov 97
  • mp3hd = MP3 High Definition, codec voor compressie audio; verbeterde versie van MP3, lossless; nadeel grote bestanden, weinig ondersteuning fabrikanten; zie PCM okt 09; zie ook MP3
  • MP3Pro = verbeterde mp3 van Thompson Multimedia, bitrate 64 kb/s; betere compressie en betere kwaliteit dan mp3; werkt met SBR; zie PCM jul 01, http://www.mp3prozone.com
  • MP4 = multimedia container for MPEG-4 video and audio; zie MacFan mrt 00; zie ook M4A
  • MPEG = Motion Pictures Expert Group, standaard voor compressie van digitale video; compressiefaktor 200 mogelijk; zie Elektuur apr 94
  • MPEG-1 = formaat voor opslag van bewegende beelden en geluid; zie MacFan mrt 00
  • MPEG-2 = standaard voor digitale televisie; zie MacFan mrt 00
  • MPEG-4 = verbeterde MPEG-1; zie MacFan mrt 00; zie ook DivX
  • MPILIB = systeem voor encryptie van data; vergelijkbaar met RSA; zie PCM apr 96
  • MPP = Multimedia Protection protocol, codeertechniek voor MP3; zie MacFan mrt 00
  • MPR II = norm voor de maximale straling van een beeldscherm
  • MR = Modem Ready, indicator op modem wanneer modem gereed is
  • MRAM, Magnetic RAM = Magnetic Random Access Memory, geheugenchip van IBM met magnetische ipv elektronische lading; werkt op basis van Spintronic; zie Pc Pro mrt 01; zie ookSpintronic
  • MRU = Most Recently Used, b.v. in MRU-filelist
  • MRUD = Most Recently Used Directories
  • MS = Memory Stick, flash-geheugen van Sony; zie http://www.sony-europe.com; zie ook CF
  • MS = Multi Session, aanduiding bij cdroms, waarbij de data in meer sessies kan worden geschreven; zie http://www.philips.com/
  • MSA = Message Submission Agent, mail server, stuurt mail door naar MTA, TCP port 587; zie ook MTA, MUA
  • MSC = Mass Storage Class; driver van Windows voor geheugenkaartjes
  • MSCHAP = Microsoft Challenge Handshake Protocol; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304
  • MSCS = Microsoft Cluster Services, techniek voor het groeperen van systemen by fault-tolerant systems; zie windows2000 magazine, jan 01
  • MSDN = Microsoft Developers network; zie msdn.microsoft.com
  • MSI = Microsoft Installer Package, installatiebestand van Microsoft; zie http://msdn.microsoft.com; zie ook MSM
  • MSM = Mobile Station Modem, schakeling van Qualcomm voor mobiele datacommunicatie; zie http://www.qualcomm.com/
  • MSM Package = Microsoft Merge Package, Merge Module, installatiebestand van Microsoft voor shared components; zie http://msdn.microsoft.com/library/devprods/vs6/vstudio/vsinstal/idh_vedefmergemodule.htm; zie ook MSI
  • MSMQ = Microsoft Message Queue; zie http://www.microsoft.com
  • MSN = Multiple Subscriber Number, abonneenr op een ISDN-lijn; zie Telecommag okt 94
  • MSN = Microsoft Network, netwerk van microsoft voor E-mail en toegang tot Internet
  • MSP = Mobile Station Processor, processor voor mobiele telefonie; zie http://www.qualcomm.com/
  • MSXML = Microsoft XML Parser, ingebouwd in IE 5.0; zie MSJ mar 00
  • MTA = Mail Transfer Agent, Message Transfer Agent, TCP port 25; zie PC Plus apr 00, windows2000 magazine, jan 01; zie ook MSA
  • MTBF = Mean Time Between Failures
  • MTH = Memory Transition Hub, component van Intel die parallele instructies van SDRAM vertaalt in seriële instructies van RDDAM; zie PCM jul 00
  • MTJ = Magnetic Tunnelling Junction, device van IBM voor kleinere harddisk kop; op basis van spintronic; zie Pc Pro jan 05; zie ook Spintronic
  • MTP = Media Transfer Protocol; techniek van Microsoft voor het uitwisselen van media-bestanden tussen draagbare apparaten en Windows XP; zie http://www.directionsonmicrosoft.com/sample/DOMIS/update/2004/10oct/1004mpumsf_sb.htm; zie ook PTP
  • MTP = Media Transfer Protocol, voor uitwisseling media-bestanden tussen Windows XP-pc en extern apparaat; zie PCM mrt 05
  • MTP = Media Transfer Protocol, protocol voor communicatie tussen externe hardware en Windows Media Player 10; zie PCM mrt 06
  • MTS = Microsoft Transaction Server; zie http://www.microsoft.com
  • MTTF = Mean Time To Falure
  • MUA = Mail User Agent, email client; zie Pc pro okt 02; zie ook MTA, MDA, MSA
  • MUD = Multi-User Domain/Dialogue/Dungeon; samen werken/spel spelen op internet; zie PCM jul 97
  • Multicast stream = a stream directly sent to a group address; efficient for sending the same video to a group of people over a LAN; zie http://www.apple.com; zie ook unicast, stream, reflected
  • Multihoming = the ability of a single physical node on a network to have more than one address on that network; zie MacTech jan 96; Synonyms for this feature include IP Aliasing, Secondary IP address Support, IP Masquerading, IP Multinode support
  • Multilink PPP = PPP gelijktijdig over 2 ISDN B-kanalen gebruiken, 128 kbps; zie http://www.dynalink.nl
  • MultiMediaCard = geheugenmodule van Siemens en SandDisk, klein, weinig stroomverbruik; zie PCM okt 01
  • MultiMos = besturingssysteem
  • Multiplexer = schakeling die meer signaallijnen comprimeert zodat minder lijnen nodig zijn
  • Multiplicator = circuit die de verhouding tussen fsb- en processorfrequentie instelt; hiermee kan een processor getuned worden bij overklokken; zie PCM jan 04
  • MultiPPP = PPP over meer kanalen tegelijk
  • Multiprocessing = een aan elkaar geschakelde hoeveelheid processoren die samen en tegelijk aan één of meer taken kunnen werken, zorgt voor efficiënter gebruik computercapaciteit; zie PC+ nov 92
  • Multiscan = aanduiding bij een beeldscherm die zich automatisch aan de aangeboden frequentie aanpast
  • Multisessie = aanduiding bij CD-R om deze in meer sessies te branden i.p.v. in een keer
  • MultiSync = aanduiding van Sony voor een beeldscherm die zich automatisch aan de aangeboden frequentie aanpast
  • Multithreading = systeem of programma dat gebruik kan maken van threads; zie PC Techniques jun 93.; zie ook Thread
  • MVA = Multi-domain Vertical Alignment (ook genoemd PVA); techniek bij TFT-schermen, compromis tussen TN en IPS; zie PCM jan 08; zie ook TFT
  • MVC = Model View Controller; voorloper van framework; zie WinTech mrt 96
  • MVCC = Multi Version Concurrency Control; technique for improving database performance in a multi-user environment; while querying a database each transaction sees a snapshot of data as it was some time ago, regardless of the current state of the underlying data; wordt gebruikt door PostgreSQL; werkt dus anders dan locks; zie http://www.postgresql.org/
  • MVM = Microsoft Virtual Machine, versie van JVM; zie ook JVM
  • MX = Mail eXchanger; zie windows2000 magazine, jan 01
  • MXM = Moblie pci-eXpress Module, open standaard van nVidia voor modulaire opbouw grafische kaart; zie PCM mei 06; zie ook Axiom
  • MXML = Macromedia Flex Markup Language; zie http://www.macromedia.com
  • MxStream = dienst van KPN voor internet via ADSL, 512 kbit en 1024 kbit; zie PCM feb 00
  • N-ISDN = Narrowband ISDN: same as ISDN; zie http://www.adsl.com
  • NAC = Network Access Concentrator; zie http://www.adsl.nl
  • NADS = National Digit Shapes Substitution; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • NAE = Netware Application Engine, Netware runtime module die door toevoeging NLM dienst kan doen als Gateway, Router, netwerkbeheersysteem; zie PC+ nov 92
  • Nailed-up Connection = emulates a leased line connection even though the physical line is a dial-up connection; zie http://www.zyxel.com
  • NAK = Negative acknowledge, signaal bij falen bij datacommunicatie; zie ook ACK
  • Namespace = gedefinieerde set variabelen, functies of tags binnen een programma; voorkomt dat b.v. een verkeerde variabele wordt gebruikt; wordt ook gebruikt voor elementen in een XML-document; zie MSDN mei 00
  • NAND-Flash memory = geheugen gebruikt in oa USB-sticks, in vergelijking met NOR: snellere wistijd, goedkoper, niet geschikt voor random access, wel voor lezen en schrijven van blokken zoals bij diskdrive; zie ook NOR-Flash, memory
  • NAP = Network Access Provider: another name for the provider of networked telephone and associated services, usually in the U.S; zie http://www.adsl.com
  • NAS = Netware Access Server, vraagt de validering van een logon aan een Authorisation server; zie richard.raeymaekers@gib.be
  • NAS = Network Attached Storage, netwerkopslag, harddisk met ethernetaansluiting; zie MacFan mrt 01, http://www.quantum.com
  • NAT = Network Address Translation, voorziening om meer computers op 1 IP-adres te gebruiken, RFC 1631; zie MacFan jul 00; zie ook PAT
  • NAT-T = NAT-Transversal, provides a way for two computers to detect the presence of one or more NAT device between them; zie Windows Magazine jan 04
  • NBP = Name Binding Protocol, protocol van Apple voor de conversie van netwerknamen naar socket-adressen; zie Byte jul 89
  • NBP = NetBIOS Protocol, netwerk van 3Com; zie Byte jul 89
  • NBS = Netwerkbesturingssysteem; zie PCM sep 87
  • NC = Networking Computer; ook bekend als Web-pc; zie PCM mei 96
  • NCD = NanoChromics Display; techniek van Ntera voor digitale beeldscherm; kijkhoek zeer groot; zeer laag energieverbruik, beeld blijft staan als stroombron wegvalt; zie PCM apr 05
  • NCP = NetWare Core Protocol, interface tussen transport layer en hogere layers van NetWare; zie Byte jul 89
  • NCP = Network Control Protocol
  • NCPA = Network Control Panel Applet, module voor Windows regelpaneel
  • NCQ = Native Command Queuing; commando-interface bij sata-2 harddisk; zie PCM apr 06; zie ook sata
  • NDAC = Not Data Accepted, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • NDAS = Network Direct Attached Storage; technologie van Ximeta waarmee externe harddisk direct aangesloten kan worden op een Ethernet netwerk; zie http://www.ximeta.com/
  • NDIS = Network Drive Interface Specification; zie PC+ mrt 94
  • NDR = Network Data Representation, formaat voor paprameternotatie bij DCOM; zie MSJ maa 00
  • NDS = Novell Directory Services, programma voor beheer van netwerk
  • Nest = systeem van Novell voor netwerk via lichtnet; zie PC+ mei 96
  • Net-dde = DDE via netwerk
  • NetBeans = ontwikkelframework voor Java; zie htttp://www.sun.com/
  • NetBEUI = NetBios Extended User Interface, netwerkprotocol van IBM; zie Byte jul 89
  • NETBIOS = netwerkbios van IBM, interface tussen sessielaag en prestatielaag in het OSI-model; zie PCM sep 87; zie ook BIOS
  • Netbook = Kleine notebook, speciaal voor eenvoudige taken als tekstverwerken, email en bladeren op internet
  • NetBT = NetBIOS over TCP/IP; zie windows2000 magazine, jan 01
  • NetWare = netwerkbesturingssysteem van Novell
  • Netwerk = koppeling van meer computers
  • NeWS = Network Extensible Window System, GUI van Sun
  • NEXT = Near End CrossTalk, the interference between pairs of lines at the telephone switch end; zie http://www.adsl.com
  • NextStep = besturingssysteem van Next (Steve Jobs)
  • NFC = Near Field Communication, techniek voor draadloze communicatie tussen allerlei apparatuur, zoals zaktelefoons, digitale camera's en draagbare computers; werkt in 13,56 MHz band; zie volkskrant mrt 04
  • NFO = Extensie voor Info-bestand; wordt o.a. gebruikt in nieuwsgroepen; zie PCM mrt 07
  • NFR = Near Field Recording, opnametechniek voor DVD; opslagcapaciteit tot 100 GB ; zie PCM sep 04
  • NFS = Network File System, a distributed file system network protocol developed by Sun Microsystems; zie http://www.sun.com
  • NGIO = Next Generation I/O, schaalbaar systeem voor snelle verbindingen voor servers, centrale deel is HCA; zie PC Plus mei 99
  • NGSCB = Next Generation Secure Computing Base; onderdeel van Windows Vista dat stukken geheugen afschermt; maakt gebruik van TPM; zie PCM apr 06; zie ook TPM
  • NGWS = Next Generation Windows Services, heet nu .NET; zie PCM nov 00; zie ook .NET
  • NIAS = Novell Internet Access Server; zie PC Pro dec 99
  • NIB = NeXT Interface Builder, resourcebestand van NextStep; zie MacFan nov 01
  • Nibble = 4 bits
  • NIC = Network Interface Card
  • Nieuwsgroep = discussiegroep op internet; zie ook Usenet, NNTP
  • NIK = Netwerk Interface Kaart; zie PCM sep 87
  • NLA = Next Level Aggregator; instantie die sub-adressen uitgeeft bij IPv6, 32 bits; zie ook TLA
  • NLM = NetWare Loadable Module, programma voor een Novell netwerk
  • NLP = Natural Language Processing; zie http://www.polderland.nl
  • NLPID = Network Layer Protocol ID; zie http://www.faqs.org/
  • NMS = Network Management Server; controleert de agents in een snmp-netwerk; zie PCM jun 04; zie ook snmp
  • NNI = Network-Network Interface, interface protocol bij ATM; zie http://www.synapse.de/; zie ook ATM
  • NNTP = Network News Transfer Protocol, op Usenet gebruikt protocol voor het volgen van en deelnemen aan discussiegroepen; zie PCM nov 97
  • Node = aansluitpunt of knooppunt in een netwerk
  • NODS = Nominal Digit Shapes; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • NOR-Flash memory = geheugen gebruikt in oa BIOS; zie ook NAND-Flash, memory
  • NorthBridge = schakeling tussen processor en geheugen; zie ook SouthBridge
  • NOS = Network Operating System, b.v. NetWare van Novell
  • Notebook = draagbare computer, ongeveer ter grootte van een A4
  • NOVRAM = Non-Volatile RAM, combinatie van SRAM en backup batterij
  • NPAPI = Netscape Plugin Application Programming Interface; architectuur voor browser-plugins; wordt in de meeste huidige browsers toegepast; zie http://en.wikipedia.org/wiki/NPAPI
  • NPC = Non Playing Character, figurant in een computerspel; zie PCM dec 99
  • NRFD = Not Ready For Data, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • NRZI = Non Return to Zero Inverted, methode voor het coderen van data waarbij alleen de overgangen tussen 0 en 1 worden gebruikt
  • NSAPI = Netscape Server Application Programming Interface
  • NSP = Native Signal Processing, microprocessor met aanvullende code voor de verwerking van audio en video; zie PC+ aug 95
  • NT = New Technology, merknaam van Microsoft voor 32-bits versie van Windows
  • NT = Network Terminator, aansluitkastje bij ISDN; zie MacFan jul 00; zie ook ISDN
  • NTE = Network Termination Equipment: the equipment at the ends of the line; zie http://www.adsl.com
  • NTFS = New Technology File System, indelingssysteem voor harddisks
  • NTLM = NT Lan Manager; zie http://www.microsoft.com
  • nub = term van Microsoft voor TOR, code voor beveiliging operating systeem; zie Pc pro okt 02; zie ook TOR
  • Nubus = systeembus van Texas Instruments, gebruikt in de Macintosh II en IBM PS/2
  • NUC = NetWare UNIX Client, Software that allows a UnixWare system to behave as a recognized client to NetWare software; zie http://www.compudynamics.com
  • Nucleus = kern van een besturingssysteem, ook genoemd kernel
  • Nurbs = Non-Uniform Rational B-Splines, wiskundig model om complexe driedimensionale geometrie te kunnen beschrijven, wordt gebruikt bij CAD-systemen; zie PCM mei 00
  • NUT = multimedia container format for storage of audio, video, subtitles and related user defined streams; patent-free; zie http://www.nut-container.org/
  • NV Cache, nv-cache = Non Volatile Cache; disk met combinatie van harddisk en flash-geheugen; zie PCM feb 07
  • NVRam = Non-Volatile RAM, aanduiding voor geheugen dat inhoud ook bewaart zonder spanning, zoals EPROM
  • NVT = Novell Virtual Terminal, applicatie om via DOS op een Novell netwerk te komen
  • NWLink = Microsofts benaming voor IPX/SPX; zie ook IPX
  • NX = No Execute; scheidt de geheugenruimtes voor opslag en instructies van elkaar, zodat kwaadwillende hackers niet via een buffer overflow het systeem kunnen overnemen; zie PCM dec 07; zie ook XDB
  • Nym = alias = alternatieve naam; zie http://www.freedom.net
  • OAI = Open Archives Initiative, protocol gebaseerd op HTTP en XML, bedoeld om de inhoud van internetdatabases voor zoekmachines te openen en doorzoekbaar te maken ; zie http://www.openarchives.org/
  • OAM = Operation, Administration, Maintenance; meta-kanaal bij ATM; zie http://www.synapse.de/; zie ook ATM
  • OBA = Office Business Applications; toepassingen met Microsoft Office en een server; zie .net magazine jun 08
  • OBEX = Object Exchange; profiel bij Bluetooth voor uitwisselen objecten, zoals adresgegevens, agendagegevens, etc.; zie PCM jun 04
  • Objective-C = Objectgeoriënteerde versie van C; wordt oa gebruikt in MacOSX
  • OBML = Opera Binary Markup Language, gecompimeerde vorm van HTML, reduces download sizes by up to 90%., alleen voor Opera Mini browsers; zie http://dev.opera.com/articles/view/opera-binary-markup-language/
  • OBU = On Board Unit; boardcomputer; zie AG okt 09
  • OCF = Open Container Format, verpakt epub in zip-formaat; zie PCM dec 09, www.idpf.org; zie ook epub
  • OCL = Object Constraint Language; gebruikt bij modeling; zie ook UML
  • OCR = Optical Character Recognition, programma dat tekst uit bitmaps kan filteren, o.a. gebruikt bij scanners
  • OCSP = Online Certificate Status Protocol; zie www.mozilla.org
  • Octet = 8 bits, doorgaans identiek aan 1 byte
  • ODA = Open Document Architecture, ISO 8613, systeem voor documenten met tekst, afbeeldingen, geluid, video etc.; zie DDJ maa 93
  • ODBC = Open DataBase Connectivity, manier om databases op uniforme en transparante wijze te benaderen; gebaseerd op CLI-standaard (SQL); zie DB/M sep 94 en PC+ okt 95
  • ODETTE = standaard van autofabrikanten voor formaat EDI; zie PC+ sep 92
  • ODF = OpenDoc Development Framework, for developing OpenDoc components; zie MacTech nov 95
  • ODF = Open Document Format; open standaard voor het bewaren en/of uitwisselen van tekstbestanden, rekenbladen, grafieken en presentaties; sinds 2006 ISO-standaard 26300; zie http://www.oasis-open.org/
  • ODI = Open Data Interface; zie PC+ mrt 94
  • ODL = Object Definition Language, standaard voor objectgeorienteerde databases; gedefinieerd door Object Database Management Group; zie WinTech sep 94
  • ODL = Object Description Language; attributes, keywords, statements, and directives that are used by MIDL; zie ook MIDL
  • ODML = OpenDML, an extension to the original Video for Windows (VfW) file format; drawn up to overcome the original 2GByte file length restrictions in avi files..; zie http://www.avisynth.org/OpenDML; zie ook AVI
  • OELD = Organic ElectroLuminiscent Display; verbruikt 50% minder energie dan LCD en beter geschikt voor bewegend beeld; zie Pc Pro dec 01; zie ook LCD
  • OEM = Original Equipment Manufactorer, geeft aan dat de leverancier een merkprodukt levert van een andere leverancier, betreft soms uitgeklede versies
  • OFDM = Orthogonal Frequency Division Multiplexing, techniek gebruikt bij 802.11g; zie PC Pro okt 02
  • OFDMA = Orthogonal Frequency Division Multiple Access; modulatie-techniek die een combinatie is van FDMA en TDMA; zie http://en.wikipedia.org/wiki/OFDMA
  • OFS = Open Flow System, method for doing program design; intuitive; zie MacTech feb 96
  • OFS = Object Filing System, objectgeoriënteerd bestandssysteem; zie Pc Pro mrt 03
  • Ogg Vorbis = compressieformaat voor audio; beter dam mp3; public domain; zie http://www.vorbis.com/; zie ook OGM
  • OGM = Ogg Media File; zie http://filext.com
  • OH = Off Hook, indicator op modem wanneer de lijn geopend is (hoorn van de haak)
  • OHCI = Open Host Controller Interface, standaard voor digital video-kaarten; zie PCM okt 04, http://www.lacie.com
  • OID = Object IDentification; identificatienummer van snmp-apparaat; zie PCM jun 04; zie ook snmp
  • Oioxml = formaat voor elektronische facturen; zie AG mrt 07
  • OLAP = On Line Analytical Processing, het uitvoeren van analyses op de actuele data; zie PC+ nov 95
  • OLE = Object Linking & Embedding, een verzameling routines voor het uitwisselen van gegevens tussen programma's; methode om in een programma de functies van een ander programma te gebruiken; zie PCM okt 92, WinTech sep 94, MacTech jan 95
  • OLED = Organic Light-Emitting Diode, techniek voor beeldschermen die dunner en helderder zijn dan LCD-schermen, geven uit zichzelf licht, dus geen achtergrondverlichting nodig; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-602-record_id-54864-src_id-398,00.html; zie ook LCD
  • OLTP = OnLine Transaction Processing, data-entry applicatie in Client/Server architectuur; zie PC+ okt 92
  • OMA = Object Management Architecture; architectuur van de Object Management Group voor uitwisseling van componenten in een objectgeorienteerd besturingssysteem; zie PCM okt 95; zie ook CORBA
  • OMAP = Open Multimedia Applications Platform, system on a chip, bedoeld voor b.v. handheld computers en mobiele Internet telefoons ; zie http://www.ti.com/
  • OMG = extensie voor OpenMg-bestand; zie PCM nov 00; zie ook OpenMg
  • OMTP = Over-Molded Thin Package; techniek voor het op een drager aanbrengen van chips, gebruikt bij SmartMedia card; zie http://computer.howstuffworks.com
  • Online gaming = spelen via het internet; zie Volkskrant okt 00
  • ONU = Optical Network Unit: A form of Access Node that converts optical signals transmitted via fiber to electrical signals; zie http://www.adsl.com
  • ONX = Open Node Syntax; data-oriented instead of document-oriented alternative to the current markup languages ; zie http://www.seairth.com/web/onx/
  • OOP = Object Oriented Programming, programmeren met ondersteuning van objecten, methods, encapsulation, inheritance; zie Byte jul 89
  • OOPL = Object Oriented Programming Language; zie OOP
  • OOPS = Object Oriented Programming System; zie OOP
  • OOXML = Office Open XML, standaard van Microsoft voor office documenten; conflicteert met ODF; zie AG feb 07; zie ook ODF
  • OP-browser = Opus Palladianum internet browser; plan voor een veilige browser; bestaat uit kleine subsystemen en een kern die de communicatie tussen die systemen voor zijn rekening neemt; zie AG apr 08
  • OPA = OPL Application; zie ook OPL
  • OpenDoc = standaard voor opslag en bewerkingen van samengestelde documenten; werkt met Bento; zie PC+ dec 93, PCM sep 94
  • OpenID = identificatiemethode om een bestaande inlog te voorzien van extra informatie, zodat toegang kan worden verkregen tot diensten op andere websites; zie AG okt 09
  • OpenMg = techniek van Sony voor versleuteling digitale muziekbestanden; zie PCM nov 00
  • OpenML = API voor multimedia-toepassingen, vergeijkbaar met DirectX; zie PCM jun 00, http://www.khronos.org
  • OpenType = technologie die Abobe's Type 1 en Microsofts Truetype fonts moet gaan combineren; terugwaarts compatibel; zie PC+ mei 96
  • OpenVMS = voorheen VMS, besturingssysteem van Compaq; zie http://www.openvms.compaq.com; zie ook VMS
  • Operating System = besturingssysteem van een computer
  • OPF = Open Packaging Format, beschrijft structuur van epub in xml-formaat; zie PCM dec 09; zie ook epub
  • OPI = Open Prepress Interface, standaard voor netwerken die gebruikt worden in het grafische productieproces; zie MacWorld apr 99
  • OPIMA = Open Platform Initiative for Multimedia Access, codeertechniek voor MP3; zie MacFan mrt 00
  • OPL = Organiser Programming Language, programmeertaal voor Psion PDA's
  • OPML = Outline Processor Markup Language, format used to exchange subscription lists that read RSS and Atom files; zie MacWorld mrt 05; zie ook RSS
  • OPQ = Optimum Picture Quality, techniek van iiyama voor heldere beeldweeergave; zie PCM jan 03
  • OPS = Open Publication Structure, structuuur voor de inhoud van een epub; zie PCM dec 09; zie ook epub
  • Orange Book = CD-R; zie PC+ okt 93
  • Orange Book I = CD-MO; zie PC+ okt 93
  • Orange Book II = CD-WO (=PhotoCD); zie PC+ okt 93
  • ORB = Object Request Brooker, systeemprogramma dat bemiddelt tussen systemen die objecten wensen te gebruiken en systemen die objecten ter beschikking kunnen stellen; implements the CORBA object model; zie PC+ jun 93; zie ook CORBA
  • ORM = Object Role Modelling, techniek waarbij een applicatie wordt gezien als een verzameling samenwerkende objecten; zie WinTech sep 94
  • ORM = Object Relational Mapper; design pattern voor Òmapping a relational database to objects and vice-versaÓ
  • ORPC = Object RPC, objectgeoriënteerde remote procedure call, samenvoeging van OO en netwerkprotocollen; zie MSJ mar 00
  • OS = Operating System, besturingssysteem van een computer
  • OS/2 = besturingssysteem van IBM; zie PC World jan 89
  • OSA = Open Scripting Architecture, protocol hoe toepassingen communiceren via Apple Events; zie PCM sep 94
  • OSD = On Screen Display, beeldscherm die instelling in het beeld toont
  • OSF/1 = besturingssysteem
  • OSI (OSI-model) = Open Systems Interconnection, model voor een open netwerk, waarbij de communicatie is verdeeld over 7 lagen: fysieke laag, datalinklaag, netwerklaag, transportlaag, sessielaag, presentatielaag en toepassingslaag; zie PCM sep '87, nov '90, DDJ dec 90, PC+ mei 94
  • OSLO = Platform van Microsoft voor modelgebaseerde ontwikkeling; bestaat uit modelleertaal M, (data)visualisatie-omgeving Quadrant en een repository (voor opslag modellen); in 2009 hernoemd naar SQL Server Modeling Services; zie AG okt 08
  • OSO = OverScan Operation, techniek bij tape-backup waarbij data na een schrijfactie wordt gescand op fouten en evt opnieuw wordt geschreven; zie Pc Pro mrt 03
  • OSPF = Open Shortest Path First, PC+ mrt 94
  • OSS = Operations Support System; zie http://www.j2ee.com/
  • OSTA = Optical Storage Technology Association, organisatie die waakt over CD- en DVD-standaarden
  • OTPROM = One Time Programmable ROM; = PROM
  • OTS = Object Transaction Service ; zie http://www.omg.org/
  • Out-of-order Execution = techniek waarbij de uit te voeren processorinstructies eerst optimaal worden geordend, los van de feitelijke volgorde binnen het programma; zie PCM nov 00
  • OVF = Open Virtual Machine Format; ÒStandard for Virtualization's FutureÓ; zie http://www.cio.com
  • OWA = Outlook Web Access; zie Windows Magazine jan 04
  • OWL = Web Ontology Language; language for defining and instantiating Web ontologies (classes, along with their related properties and instances); OWL is seen as a major technology for the future implementation of a Semantic Web; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Web_Ontology_Language; zie ook RDF
  • P-CMS = Publications Content Management System; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Content_management_system; zie ook CMS
  • P-Frame = bevat de veranderingen ten opzichte van het vorige beeld, wordt gebruikt bij digitale video; zie PCM jan 04; zie ook b-frame, i-frame
  • P-JPEG = Jpeg met interlace mogelijkheid; zie ook JPEG
  • p-System = besturingssysteem van IBM, werkt met pseudomachine, platform-onafhankelijk
  • P2P = Peer-to-Peer, netwerk zonder centrale server; ook: verbinding tussen 2 computers via internet
  • P3P = Platform for Privacy Preferences Project, enables Web sites to express their privacy practices in a standard format that can be retrieved automatically and interpreted easily by user agents; zie http://www.w3.org/P3P
  • P4P = Proactive Network Provider Participation for P2P, slimmere versie P2P voor uitwisselen bestanden via internet; zie PCM mrt 09; zie ook P2P
  • PAB = Personal Address Book
  • PABX = Private Automatic Branch eXchange, telefooncentrale; zie ook PBX
  • PAC = Proxy Auto-Config; zie http://www.mozilla.org
  • PACE = Priority Access Control Enabled, technology om bepaalde data op een netwerk voorrang te geven; zie PC+ nov 94
  • Packet = kleinste eenheid waarmee data over een netwerk wordt verzonden
  • PAD = packet assembler/disassembler, device or program used to create packets of data for transmission over a CCITT X.25 packet data network and to remove data from the received packets; zie http://www.compudynamics.com
  • PAD = Portable Application Description; a data set that is used by shareware authors to dissemminate information to anyone interested in their software products; xml-bestand met info over een programma; zie http://www.asp-shareware.org/pad
  • PAE = Physical Addressing Extension; zie http://www.microsoft.com
  • PAF = Post Office Address File, database met officiële straat- en plaatsnamen; zie PCWorld mei 04
  • PAF = extensie voor Portable Application File, installatiebestand voor portable apps; zie http://www.portableapps.com
  • PAL = Paradox Application Language, programmeertaal voor Paradox
  • PAL = Programmable Array Logic, programmeerbare schakeling van Monolithic Memories Inc.
  • PAN = Personal Area Network, draadloos netwerk in een beperkte ruimte voor diverse apparaten, b.v Bluetooth; zie Pc Pro mrt 01
  • PAP = Printer Access Protocol; zie Byte jul 89
  • PAP = Password Authentication Protocol; zie PCM nov 95
  • Pariteit = controlebit bij geheugen en datacommunicatie
  • Parser = programma dat syntax van een taal / programmeertaal controleert
  • Partitie = logische schijfeenheid; een fysieke harddisk kan worden verdeeld in meerdere partities
  • PAT = Port Address Translation; portmapping voor inkomende poorten naar lokale IP adressen; zie http://www.versatel.nl; zie ook NAT
  • PAT = Performance Acceleration Technology; techniek voor optimalere toegangsstrategie tussen processor en dual-channel-geheugen; prestatieverbetering van 2%; zie PCM okt 04
  • PATA = Parallel ATA; zie ook ATA, SATA
  • Patch = stukje software die een fout in een programma herstelt
  • PBAC = Policy-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • PBM = Play-By-Mail, spel waarbij gesimuleerde personen of teams aangestuurd worden via email; zie PC Format aug 00
  • PBSRam = Pipelined Burst Synchronous Ram, gebruikt voor second level cache; zie PCM apr 97
  • PBX = Private Branche eXchange, telefooncentrale; zie PC+ mei 95
  • PC = Personal Computer, oorspronkelijk bedoeld voor gebruik door één persoon; vergelijk mainframe en mini-computer
  • PC = Program Counter, pointer in de CPU die de positie in het geheugen bij houdt van het commando dat wordt uitgevoerd
  • PC Card, PC-Card = PCMCIA kaart; zie ook PCI, Express
  • PC-MOS = besturingssysteem
  • PC100 = aanduiding voor PC met 100 MHz bus en 8 ns RAM; zie PC Pro dec 01
  • PC133 = aanduiding voor PC met 133 MHz bus en 7,5 ns RAM; zie PC Pro dec 01
  • PC1600 = aanduiding voor snelheid van DDR SDRAM, 1600 MB/s peak transfer rate; zie PC Pro dec 01
  • PC2100 = aanduiding voor snelheid van DDR SDRAM, 2100 MB/s peak transfer rate; zie PC Pro dec 01
  • PC2700 = aanduiding voor snelheid van DDR SDRAM, 2700 MB/s peak transfer rate, kloksnelheid 166 MHz, ook genoemd DDR333; zie PCM mrt 03
  • PC3200 = aanduiding voor snelheid van DDR SDRAM, 3200 MB/s peak transfer rate, kloksnelheid 200 MHz, ook genoemd DDR400; zie PCM mrt 03
  • PC600 = aanduiding voor snelheid van RDRAM; zie PC Pro dec 01
  • PC66 = aanduiding voor PC met 66 MHz bus en 10 ns RAM; zie PC Pro dec 01
  • PC700 = aanduiding voor snelheid van RDRAM; zie PC Pro dec 01
  • PC800 = aanduiding voor snelheid van RDRAM; zie PC Pro dec 01
  • PCA = Power Calibration Area, testing ground for a CD-recorder's laser; zie http://www.pctechguide.com/09cdr-rw.htm; zie ook SUA
  • PCB = Printed Circuit Board, schakeling op een printplaat
  • PCD = extensie voor PhotoCD graphics
  • PCH = Platform Controller Hub, chip van Intel voor audio, usb, firewire, sata en pci-express, vervangt northbridge bij P55; zie PCM dec 09
  • PCI = Peripheral Component Interconnect, busstruktuur van Intel om verschillende pc-onderdelen direct te koppelen met de processor; geschikt voor multiprocessor-omgeving; zie PCM jun 94
  • PCI Express = standaard voor uitbreidingskaartjes voor b.v. notebook; 2,5 Gbit/s; kleiner dan PC Cards; vervangt PC Cards; zie PCWorld mei 04; zie ook PC, Card
  • PCI Express X16 = standaard voor interface met grafische kaart; verdubbeling bandbreedte tov AGP; zie PCM apr 04; zie ook AGP
  • PCI-64 = uitbreiding van PCI die niet op 33 MHz maar op 66 MHz loopt en 64 bits breed is, max data doorvoor 533 MB/s; zie PCM mei 00
  • PCI-express = uitbreidingsslot op BTX moederbord; bandbreedte 256 MB/s voor gewone kaarten en 4 GB/s voor videokaart (versie 2.0 tot 8 GB/s); zie PCM jun 04; zie ook BTX
  • PCI-X = 133 MHz PCI-bus met verbeterde timing, 8 x sneller dan PCI; zie PC Plus dec 98
  • PCL = Printer Command Language, om printer typografisch aan te sturen; zie PC+ mrt 94
  • PCM = Pulse Code Modulatie; techniek om analoge signalen te digitaliseren
  • PCMCIA, PCM-CIA = Personal Computer Memory Card Interface Association, standaard voor 'credit-card'-formaat uitbreidingen voor computers; zie PC+ okt 94, c.kockelkoren@hetnet.nl
  • PCS = Personal Communications Services, cellular system that utilizes the 1900 MHz frequency range; zie http://www.qualcomm.com/
  • PCT = Private Communication Technology, technology for communications over a secure port; zie http://www.microsoft.com
  • PCX = bitmap-formaat van PC Paintbrush; zie PCM nov 95
  • PD Drive = Phase-change Dual optical technology as implemented in Panasonic's patented PD system, similar to phase-change WORM technology (as used in CD-R); zie http://www.pctechguide.com/glossary
  • PDA = Personal Digital Assistant; zakcomputer die verscheidene secretaresse-taken kan uitvoeren
  • PDC = Primary Domain Controller, server die Active Directory beheert; zie PCM okt 99; zie ook AD, DDNS
  • PDC = Personal Digital Cellular, Japanese standard for digital mobile telephony in the 800 MHz and 1500 MHz bands; zie http://www.arraycomm.com/glossary.html
  • PDD = Physical Device Driver
  • PDD = Portable Digital Document, transportformaat van Apple; zie http://www.devworld.apple.com/techpubs/mac/GXEnvironment/GXEnvironment-315.html
  • PDF = Portable Document Format; formaat van Adobe voor bestandsuitwisseling, platform-onafhankelijk; zie http://www.adobe.com
  • PDF = Pop Directional Formatting; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • PDF/A = PDF for long term archival; specified in the ISO 19005 standard to provide a consistent ans robust subset of PDF which can safely be archived over a long period of time; zie http://www.pdflib.com/; zie ook PDF
  • PDO = Portable Distributed Objects; systeem van Next voor uitwisseling van componenten in een objectgeorienteerd besturingssysteem; zie PCM okt 95
  • PDP = Plasma Display Panel; zie PCM mei 08; zie ook Plasma
  • PDU = Protocol Data Unit; zie http://www.faqs.org/
  • PEAP = Protected EAP; beveiligingsprotocol, vergelijkbaar met EAP-TTLS; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304
  • Peer-to-peer = netwerk zonder centrale server; goedkoop, geen netwerkbesturingssysteem nodig; zie PC+ nov 95
  • Peer-to-peer-netwerk = netwerk waarbij elke node zowel server als client is, er is geen centrale server nodig
  • PEF = Preferred Executable Format, Macintosh PowerPC code fragment; zie MacTech apr 94
  • Pentium = processor van Intel, 32 bits; zie DDJ jun 93
  • PEO = Personal Entertainment Organizer, PDA van Sony; zie PCM sep 00
  • Perl = Practical Extraction and Report Language, programmeertaal
  • PERT = Program Evolution Review Technique; systeem dat statistische waarschijnlijkheden gebruikt om de duur van een project te berekenen; zie PC+ apr 96
  • Peta = 1024 Tera
  • Petri net = modeleertaal voor gedistribueerde systemen; zie http://www.wikipedia.org/
  • PFC = Power Factor Corrected; aanduiding bij computervoeding met arbeidsfactor 100% fof bijna 100%; zie PCM jun 08
  • PFM = Pragma File Manager; zie http://www.logicalbusiness.com
  • PGA = Pin Grid Array, aanduiding voor processor-aansluiting waarbij de contacten in een rechthoekig raster onder de processor zitten; zie PCM feb 00; zie ook SECC
  • PGC = Parallel Graphics Configuration, techniek om twee grafische kaarten in tandem te zetten, rafelig beeld; zie PCM apr 00; zie ook SLI, AFR
  • PGC = Program Chain, programma-volgorde bij DVD
  • PGP = Pretty Good Privacy; methode voor encryptie van data; maakt gebruik van een publieke sleutel en een geheime sleutel; werkt met RSA en IDEA; zie PCM apr 96
  • PHP = voorheen Personal Home Page Form Interpreter, nu HyperText Preprocessor; zie http://www.php.net
  • PHS = Personal Handyphone System, digital mobile telephone system according to Japanese standard in the frequency range 1900MHz; zie http://www.arraycomm.com/glossary.html
  • PHY = Physical Layer, the lowest layer within the OSI Network Model; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp
  • PI = Processing Instruction ; zie http://www.microsoft.com
  • PIC = Personal Internet Communicator; toepassing van SoC, op basis van Geode-chip; zie Pc pro jan 05; zie ook SoC
  • Pick = besturingssysteem
  • Piconet = netwerk van Bluetooth-apparaten met 1 master en maximaal 7 slaves; zie MacFan mei 05; zie ook scatternet
  • PICS = Platform for Internet Content Selection, specificatie voor de toevoeging van metadata aan internetpagina's, oorspronkelijk bedoeld om ouders en docenten te laten bepalen wat kinderen wel en niet mogen zien (vervangen door RDF); zie http://www.w3.org/PICS; zie ook RDF
  • Pict = bitmap-formaat van de Macintosh; zie PCM nov 95
  • PictBridge = standaard om digitale camera direct aan te sluiten op een geschikte fotoprinter, via usb-kabel; zie PCM okt 03
  • PID = Process Identifier, door het besturingssysteem gegenereerde code voor een process (b.v. programma)
  • PIDL = Pointer to an item Identifier List ; zie Delphi help TWebBrowser
  • PIE = Pocket Internet Explorer
  • PIF = Program Information File, bestand met informatie hoe een DOS-programma functioneert in Windows
  • PIM = Personal Information Management, systeem met gekoppelde adressenboek, agenda, klok en notitieblok
  • Ping = systeem op internet om de verbindingen te testen; zie PCM mei 95
  • Ping-tijd = tijd die een signaal nodig heeft om van de server naar de computer te komen; zie Volkskrant okt 00
  • PIO = Programmable Input/Output; chip voor de uitwisseling van data met randapparaat, b.v. printer
  • PIO Mode = Standaard die de snelheid aangeeft voor de uitwisseling van data tussen mainboard en IDE-harddisk, mode 0=3,3 MB/s, 1=5 MB/s, 2=8 MB/s, 3=11 MB/s, 4=16,6 MB/s
  • PIP = Peripheral Interchange Program, programma van CP/M voor datacommunicatie
  • PIP = Picture in Picture, waarbij beelden uit twee verschillende videobronnen tegelijk bekeken kunnen worden; zie PC Magazine dec 03
  • PIP = extensie van Office ÒPersonalized Menus and ToolbarsÓ file; zie http://support.microsoft.com/default.aspx?scid=kb;EN-US;q193006
  • Pipeline = een reeks van functionele eenheden in een processor die de instructies stap voor stap uitvoert
  • Pipelined burst cache = cache die per keer een heel blok doorgeeft (ca 27% sneller); zie PCM feb 96
  • Pipelining = techniek waarbij een processor alvast begint met het uitvoeren van een opdracht voordat de vorige opdracht is voltooid; zie PCM dec 03
  • Pippin = multimedia-platform voor onderwijs en entertainment; afgeleide van MacOS; zie Elektuur mrt 95
  • Pixar = befaamde studio voor 3D en multimedia
  • Pixel = een dot op beeldscherm of papier
  • PJL = Printer Job Language, om printer-console afstellingen en meldingen te veranderen; zie PC+ mrt 94; http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • PJTF = Portable Job Ticket Format, standaard van Adobe voor prepress related data ; zie http://www.prepressure.com/pdf/; zie ook JDF
  • PKC = Public Key Cryptography, algemene term voor versleutelen van data met een private key en een public key, zoals RSA en LUC; zie DDJ jan 93.
  • PKC = Proactive Key Caching; techniek van Airespace voor betere beveiliging wlan; compliant with 802.11i; zie PCWorld nov 04
  • PL/SQL = Procedural Language/Structured Query Language; uitbreiding op sql van oracle; syntax lijkt op ADA; zie http://en.wikipedia.org/wiki/PL/SQL
  • Plasmascherm = beeldscherm waarbij elke pixel bestaat uit drie tl-buisjes rood, groen en blauw; door het aan en uitzetten van deze buisjes ontstaat de kleur die de pixel moet hebben; doordat de pixels zelf licht geven is de helderheid van een plasmascherm groot..; zie bron: Wulfila Wallenburg; zie ook LCD
  • PLC = Programmable Logic Array, chip waarbij de functies te programmeren zijn
  • PLen = Protocol address length, bij ARP record; zie http://www.cis.ohio-state.edu/; zie ook ARP
  • PLEX = Programming Language for Exchanges; programmeertaal voor telefooncentrales; zie http://www.ericsson.com/
  • PLL = Phased Lock Loop, techniek voor het op constante frequentie houden van een oscillator
  • PLM = Product Life Cycle Management ; zie http://www.dsweb.com/
  • Plotter = printer die in lijnen op het papier tekent, voor b.v. lijntekeningen, grafieken, snijsjablonen
  • Plug-in = module die de functie van een programma uitbreidt
  • PMA = Program Memory Area, stores track numbers and their start and stop times (for music), or sector addresses for the start of data files on a data CD; zie http://www.pctechguide.com/09cdr-rw.htm; zie ook SUA
  • PMD = Physical Medium Dependent, standaard voor de connectors voor FDDI; zie Byte jul 89
  • PML = Peripheral Management Language; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • PMMU = Paged Memory Management Unit = geheugenbeheerder die geschikt is voor virtueel geheugen
  • PMP = Portable Media Player, draagbaar apparaat voor afspelen digitale audio en video; zie PCM mrt 03
  • PN! PowerNow! = techniek die de klokfrekwentie en voltage van de processor aan de belasting van het systeem aanpast, om zo energie te besparen; zie PCM dec 07; zie ook EIST, CnQ
  • PNC = Prestige Network Commander; zie http://www.zyxel.com
  • PNF = Personal NetFinder, webserver van Apple, vervangen door Personal WebServer; zie http://www.apple.com
  • PNG = Portable Network Graphics, standaard voor internet-graphics, combineert de voordelen van GIF en JPEG; zie PC Tech juni 99
  • PnP = Plug and Play; techniek waarbij een computer zelf de aangesloten hardware herkent; zie http://www.goldenram.com
  • Pocket PC = besturingsysteem van Microsoft voor PDA's; zie PCM jun 00, http://www.microsoft.com/pocketpc
  • PoD = Printing on Demand; gepersonaliseerde brieven afdrukken op het moment dat het nodig is; zie PC+ okt 95
  • PoD = Publish on Demand; als Printing on Demand
  • PoE = Power over Ethernet, techniek waarbij aangesloten apparaten voorzien worden van stroom via de ethernetkabel; zie PCM mrt 06; zie ook 802.3af
  • Poisoned Reverse RIP = Feature to set routes learned on the same port as the transmitted RIP message an infinite distance, prevents the propagation of routes from crashed routers through the network.; zie http://www.polycom.com; zie ook RIP
  • POJO = Plain Old Java Object; an ordinary Java Object, not an EJB; zie http://en.wikipedia.org/wiki/POJO; zie ook EJB
  • PON = Passive Optical Network: the usual acronym for a fibre based transmission network containing no active electronics; zie http://www.adsl.com
  • PoP = Point of Presence, locatie van de dichtsbijzijnde node van een ISP (uw inbelpunt); zie PC Advisor feb 99
  • POP3 = Post Office Protocol, e-mailprotocol waarbij binnengekomen berichten direct van de internetprovider naar de eigen computer worden verplaatst; zie PCM nov 97; zie ook Email
  • Portal = (bij database) blik op de gegevens van een andere database; (bij www) blik op de gegevens van een andere site
  • POS = Point Of Sale
  • Posix = bestandssysteem; zie DDJ jul 93
  • POST = Power On Self Test, voorziening van BIOS om hardware van computer te testen op fouten bij opstarten
  • PostScript = printerprogrammeertaal van Adobe
  • POTS = Plain Old Telephone Service, de gewone telefoonlijn
  • PowerPC = processor van Apple, IBM en Motorola, de basis van de Power Macintosh; zie MacWorld mrt 94
  • PPC = Parallel Poll Configure, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • PPC = PowerPC, processor-range gebruikt door Apple, gebaseerd op RISC-technology, ontwikkeld door IBM in 1991
  • PPC = Palm-sized PC
  • PPC = Pocket PC, handheld computer die gebruik maakt van Windows CE; zie ook WinCE
  • PPD = PostScript Printerfile Description
  • PPGA = Plastic Pin Grid Array, processor behuizing voor Intel Celeron met Socket 370-aansluiting; zie PCM feb 99; zie ook SEPP
  • Ppi = Pixels per inch, aanduiding voor de resolutie van een beeld, zoals dat van de scanner afkomt; zie Pc Pro apr 00; zie ook Dpi
  • PPP = Point-to-Point Protocol, communicatie met internet-server via modem en inlogverbinding; zie PC+ mrt 94, nov 94
  • PPP/MP = PPP Multilink Protocol, combineert meerdere Ôlijnen' in een enkele verbinding; zie ook Multilink, PPP
  • PPPoA = PPP over ATM; zie ook PPP, ATM
  • PPPoE = PPP over Ethernet; zie http://www.macworld.com; zie ook PPP
  • PPR = Product, Process, Resource; model voor bedrijfsvoering; zie http://www.dsweb.com/
  • PPTP = Point-to-Point Tunneling Protocol, netwerkprotocol, wordt gebruikt door VPN; zie PCM sep 99
  • PPU = Parallel Poll Unconfigure, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • PQ Codes = codes tbv het persen van cd-roms; worden gegenereerd door cd-mastering software; zie pc pro jan 05
  • Pragma = programmeertaal; zie http://www.logicalbusiness.com
  • PRAM = Parameter RAM, CMOS RAM van Apple die gebruikt wordt om systeemgegevens te bewaren wanneer de computer uit staat.
  • PReP = PowerPC Reference Platform, standaard om PowerPC-systemen met elkaar te koppelen; zie MacWorld maa 94
  • PRI = Personeelsregistratie en informatiesysteem; zie PC+ apr 93
  • PRI = Primary Rate Interface, a type of ISDN service designed for larger organizations, includes 23 B-channels (30 in Europe) and one D-Channel; in contrast, BRI, which is designed for individuals and small businesses, contains just two B-channels and one D-channel; zie www.webopeadia.com; zie ook BRI
  • Printserver = hardware: apparaat om 1 of meer printers op een netwerk aan te sluiten; software: programmatuur om printtaken af te handelen
  • ProDOS = opslagformaat voor diskettes, gebruikt in Apple II
  • PROM = Programable Read-Only Memory, geheugen dat eenmalig geschreven kan worden en daarna alleen gelezen; zie http://www.goldenram.com
  • Property = variabele van een object
  • Proxy = cache voor internetpagina's, soms ook tegelijkerijd firewall
  • Proxy = scheme-based prototyping language; zie DDJ maa 93
  • PSD = bitmap-formaat van PhotoShop; zie PCM nov 95
  • PSec = ?, beveiligingsprotocol; zie PCM sep 99
  • Pseudocode = programmeertaal tussen programma en processor in
  • Pseudocolor = X-server bepaalt schermkleur via een index in een kleurentabel; zie PC+ nov 92
  • Pseudomachine = programma dat pseudocode uitvoert, b.v. om processor te simuleren
  • PSK = Pre-Shared Key, home mode van WPA, allows the use of a manually entered key; zie http://www.wi-fi.org; zie ook WPA
  • PSP = extensie voor PaintShop pro graphics
  • PSP = Payment Service Provider; regelt betalingsverkeer via internet
  • PSP = Power Save Polling, techniek van Intel voor langer batterijgebruik bij notebook met wireless adapter; zie http://www.allieddata.com; zie ook CAM
  • PSRAM = Pseudo Static RAM, DRAM met interne schakeling die geheugen periodiek ververst; zie http://www.drix.be/ram.htm
  • PTA = Personal Trust Agent , techniek van VeriSign voor digitale beveiliging van on-line gegevens; zie Emerce Webwatch jan 00
  • PTI = Payload Type Indication, veld bij ATM; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • PtMP = Point-to-Multi Point, netwerk met ster-topologie; zie ook PtP
  • PtP = Point-to-Point, netwerk tussen twee nodes; zie ook PtMP
  • PTP = Picture Transfer Protocol; protocol introduced in Windows XP to ease the transfer and discovery of images from digital cameras.; zie http://www.directionsonmicrosoft.com/sample/DOMIS/update/2004/10oct/1004mpumsf_sb.htm; zie ook MTP
  • PTP/IP = Picture Transport Protocol over IP; protocol van Nikon voor draadloos uitwissellen van foto's; zie http://www.dpreview.com/news/0409/04091301nikonptpip.asp
  • Public Domain = aanduiding voor programmatuur die vrij gebruikt mag worden
  • PUK = Personal Unblocking Key; wachtwoord van de SIM-kaart op een mobiele telefoon; zie ook IMEI
  • PUMA = Protected User Mode Audio; DRM in Vista voor kopieerbeveiliging muziek; zie PCM apr 06; zie ook PVP-OPM, DRM
  • PUP = Product UPgrade; software upgrade; zie Pc pro okt 02; zie ook CUP, LUP, VUP
  • PURL = Persistent Uniform Resource Locator. Functionally, a PURL is a URL. In Web parlance, this is a standard HTTP redirect; zie http://purl.oclc.org/; zie ook URL
  • PV, PV1, PV2 = PureVideo; techniek van nVidia voor weergaven video door gpu (ipv cpu); zie PCM jan 08; zie ook UVD
  • PVA = Paterned Vertical Alignment, techniek van Samsung voor betere kijkhoek bij lcd-schermen; zie PCM apr 04; zie ook S-PVA
  • PVA = Patterned Vertical Alignment (ook genoemd MVA); techniek bij TFT-schermen, compromis tussen TN en IPS; zie PCM jan 08; zie ook TFT
  • PVC = Permanent Virtual Circuit
  • PVM = Passthru VM, netwerk van IBM voor remote login; zie PCM jul 87; zie ook VNet
  • PVM = Parallel Virtual Machine, techniek van Oak Ridge National Laboratories voor het parallel verwerken van programmatuur in een multiprocessing omgeving; zie PC+ nov 92
  • PVP-OPM = Protected Video Path - Output Protection Management; DRM in Vista voor kopieerbeveiliging films; device-drivers zorgen dat onbeveiligde content niet kan worden afgespeeld; zie PCM apr 06; zie ook DRM, PVP-UAB, PUMA
  • PVP-UAB = Protected Video Path - User Accessible Bus; DRM in Vista voor kopieerbeveiliging films; versleutelt data van pcibus naar de grafische kaart; zie PCM apr 06; zie ook PUMA,DRM
  • PVR = Personal Video Recording; PC toegepast als videorecorder
  • PXE = Preboot eXecution Environment; protocol om besturingssysteem via netwerk te starten; zie http://www.intel.com
  • Python = programmeertaal, objectegeoriënteerd; snel te leren; zie http://www.python.org/
  • QAM = Quadrature Amplitude Modulation; draagolf transporteert signaal dat zowel in amplitude als in fase varieert; zie PCM mrt 95
  • QAS = Quick Arbitration and Selection; techniek om de overhead te verminderen bij meerdere devices op een bus; zie Pc Pro jan 03
  • QBE = Query By Example, zoekmogelijkheid op database, gebruiksvriendelijk
  • QNX = besturingssysteem, modular OS, zogenoemde microkernel; wordt vaak gebruikt in auto's; zie DDJ mei 94
  • QoP = Quality of Position; gewenste nauwkeurigheid bij MLP; zie http://www.openwave.com/; zie ook MLP
  • QoS = Quality of Service; voorrang in het netwerk voor bepaalde toepassingen; zie Network news jun 97
  • Qt = Softwarelibrary van TrollTech voor widgets, basis van KDE; zie PCM okt 00; zie ook widgets, KDE
  • QT = QuickTime, formaat voor video-bestanden; zie http://www.quicktime.com; zie ook MOV
  • Quarterpel = techniek bij digitale video om op een geavanceerde manier bewegingen te detecteren, geeft betere kwaliteit beeld; zie PCM jan 04
  • Quartz = deel van MacOS X dat zorgt voor weergeven tweedimensionale objecten; zie MacFan mei 01
  • Qubit = Quantum bit; zie Pc Plus mei 03
  • Query = zoekopdracht op database
  • Queue = wachtrij
  • QuickDraw = systeemprogrammatuur van Apple voor beeldverwerking; zie MacTutor dec 90
  • QuickPath = snelle verbinding in de processor tussen core en northbridge; Intel's variant van HyperTransport; zie PCM jan 09; zie ook HyperTransport
  • QuickTime = techniek van Apple voor multimedia toepassingen; zie http://www.quicktime.apple.com
  • QVGA = Quarter-VGA; beeldschermstandaard voor mobiele apparaten; 320 x 240 pixels; zie http://www.phonescoop.com/glossary/; zie ook VGA
  • R-DST = Rotating Head Digital Storage Tape, systeem van Gigatape voor grote dataopslag op tapes; zie PCM jan 90
  • R10000 = processorchip van Mips; bedoeld voor zware servertoepassingen; verschillende instructies gelijktijdig bewerken; met Andes-architectuur; zie PCM jan 95
  • RA = Registrerende Authoriteit, financiEle instelling waar gebruik kan worden gemakt van I-Pay; zie PCM dec 99; zie ook CA, en, TTP
  • RAD = Rappid Application Development, programmeeromgeving om snel kant-en-klare applicaties te genereren
  • RADIUS = Remote Access Dial-In User Service, protocol for providing centralized user authorization, authentication, and accounting services for remote access networks based on PPP; zie http://www.ietf.com/
  • RADSL = Rate Adaptive ADSL: a version of ADSL where the modems test the line at start up and adapt their operating speed to the fastest the line can handle; zie http://www.adsl.com
  • RAFF = Rotation Acceleration Feed Forward; techniek bij harde schijven om rotatietrillingen te compenseren; zie PCM jun 06
  • RAID = Redundant Array of Inexpensive Disks, batterij harddisks om data veiliger op te slaan;
    • Level 0: opsplitsing van bestanden over meer schijven (striping).
    • Level 1: disk mirroring.
    • Level 2: mirroring met foutcorrectie.
    • Level 3: bewaart alleen pariteitsgegevens op extra disk.
    • Level 4: pariteitsgegevens zonder opsplitsing.
    • Level 5: bestanden niet opgesplitst, pariteitsgegevens wel.
    ; zie PC+ aug 93
  • RAM = Random Access Memory, geheugen waaruit gelezen en in geschreven kan worden; zie http://www.goldenram.com; zie ook DRAM, EDRAM, EDO
  • RAM = Remote Access Multiplexer; zie www.alcatel.com
  • RAMDAC = Random Access Memory Digital to Analog Converter, chip die op VGA-kaart het digiatle signaal omzet naar analoog; zie C|Net.com
  • RamNet = draadloos datanetwerk van Ram Mobile Data; zie PCM mei 94
  • RAND License = Reasonable and non-discriminatory; licentie voor het gebruik van internetcomponenten; betekent dat je voor alles en nog wat moet gaan betalen; zie http://www.w3.org/TR/patent-policy/#def-RAND
  • RAR = Compressieformaat van Rarsoft; zie http://www.rarsoft.com/
  • RARP = Reverse Address Resolution Protocol, wordt samen met ARP gebruikt om een internetadres te vinden; zie http://www.cis.ohio-state.edu/; zie ook ARP
  • RAS = Remote Access Service, protocol voor mobiel werken, met modem inbellen op hoofdcomputer; zie PCM jul 94, PC+ apr 96
  • RAT = Remote Access Trojan, virus die op afstand bestuurd wordt; zie PC pro 02
  • RAT = Remote Administration Tool, programma voor besturing pc op afstand, maakt van een computer een server die vanaf een remote client bereikbaar is; zie PCM nov 03
  • Rate control = techniek die zender en ontvanger laat bepalen hoeveel beeldinformatie ze willen vrijgeven of zien, gebruikt in Jpeg2000; zie PCM dec 00
  • Ray-tracing = het door berekeningen op beeldpuntniveau samenstellen van beelden op het scherm; zie PCM feb 90
  • RBAC = Role Based Access Control; toegangscontrole met rollen (zoals admin, guest) die worden toegekend aan individuen; vele varianten zoals ABAC, CBAC, IBAC, LBAC, PBAC, TBAC, ZBAC; zie AG okt 09
  • RBL = Realtime Blackhole List, zwarte lijst van servers van MAPS; zie PCM jan 00; http://www.mail-abuse.com/
  • RBMT = Rule Based Machine Translation; techniek voor automatisch vertalen waarbij zinnen worden ontleed en mbv grammatica- en syntactische regels in de doeltaal omgezet; zie AG mrt 06; zie ook SMT
  • RCE = Regional Coding Enhancement, beveiliging voor DVD; zie PCM okt 01
  • RCGI = Remote Common Gateway Interface; difference between CGI and RCGI is that CGI code spawns off a process per user request while RCGI code resides in memory and communicates with the HTTP service via TCP/IP; zie www.compaq.com
  • RCP = Rich Client Platform; set of plug-ins needed to build a rich client application in Eclipse; zie http://wiki.eclipse.org/; zie ook Eclipse
  • RCS = Revision Control System, systeen dat (automatisch) versies van documenten beheerd; zie pcm mrt 05
  • RCW = Runtime Callable Wrapper; zie PC pro okt 02
  • RD = Receive Data, indicator op modem wanneer data wordt ontvangen; zie ook SD
  • RDC = Remote Desktop Connection
  • RDC = Remote Differential Compression; zie PCM sep 05
  • RDD = Replaceable Database Driver, systeem voor uniforme benadering van; zie Data Based Advisor mrt 95
  • RDF = Resource Description Framework, a graph-based model for describing Internet resources (like web pages and email messages), and how these resources relate to one another; zie http://www.mozilla.org/rdf/doc; http://www.w3.org/RDF/; zie ook RQL, SPARQL, XML
  • RDM = Relational Document Manager, systeem van Interleaf voor beheer complexe documenten in relationele database; zie Software Magazine jan 93
  • RDO = Remote Data Objects, techniek van Microsoft om databases op andere computers te benaderen; zie http://www.microsoft.com
  • RDP = Remote Desktop Protocol, protocol voor server-based computing (met terminals), max 256 kleuren; zie PCM jul 01
  • RDRAM = Rambus DRAM, zeer snel geheugen op 800 MHz; zie Windows Sources apr 98; zie ook Rimm
  • RDS = Remote Data Services; zie MSJ mar 00
  • Real mode = modus van Windows voor compatibiliteit met 8-bits processors en max 1 MB geheugen; zie PCM sep 90; zie ook standard, mode, en
  • Real32 = besturingssysteem van Digital Research, voorheen Concurrent DOS; zie PC pro apr 00
  • Record = rij in een tabel, de bij elkaar horende velden van een object
  • Red Book = CD-DA (=Digital Audio); zie PC+ okt 93
  • Reflected multicast stream = a stream from one source that is broadcast to viewers as a series of unicasts; used by online news networks; zie http://www.apple.com; zie ook unicast, stream,multicast
  • Refresh rate = verversingsfrequentie bij geheugenchips; DRAM moet periodiek ververst worden anders gaat de inhoud verloren; zie http://www.newerram.com
  • Registry = database met systeeminformatie van Windows, bestaat uit SYSTEM.DAT en USER.DAT
  • ReiserFS = File System, bestandssysteem met journaal; zie PCM okt 05
  • REM = Remark, opmerking
  • REN = Remote Enable, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • REN = Ringer Equivalence Number; geeft aan hoeveel toestellen op een telefoonaansluiting maximaal kunnen worden aangesloten
  • Replicatie = gegevens bijwerken tussen meer databases, b.v. tussen database op notebook en; zie DB/M sep 94
  • Replicator = (port-replicator), apparaat dat extra poorten (aansluitingen) biedt, universeel toepasbaar i.t.t. docking-station; zie PCM dec 00
  • Repository = database met systeemgegevens van een database; zie http://www.sunet.se
  • Resolutie = oplossend vermogen, aanduiding voor de scherpte van een bitmap in pixels per inch
  • Resource = opslagruimte in een bestand voor metagegevens, iconen, dialoogvensterbeschrijvingen, etc. (Apple); alle mensen en materiaal in een bedrijf (management); verzameling hulpcomponenten van een programma (Borland); verzameling sites op internet inclusief afbeeldingen, teksten, etc. (internet)
  • REST = Representational State Transfer; techniek voor web services; werkt door parameters mee te geven aan de URI; eenvoudiger te implementeren dan SOAP; wordt o.a. gebruikt bij twitter; zie http://www.devx.com/; zie ook SOAP
  • RET = Resolution Enhancement Technology, techniek van HP om afdrukscherpte op te peppen; zie PC+ nov 92
  • Rexx = procedurele programmeertaal, vereist interpreter; goede uitbreidmogelijkheden: kan c-functies toevoegen, kan ook DLL's gebruiken; zie DDJ dec 93
  • RF = Radio Frequency
  • RFC = Request For Comment, systeem van IETF voor voorstellen voor internetstandaarden; zie PC Plus mei 99, http://www.faqs.org/
  • RFC 1042 = Standard for the transmission of IP datagrams over IEEE 802 network; zie http://www.faqs.org/; zie ook IEEE, 802
  • RFC 1288 = Finger protocol
  • RFC 1294 = Multiprotocol Interconnect over Frame Relay; zie http://www.faqs.org/
  • RFC 1483 = Multiprotocol Encapsulation over ATM Adaptation Layer 5; zie http://www.faqs.org/
  • RFC 1631; zie NAT
  • RFC 1939 = POP3 ; zie http://www.faqs.org
  • RFC 2068 = HTTP; zie http://www.faqs.org
  • RFC 2131; zie DHCP
  • RFC 792 = Internet protocol; zie http://www.faqs.org
  • RFC 821, RFC 2821 = beschrijft mail-protocol; zie http://www.faqs.org/
  • RFC 977 = NNTP; zie http://www.faqs.org
  • RFC3261 = SIP; zie PCM dec 05
  • RFID = Radio Frequency identification, op afstand uitleesbare radiografische streepjescode; zie PCM dec 03
  • RGB = Rood-Groen-Blauw, signaal waarbij de kleur is opgebouwd uit een rood, een groen en een blauw component, gebruikt bij beeldschermen; zie ook CMYK
  • RIA = Rich Internet Application; internetpagina die gebruik maakt van java, flash e.d.; zie http://www.javalobby.org/articles/ajax-ria-overview/; zie ook AJAX
  • RIB = formaat van render- en modelbestanden van pixar; zie PCM nov 95
  • RIF = Routing Information Field; zie PC+ mrt 94
  • RIFF = bitmap-formaat van Letraset; zie PCM nov 95
  • Rijndael = beveiligingsalgoritme, ook bekend als AES, zeer veilig, vergt weinig processorcapaciteit; zie PCM jul 03; zie ook AES
  • RIMM = Rambus In Line Memory Module; voor RDRAM; zie Windows Sources apr 98; zie ook RDRAM
  • RIN = Research InterNet, netwerk van Xerox; zie PCM jul 87; zie ook XIN
  • RIP = Remote Imaging Protocol, protocol om met afbeeldingen en buttons te werken op een BBS; zie Modem Magazine jun 95
  • RIP = Routing Information Protocol, Internet protocol used to exchange.routing information within a system; zie http://www.polycom.com
  • RIP = Raster Image Processor
  • RISC = Reduced Instruction Set Computer, type processor waarbij door vermindering van het aantal instructies de efficientie wordt verhoogd; zie PC Advisor feb 99; zie ook CISC
  • RiscOS = besturingssysteem van Acorn
  • RLAN = Radio LAN; zie PC Pro okt 02
  • RLCD = Reflective Liquid Crystal Display; zie http://www.motorola.com; zie ook LCD
  • RLE = Right to Left Embedding; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • RLM = Right to Left Mark; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • RLO = Right to Left Override; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • RM = RealMedia video formaat voor internet, zeer goede compressie, lage kwaliteit; zie PC Plus jul 00
  • RMI = Remote Method Invocation, enables the programmer to create distributed Java technology-based applications, in which the methods of remote Java objects can be invoked from other Java virtual machines; zie http://www.j2ee.com/
  • RMS = Resource Management System, besturingssysteem van Datapoint; zie http://www.datapoint.com/
  • RMS = Windows Rights Management Services, systeem om rechten toe tekennen voor beheer documenten; zie PCM jan 04
  • RNA = Referential Network Architecture, architectuur voor semantische netwerken of dynamische kennissystemen; zie http://www.rnaproject.org/; zie ook RDF
  • RO = Remote Office
  • Roaming = systeem waarbij profile op een centrale server wordt opgeslagen en onafhankelijk van de computer waarop wordt ingelogd werkt; zie PCM jan 00
  • Robot = A robot is a program that automatically traverses the Web's hypertext structure by retrieving a document, and recursively retrieving all documents that are reference; zie info.webcrawler.com/mak/projects/robots/faq.html
  • ROC (Digital ROC) = Restoration Of Color, systeem waarmee verkleurde dia's tijdens het scannen op kleur gebracht worden; zie PCM okt 01; zie ook ICE
  • ROM = Read Only Memory, geheugen waarvan alleen gelezen kan worden; zie PC Advisor feb 99; zie ook CD-ROM, RAM
  • Router = interface tussen twee netwerken, maakt het mogelijk gegevens met andere netwerk uit te wisselen; ter vergelijking: router is een intelligente bridge; zie pcm okt 94; zie ook bridge
  • RPC = Remote Procedure Call, procedure die wordt aangeroepen op een andere computer, basis van Distributed Processing; zie Byte jul 89
  • RPC = Remote Procedure Call, methode bij replicatie; zie DB/M sep 94
  • RPC = Remote Procedure Call, functie bij RAS; zie PC+ apr 96
  • RPC1, RPC-1 = Region Protection Code, een DVD-speler met RPC1 heeft juiste geen protectie, in tegenstelling tot RPC2; zie PCM okt 01; zie ook RPC2
  • RPC2, RPC-2 = Region Protection Code, regioprotectie bij DVD, opgelegd door de filmindustrie; zie PCM okt 01; http://www.rpc1.org/; zie ook RPC1
  • RPG = Role Playing Game; zie PC Format aug 00
  • RPM = Red Hat Package Manager, systeem om Linux programma's snel en degelijk te installeren; zie PCM okt 00
  • RQL = Relational Query Language, kloon van SQL om naam-rechten met IBM te vermijden, tot 1984; zie PC Techniques okt 93.
  • RQL = RDF Query Language; zoektaal voor RDF; zie http://139.91.183.30:9090/RDF/RQL/.; zie ook RDF
  • RRAS = Routing and Remote Access Services, uitbreiding RAS van Microsoft voor Windows NT; zie http://www.microsoft.com/; zie ook RAS
  • RS = Remote Scripting; zie MSJ mar 00
  • RS = Record Seperator; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • RS-170 = connector voor composite video
  • RS-232 = standaard voor seriele aansluiting
  • RS-MMC = Redused-Size MultiMedia-Card; zie PcWorld jul 05; zie ook MMC
  • RSA = standaard voor encryptie van data; genoemd naar de makers Rivest, Shamir en Adelman; zie PC+ okt 92 ,PCM apr 96
  • RSCS = Remote Spooling and Communications Subsystem, netwerk van IBM voor bestandsoverdracht; zie PCM jul 87; zie ook VNet
  • RSI = Repetive Strain Injury, verwonding als gevolg van overbelasting door herhaalde bewegingen; zie PCM feb 90
  • RSS = RDF Site Summary, Rich Site Summary, Really Simple Syndication, techniek om inhoud van een website te kunnen gebruiken in andere websites, maakt gebruik van XML; toepassing hiervan heet rss-feed; zie PCM dec 03; zie ook RDF, OPML, ATOM
  • RSVP = Resource Reservation Protocol; reservering van bandbreedte op een netwerk; zie Network News jun 97
  • RSX = Realistic Sound Extensions; technologie van Intel voor hifi-geluid op internet
  • RT = RealTime
  • RTA = Response Time Accelerator; chip van Samsung die LCD-scherm sneller laat reageren; zie AG mrt 06
  • RTC = Real Time Clock, interne klok in de computer
  • RTE = Rich Text Editor, tekstverwerker met opmaakmogelijkheden; zie http://www.typo3.com/
  • RTF = Rich Text Format, opslagformaat van Microsoft voor tekstdocumenten, platform-onafhankelijk; zie PC Techniques feb 93, http://www.microsoft.com
  • RTMK = realtime microkernel, portable across platforms ranging from PCs to DSPs; zie DDJ mei 94
  • RTMP = Routing Table Maintenance Protocol; zie PC+ mrt 94
  • RTP = Reservation Transfer Protocol; reservering van bandbreedte op een netwerk; zie Network News jun 97
  • RTP = Real-Time Transport Protocol, bedoeld voor real-time toepassingen zoals video-telefonie; gebruikt UDP-poort 10010; zie http://www.apple.com; zie ook SRTP
  • RTS = Request To Send; signaal van computer naar modem; zie PCM jul 97; zie ook CTS
  • RTS = Real Time Strategy, strategiespel waarin de actie continue plaats vindt; zie PCM okt 02; zie ook FPS
  • RTSP = Real-Time Streaming Protocol; zie http://www.apple.com; zie ook streaming
  • RTTI = Runtime Type Identification, in een objectgeoriënteerde programmeertaal, zoals C++; zie WinTech feb 94
  • Ruby = Programmeertaal voor RAD; zie http://www.ruby-lang.org/
  • RVC = Revision Control System, versiebeheer
  • S-Frame = Supervisory frame; one of three SDLC frame formats; zie http://www.cisco.com; zie ook SDLC
  • S-PVA = Super Patterned Vertical Alignment; techniek bij LCD voor grotere kijkhoek; zie PCM dec 05; zie ook PVA
  • S-Spline = algoritme om afbeeldingen te vergroten; zeer goed; zie PCM jun 03
  • S/P DIF = Sony/Pgilips Digital Interface; standaardaansluiting om geluidsinformatie van het ene apparaat naar het andere over te brengen zonder analoog-naar-digitaal of omgekeerd te converteren; zie pcm nov 01
  • S/WIM = Subscriber Wireless Identity Module, module bij GPRS waarin digitaal certificaat (digitale handtekening) wordt opgeslagen; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-53271-src_id-385,00.html; zie ook WPKI
  • SAA = System Application Architecture, systeem van IBM voor integratie pc's met minicomputers en mainframes; zie http://www.ibm.com
  • SaaS = Software as a Service, model waarbij de klant de software van de server ophaalt, b.v. een java-applicatie; zie AG mrt 07
  • SAC = Single Attached Concentrator; FDDI or CDDI concentrator that connects to the network by being cascaded from the master port of another FDDI or CDDI concentrator; zie http://www.cisco.com
  • SAC = Simple API for CSS; standard package of interfaces for parsing and applying CSS; zie http://www.w3.org/Style/CSS/SAC/
  • SACD = Super Audio CD, audio cd opgenomen met DSD, ontwikkeld door Sony; zie http://www.sonymusic.com/sacd/; zie ook CD-DA, DSD, DST
  • SADL = Structural Architecture Description Language
  • SafeAudio = Audio CD protection developed by Macrovision, that protects a cd from ripping by disturbing the error correction codes; zie http://www.cdfreaks.com/document.php3?Doc=48
  • SAM = Security Accounts Manager van Windows NT, often referred to as the directory database
  • SAM = Sequential Access Method, methode waarbij een bestand regel voor regel wordt gelezen en geschreven, b.v. op tape
  • SAML = Security Assertion Markup Language; standaard voor toegangscontrole bij directory services; gebaseerd op XML; zie AG jun 09; zie ook XACML
  • SAN = Storage Area Network, systeem bestaande uit veel harddisks en een intelligente controller, doorgaans via speciale snelle verbinding verbonden met server, b.v. Exchange Server; zie windows2000 magazine, jan 01
  • SANE = Standard Apple Numeric Environment, rekeneenheid in Macintosh-computer; zie http://www.apple.com
  • SAO = Session At Once, techniek bij cd-recorders; zie http://www.philips.com/
  • SAP = Systemanalyse und Programmentwicklung, administratief programma oorspronkelijk van ibm; zie http://www.sap.de
  • SAP = Service Access Point; field defined by the IEEE 802.2 specification that is part of an address specification; thus, the destination plus the DSAP define the recipient of a packet; the same applies to the SSAP; zie http://www.cisco.com; zie ook SSAP
  • SAP = Service Advertising Protocol; IPX protocol that provides a means of informing network clients, via routers and servers, of available network resources and services; zie http://www.cisco.com; zie ook IPX
  • SAP = Secure Audio Path; beveiliging tegen kopiëren van audio in Windows ME en XP; zie http://www.microsoft.com; zie ook DRM
  • SAPI = Speech Application Programmers Interface, API voor spraaktoepassingen, onderdeel van VisualStudio.Net; zie PCM sep 00
  • SAPI = Server Application Programming Interface; zie http://www.php.net/
  • SAR = Segmentation And Reassembly; one of the two sublayers of the AAL CPCS, responsible for dividing (at the source) and reassembling (at the destination) the PDUs passed from the CS; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL, CPCS
  • SARG = Search ARGument
  • SAS = Single Attachment Station; device attached only to the primary ring of an FDDI ring. Also known as a Class B station. Compare with DAS; zie http://www.cisco.com; zie ook DAS
  • SAS = Statically Assigned Socket; socket that is permanently reserved for use by a designated process; in an AppleTalk network, SASs are numbered 1 to 127; they are reserved for use by specific socket clients and for low-level built-in network services; zie http://www.cisco.com
  • SAS = Serial Attached SCSI, opvolger SCSI, doorvoersnelheid 3 GB/s; zie PCM dec 05; zie ook SCSI
  • SASL = Simple Authentication and Security Layer,(RFC4422), method for adding authentication support to connection-based protocols, wordt gebruikt bij SMTP; zie http://www.ietf.org
  • Sata II, Sata-2 = set uitbreidingen op Sata; o.a. dynamische rotatiesnelheid van de schijf en NCQ voor hogere performance bij multithreading; snelheid 3 Gbit/s ; zie PCM sep 04; zie ook Sata
  • SATA Sata/150 = Serial ATA, seriële versie van ATA, werkt met 4-aderige kabel, snelheid 150 MB/s (vergelijkbaar met UDMA/100); zie pcm nov 01, http://developer.intel.com, PCM feb 09; zie ook ATA, Sata, 300
  • Sata/300 = snellere versie van Sata/150, snelheid 300 MB/s; zie PCM feb 09; zie ook Sata, 150
  • Satan = Security Administrator Tool for Analyzing Networks; tool voor het onderzoeken van zwakke plekken in een netwerk; zie PC+ mei 95
  • Saturation = Saturation describes the hue's purity. A color with a saturation of 100% is bright and vivid, and a color with a saturation of 0% is a shade of grey.; zie PaintShop Pro help
  • Save under = X-server onthoudt vensterinhoud als venster door ander venster overlapt wordt; zie PC+ nov 92
  • SAWSDL = Semantic Annotations for WSDL; zie http://www.w3.org; zie ook WSDL
  • SAX = Simple API for XML, event-based API specification; zie MSDN mei 00; zie ook DOM
  • SBA = Scene Balance Algorithm, algoritme om o.a. automatisch de kleurbalans van photo-cd-afbeeldingen aan te passen; zie http://www.kodak.com/
  • SBC = Single Board Computer, computersysteem op 1 printplaat, b.v. voor regelsysteem
  • SBM = Subnet Bandwidth Manager; standard for handling resource reservations on shared and switched IEEE 802-style local-area media; zie http://www.ietf.org/
  • SBR = Spectral Band Replication; techniek om geluid met hogere frequenties efficiënt te decoderen; wordt gebruikt in MP3Pro; zie pcm nov 01
  • SBus = standaard voor systeembus tussen processor en I/O; wordt o.a. gebruikt in Sun SPARC-based workstations; zie http://www.sun.com/
  • Scatternet = netwerk van bluetooth-netwerken, waarbij master van ene piconet slave is van ander piconet; zie MacFan mei 05; zie ook piconet
  • SCC = Serial Communications Controller, schakeling voor seriële communicatie
  • SCCP = Signaling Connection Control Part; Trillium software that supports routing and translation and management functions and data transfer without logical signaling connections; zie http://www.cisco.com
  • Schema = describes how a structured data file (database) is built
  • SCI = Serial Communication Interface
  • SCL = Spam Confidence Level, code die de waarschijnlijkheid van spam aangeeft (1=geen 10=wel); zie PcPro aug 04; zie ook spam
  • SCL = Scanner Control Language, van HP; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • SCM = Service Control Manager van Windows NT; zie DDJ mei 94
  • SCM = Supply Chain Management, beheer van toeleveringsketens; zie Computable mei 99 (http://www.computable.nl/)
  • SCM = Secure Content Manager; programma dat inhoud van websites, email etc. controleert op spam, virussen etc.; zie Pc Pro jan 05
  • SCMS = Serial Copy Management System, systeem voor kopieerbeveiliging; wordt gebruikt op memory-stick; zie http://www.sony.com
  • SCP = Secure Cryptographic Processor; chip t.b.v. encryptie; zie PC pro okt 02
  • SCP = Service Control Point; element of an SS7-based Intelligent Network which performs various service functions, such as number translation, call setup and teardown, etc; zie http://www.cisco.com
  • SCR = Sustainable Cell Rate; parameter defined by the ATM Forum for ATM traffic management. For VBR connections, SCR determines the long-term average cell rate that can be transmitted. ; zie http://www.cisco.com; zie ook VBR
  • SCR = System Clock Reference, tijdcode bij DVD
  • Script X = multimedia scripttaal voor PC's, Mac, Unix; zie PC+ mei 93
  • Scriptlet = overlaid pages that remain a separate entity from the main HTML document; zelfstandige component, geschreven in DHTML, complement van Behavior; zie MSDN mei 00
  • SCSI = Small Computer System Interface; aansluiting voor meerdere apparaten (harddisk, e.d) op een computer; zie PCM jun 94; zie ook Fast, SCSI, Wide
  • SCTE = Serial Clock Transmit External; timing signal that DTE echoes to DCE to maintain clocking; designed to compensate for clock phase shift on long cables; zie http://www.cisco.com
  • SD = Send Data, indicator op modem wanneer data wordt verzonden; zie ook RD
  • SD Card, SD-Card = Secure Digital geheugenkaart, met SDMI beveiligde MulitMediaCard; zie PCM okt 01; zie ook micro, SD, SDHC
  • SDC = Selected Device Clear, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • SDF = System Data Format, formaat voor opslag van data: strings are separated by commas or spaces, and optionally enclosed in double quotes (Borland)
  • SDH = Synchronous Digital Hierarchy, Europese standaard voor hoge snelheids netwerk; snelheid 155.52 Mbps; zie PC+ sep 92
  • SDHC card = Secure Digital Gigh Capacity; standaard voor SD-geheugenkaarten groter dan 2 GB; werkt met FAT32; zie PCM mei 07; zie ook SD
  • SDI = Single Document Interface, Windows-applicatie met 1 venster; zie ook MDI
  • SDIO = Secure Digital Input Output; uitbreiding op SD Card, zodat niet alleen geheugen aangesloten kan worden maar ook anderev apparaten zoals gps-ontvanger; zie ook SD, Card
  • SDLC = Synchronous Data Link Control; SNA data link layer communications protocol; bit-oriented, full-duplex serial protocol that has spawned numerous similar protocols, including HDLC and LAPB.; zie http://www.cisco.com; zie ook SNA, HDLC, LAPB
  • SDLT, SuperDLT = Super Digital Linear Tape; variant of DLT technology that makes it possible to store upwards of 100 GB on a single cartridge and can transfer data at speeds of up to 10 megabytes per second; zie http://www.hp.com/; zie ook DLT
  • SDM = System Development Method, methode en technieken voor de ontwikkeling van informatiesystemen
  • SDMA = Spatial Division Multiple Access, a complement (not an alternative) to CDMA and TDMA, this technology increases the number of users that can access an existing wireless phone or data system by exploiting the spatial characteristics of the channel itself through highly developed implementation of an intelligent antenna system's capabilities for receiving and transmitting; zie http://www.arraycomm.com/glossary.html; zie ook CDMA
  • SDMI = Secure Digital Music Initiative, codeertechniek voor MP3; zie PCM jan 00
  • SDOM = Scheme implementation of DOM; zie http://www.nongnu.org/sdom/; zie ook DOM
  • SDR = Single Data Rate, alle geheugen die nog geen DDR is; zie PC Plus jul 00; zie ook DDR
  • SDRAM = Synchronous Dynamic RAM, gesynchronyseerd met de systeemklok, sneller dan DRAM; zie ook SGRAM
  • SDSL = Symmetric Digital Subscriber Line: HDSL plus POTS over a single telephone line. This name has not been adopted by a standards group, but is being discussed by ETSI; zie http://www.adsl.com
  • SDSL = Single-Line Digital Subscriber Line: one of four DSL technologies; delivers1.544 Mbps both downstream and upstream over a single copper twisted pair (max 3 km); zie http://www.cisco.com; zie ook DSL
  • SDSU = SMDS DSU; DSU for access to SMDS via HSSIs and other serial interfaces; zie http://www.cisco.com
  • SDTV = Standard Definition; gewoon tv-signaal, t.o.v. HDTV; zie ook HDTV
  • SDU = Service Data Unit; unit of information from an upper-layer protocol that defines a service request to a lower-layer protocol; zie http://www.cisco.com
  • SE = Storage Engine
  • SEAL = Simple and Efficient AAL. Scheme used by AAL5 in which the SAR sublayer segments CS PDUs without adding additional fields; zie http://www.cisco.com; zie ook AAL
  • SEC = Single Edge Contact; printplaatje waarbij alle aansluitingen aan een kant zitten, bedoeld voor hoogfrequente signalen; zie PCM apr 97
  • SECC = Single Edge Contact Catridge, aanduiding voor processor-aansluiting waarbij de contacten aan een kant zitten; zie PCM feb 00; zie ook SEC, PGA, SEPP
  • Sector = deel van een track op een opslagmedium; een harddisk is onderverdeeld in tracks die is onderverdeeld in sectoren
  • Secure MP3 = codeertechniek voor MP3; zie MacFan mrt 00
  • SED = Surface-conduction Electron-emitting Display; techniek voor platte beeldschermen met hoger contrast en snellere responstijd dan LCD; vergelijkbaar met FED; zie PCM dec 05; zie ook TFT, FED
  • Self refresh = type geheugen die zichzelf ververst en geen refresh signaal nodig heeft zoals standaard geheugen, www.newerram.com
  • Semaphore = signaal dat een thread doorgeeft aan een andere thread; zie PC Techniques jun 93.
  • SEO = Search Engine Optimisation; aanduiding voor technieken en trucs om zoekranking te verhogen; zie http://www.seochat.com/
  • SEPP = Single Edge Processor Package; processor-behuizing voor Intel Celeron met Slot1-aansluiting; zie PCM feb 99; zie ook PPGA
  • SERCnet = Science Engineering Research Council Network, vroeger netwerk tussen Britse universiteiten, in 1977 vervangen door JAnet; zie PCM jul 87; zie ook JAnet
  • Serendipiteit = de gave om door puur toeval heerlijke ontdekkingen te kunnen doen; zie emnet 4 94
  • Serial AGP, Serieel AGP = seriële versie van AGP; zie pcm nov 01, http://developer.intel.com; zie ook AGP
  • Seriele poort = aansluiting waarbij data via een signaal achter elkaar wordt verzonden; trager dan parallel maar minder kabel nodig
  • Server Push = server sends new parts of page to the client, using a multipart MIME type called "multipart/x-mixed-replace";; zie DDJ nov 95; zie ook client, pull
  • SET = Secure Exchange Transaction, protocol voor veilige on-line transacties; zie PC Plus okt 99
  • SF = Super Frame; common framing type used on T1 circuits; consists of 12 frames of 192 bits each, with the 193rd bit providing error checking and other functions; superseded by ESF, but is still widely used; also called D4 framing; zie http://www.cisco.com; zie ook ESF
  • SFA = Sales Force Automation, automatisering van het verkooptraject; zie Computable mei 99 (http://www.computable.nl/)
  • SFC = System File Checker, taak van Windows 2000 die systeembestanden controleert bij opstarten; zie PC Pro dec 99
  • SFF = Small Form Factor, aanduiding voor pc-kast met veel kleinere afmetingen dan mini-tower
  • SFF = Structured Fax File
  • SFM = Services For Macintosh, biedt Macintoshes toegang op een NTFS volume
  • SFT = System Fault Tolerance, systeem voor het minimaliseren van gegevensverlies; zie Byte jul 89
  • SFX = SelF eXtracting, aanduiding voor een zelfuitpakkend RAR-archief; zie http://www.rarsoft.com; zie ook RAR
  • SG = Storage Group; zie windows2000 magazine, jan 01
  • SGCP = Simple Gateway Control Protocol; controls Voice over IP gateways by an external call control element (called a call-agent); this has been adapted to allow SGCP to control switch ATM Circuit Emulation Service circuits ; zie http://www.cisco.com
  • SGMP = Simple Gateway Monitoring Protocol; network management protocol that was considered for Internet standardization and later evolved into SNMP; zie http://www.cisco.com; zie ook SNMP
  • SGRAM = Synchronous Graphics RAM, vergelijkbaar met SDRAM, met extra blok-lees/schrijf-functies voor snellere beeldverwerking; zie PCM okt 96
  • SHA = Secure Hash Algorithm, algoritme voor beveiliging van gegevens; zie DDJ apr 94
  • Shareware = software die vrij verspreid en uitgetest mag worden en pas bij gebruik betaald moet worden; zie ook www.shareware.com
  • SHMCD = Super High Material CD, is een Compact Disc die op elke CD-speler afspeelbaar is. Het verschil met een gewone CD is het gebruikte materiaal. Bij dit door Universal Japan en JVC ontwikkelde schijfje wordt namelijk gebruik gemaakt van ultratransparant kunststof dat is ontwikkeld voor de productie van hoogwaardige LCD- en plasmaschermen. Dit komt de geluidskwaliteit ten goede.; zie http://www.highfidelitydiscs.nl
  • SHN = SHorteN, muziekformaat (audio codec) , lossless compression; zie macworld jun 04
  • Shoot-Õem-up, Shooter = schietspel waarbij onderscheid bestaat tussen first person shooter met het perspectief vanuit de schietende held zoals Quake, en third person shooters zoals Tomb Raider; zie Volkskrant okt 00
  • SHS = extensie voor Windows Scrapbookobject; let op: er zijn virussen die hier gebruik van maken; zie http://www.zdnet.com/zdhelp/stories/main/0,5594,2589934,00.html
  • SHTML = Smart HTML, internet scripttaal, voegt extra commando's toe aan HTML; zie ook HTML
  • SHTTP = Secure Hypertext Transfer Protocol, protocol voor beveiliging van WWW op Internet; a higher level protocol that only works with the HTTP protocol, but is potentially more extensible than SSL; zie PC+ mrt 95; zie ook SSL
  • SID = Service ID: a number that defines (at the MAC sublayer) a particular mapping between a cable modem (CM) and the CMTS; zie http://www.cisco.com
  • SIF = Setup Instruction File, extensie voor bestand met instructies om automatisch een setup uit te voeren, ook genoemd Answer File; zie http://winxp.bink.nu/
  • sIFR = scalable Inline Flash Replacement, method of substituting a header rendered in a plain old web font rendered in Flash; zie http://dev.opera.com/; zie ook FLIR, NIRF, Cufon
  • Silverlight = runtime voor RIA; v/h WPF/E; werkt als een plugin voor browsers die javascript uitbreidt met vele functies voor multimedia en web-based toepassingen; werkt met XAML; zie http://silverlight.net/; zie ook XAML
  • SIM = Subscriber Identity Module, chipcard met uniek nummer in mobiele telefoon; zie http://www.qualcomm.com/
  • SIM = Set Initialization Mode; zie http://www.cisco.com
  • SIMD = Single Instruction Multiple Data; de mogelijkheid om per instructie meerdere datavelden te verwerken
  • SIMM = Single In-line Memory Module, een module met aan een kant een rij contacten en met verscheidene geheugen-chips erop; zie http://www.goldenram.com; zie http://www.goldenram.com; zie ook RAM, DIMM, SO
  • Simon = eerste PC, werkte met relais, 1950; zie Personal Computer Milestones
  • single-tiered = aanduiding voor applicatie die lokale Ôeigen' databasebestanden gebruikt, zoals dBase; zie ook two-tiered
  • SIO = Saturn IO, chip van Intel voor IDE; zie http://www.openvms.compaq.com/wizard/openvms_faq.html
  • SIP = Session Initiation Protocol; gebruikt bij VoIP; zie PCWorld mei 04; zie ook VoIP, STUN
  • SIP = SMDS Interface Protocol; used in communications between CPE and SMDS network equipment.; allows the CPE to use SMDS service for high-speed WAN internetworking; zie http://www.cisco.com; zie ook SMDS
  • SIP = Serial Interface Processor; zie http://www.cisco.com
  • SIPS = Scriptable Image Processing System, Unix tool voor batch-conversie afbeeldingen
  • SIS = Single Instance Storage, technology in Microsoft Exchange waardoor een object dat meer keer wordt gebruikt toch maar een keer wordt opgeslagen; zie PC Pro apr 00.
  • SIT = StuffIt archief, gecomprimeerd bestandsformaat op de Macintosh
  • Site = www.colani.nl
  • skin = bestand waarmee het uiterlijk van een programma kan worden aangepast; zie ook Theme
  • Skip list = een linked list met om de zoveel nodes een pointer naar een node een eind verder; sneller dan een linked list, beter updateable dan een binary tree; zie DDJ jan 94
  • SLA = Site Level Aggregator; instantie die adressen uitgeeft bij IPv6, 16 bits; zie ook NLA
  • SLC = Signaling link code. Code that identifies a linkset; zie http://www.cisco.com
  • SLD = Second Level Domein, subdivision within a TLD; zie Pc Plus mei 03; zie ook TLD
  • SLDRam = SyncLink Ram; zie http://www.sldram.com, zie PCM apr 00
  • SLE-control = Single Line Edit-control; zie ook MLE
  • SLES = Suse Linux Enterprise System; Linux-versie van Novell; zie PCWorld nov 04
  • SLI = Scan Line Interleave, truc om twee grafische kaarten in tandem te zetten; zie PCM jun 99
  • SLI = Scalable Link Interface; term van nVidia om meer videokaarten te gebruiken om sneller 1 beeldscherm aan te sturen; zie Pc Pro jan 05
  • SLIP = Serial Line Interface Protocol, standaard voor verbinding met ISP via telefoonlijn; zie PC Advisor feb 99
  • SLiP = Sorta Like Python shorthand for XML; alternative syntax for creating and editing XML data; Less typing; Easier to read ; zie http://www.scottsweeney.com/projects/slip/; zie ook ZML
  • Slipstream CD = Bootable cd waarbij de originele installatie is bijgewerkt met een of meer updates of service packs; zie PCWorld nov 04
  • Slot1 = pin-aansluiting van Pentium II-processor; zie ook Socket, 7
  • Slurl = URL in het spel Second Life; zie PCM mrt 07
  • SM, SM3.0 = Shader Model, onderdeel van DirectX voor texture effecten bij 3D-beelden; zie PCM jul 06
  • SMA = SubMiniature version A, connector voor RF-signalen tot 18 GHz, 50 ohm; zie http://www.amphenolrf.com/
  • SMAC = source MAC; MAC address specified in the Source Address field of a packet; compare with DMAC; zie http://www.cisco.com; zie ook MAC
  • SmallTalk = objectgeoriënteerde programmeertaal, werkt met MVC; zie http://www.smalltalk.org/
  • SMART = zoeksysteem dat uitgaat van frequentie van woorden; zie emnet 1 94; zie ook CLARIT, en, Markof
  • SMART = Self Monitoring Analysis and Reporting Technology, a feature of EIDE where the BIOS can receive data about hard disk performance and warn if it predicts a failure is likely to occur; zie PC Advisor jun 00
  • Smartboard = digitaal schoolbord met aanraakscherm; zie autoatiseringsgids jan 06
  • SmartMediaCard = flashgeheugenmodule van Toshiba, dun; zie PCM okt 01
  • SMB = Server Message Block, desktop cross-platform protocol for distributed file sharing; zie http://www.thursby.com/products/dave.html; zie ook CIFS
  • SMB = Small-to-Medium Businesses; zie ook SOHO
  • SMDS = Switched Multimegabit Data Service. High-speed, packet-switched, datagram-based WAN networking technology offered by the telephone companies; zie http://www.cisco.com; zie ook CBDS
  • SMF = single-mode fiber; zie http://www.cisco.com
  • SMI = Structure of Management Information. Document (RFC 1155) specifying rules used to define managed objects in the MIB; zie http://www.cisco.com; zie ook MIB
  • SMIL = Synchronized Multimedia Integration Language, uitbreiding op HTML voor grafische effecten, en tijd-afhankelijke elementen; zie MacWorld feb 00; zie ook www.w3, org,AudioVideo
  • Smiley; zie emoticon
  • SMMS = Siemens Corporate Research Multimedia Mail System, systeem om video, afbeeldingen, geluid, grafieken, teksten etc aan E-mail te koppelen; zie elektuur okt 94
  • SMO = state machine object; zie http://www.cisco.com
  • SMP = Symmetric Multiprocessing, computersysteem met meer processoren die gelijktijdig taken uitvoeren; zie MacTech mrt 96
  • SMRP = Simple Multicast Routing Protocol. Specialized multicast network protocol for routing multimedia data streams on enterprise networks; works in conjunction with multicast extensions to the AppleTalk protocol; zie http://www.cisco.com
  • SMS = Systems Management Server; product voor beheer software en updates in een netwerk; zie http://www.microsoft.com/smserver/
  • SMS = Short Message Service
  • SMT = Station Management, standaard voor station insertion/removal voor FDDI; zie Byte jul 89
  • SMT = System Management Terminal; zie http://www.zyxel.com
  • SMT = Simultanous MultiThreading, andere benaming voor Hyper-threading; zie PCM dec 03; zie ook Hyperthreading
  • SMT = Statistical Machine Translation; techniek voor automatisch vertalen waarbij eerdere vertalingen worden gebruikt om mbv waarschijnlijkheidsberekeningen te vertalen; zie AG mrt 06; zie ook RBMT
  • SMTP = Single Mail Transport Protocol, standaardmanier om e-mail te verzenden over internet; zie http://rfc2821.x42.com/
  • SN = Sequence Number, veld bij ATM; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • SNA = System Network Architecture, netwerk-architectuur van IBM; zie http://www.ibm.com
  • SNADS = SNA Distribution Services. Consists of a set of SNA transaction programs that interconnect and cooperate to provide asynchronous distribution of information between end users. One of three SNA transaction services. See also DDM and DIA.; zie http://www.cisco.com
  • Snail mail = brievenpost
  • SNAP = Sub Network Attachment Point, bij IEEE 802.1a; zie http://www.faqs.org/
  • SNI = Subscriber Network Interface. Interface for SMDS-based networks that connects CPE and an SMDS switch. See also UNI; zie http://www.cisco.com
  • SNI = SNA Network Interconnection. IBM gateway connecting multiple SNA networks; zie http://www.cisco.com
  • SNMP = Simple Network Management Protocol, provides a way to monitor and control network devices and to manage configurations, used in TCP/IP networks; zie Telecommagazine okt 94 en PC+ jul 93
  • SNMP2, SNMPv2 = snmp met grotere instructieset en breder aantal foutmeldingen; zie PCM jun 04; zie ook snmp
  • SNMP3, SNMPv3 = snmp met betere beveiliging; zie PCM jun 04; zie ook snmp
  • SNP = Sequence Number Protection; zie http://www.cisco.com
  • SNPA = SubNetwork Point of Attachment. Data link layer address (such as an Ethernet address, X.25 address, or Frame Relay DLCI address). SNPA addresses are used to configure a CLNS route for an interface; zie http://www.cisco.com
  • SNRM = Set Normal Response Mode; zie http://www.cisco.com
  • SNRME = Set Normal Response Mode Exchange; zie http://www.cisco.com
  • SO DIMM = Small Outline Dual In-Line Memory Module, een module met aan een kant zowel voor als achter contacten (2x72 pins) en met verscheidene geheugen-chips erop; kleiner dan DIMM; zie http://www.goldenram.com; zie ook RAM, DIMM, SIMM
  • SOA = Service Oriented Architecture; geïntegreerde services gericht op processen; zie AG feb 07
  • SOAP = Simple Object Access Protocol, protocol voor toegang van applicaties via http en XML; XML-based messaging technology which specifies rules for locating XML Web Services, integrating them into applications and communicating with them; technolgy to exchange XML data between applications ; zie MSJ maa 00; zie ook XML
  • SoC = System-on-a-Chip; volledig computersysteem in één chip; voorbeeld Geode van National Semiconductors; vervangen door PIC; zie Pc pro jan 05; zie ook PIC
  • SOC = Service Oriented Client; runtime environment, zoals Flash; zie http://www.adobe.com
  • Socket 1207 = pin-aansluiting van AMD Athlon-64-processor; zie PCM sep 05
  • Socket AM2 = Socket voor AMD processor; met DDR2 ondersteuning; zie PCM aug 06
  • Socket-370 (Socket 370) = pin-aansluiting van Celeron-processor; zie ook Socket, 7
  • Socket-478 (Socket 478) = pin-aansluiting van Pentium 4-processor; zie PCM sep 02; zie ook Socket, 7
  • Socket-7 (Socket 7) = pin-aansluiting van Pentium I-processor; zie ook Slot1, en, Socket
  • Socket-754 (Socket 754) = pin-aansluiting van AMD Athlon 64 en Sempron processor
  • Socket-939 (Socket 939) = pin-aansluiting van AMD Athlon 64 processor; sneller dan Socket 754
  • Socket-AM2 (Socket AM2) = pin-aansluiting van AMD Athlon 64 processor; vervangt socket-754 en socket-939; zie PCM dec 06
  • SocketA = pin-aansluiting van AMD Athlon en Duron; zie PCM sep 00
  • Sockets = standaard die voorschrijft hoe de gegevensuitwisseling met het netwerk geprogrammeerd dient te worden, oorspronkelijk uitgevonden als een algemeen mechanisme voor communicatie tussen lopende processen; zie PC+ jul 92
  • Socks 5 = Internet standard protocol (RFC 1928) om veilig een firewall door te komen; zie Windows Sources apr 98; zie ook SSL
  • SODA = SharpDevelop Open Development Architecture; zie http://www.icsharpcode.net/
  • Software = programmatuur, de door een programmeur te definiëren logica van een computer, in tegenstelling tot hardware
  • SOHO = Small Office/Home Office; aanduiding voor kleine zakelijke pc-gebruikers; zie ook SMB
  • SOI = Silicon On Insulator; techniek waarbij circuits worden geplaatst op een niet-geleidende onderlaag; zie AG jun 08
  • SOJ = Small Outline J-lead, type chipverpakking; zie http://www.newerram.com
  • Solaris = besturingssysteem van Sun
  • SOM = System Object Model, programmeertaal van IBM om verschillende objecten met elkaar te laten communiceren en eigenschappen van elkaar te overerven; zie PCM sep 94
  • SONET (= OC-3072 ) = Synchronous Optical Network, ontwikkeld door Bellcore, belooft 40G ethernet; zie http://techupdate.zdnet.com/techupdate/stories/main/0,14179,2833803,00.html
  • SouthBridge = schakeling tussen processor en i/o-apparatuur (harddisk, netwerk, pci, usb); zie ook NorthBridge
  • SOX = Simple Outline XML; alternative syntax for XML, useful for reading and creating XML content in a text editor; zie http://www.langdale.com.au/SOX/
  • SP = Stack Pointer, pointer in de CPU die de huidige positie in de stack aangeeft; zie ook stack
  • SP = Signaling Processor; zie http://www.cisco.com
  • SP = Switch Processor; zie http://www.cisco.com
  • SP = Stored Procedure; gecompileerde SQL statements opgeslagen in de database
  • SPA = Secure Password Authentication
  • Spam = ongewenste email; zie ook Junkmail, UCE
  • SPAP = Shiva PAP, a Shiva-specific version of PAP, improves on PAP by encrypting the password before sending it to the remote system; zie http://www.microsoft.com/TechNet/network/ras.asp; zie ook PAP
  • SPARQL = SPARQL Protocol and RDF Query Language; zoektaal voor RDF, lijkt op SQL; zie http://en.wikipedia.org/wiki/SPARQL; zie ook RDF
  • SPD = Serial Poll Disable, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • SPD = Software Product Description
  • SPD = Serial Presence Detect, data structure on memory chips; DIMMs with SPD support allow the BIOS to read the SPD data and program the chipset to accurately configure memory settings for optimum performance; zie http://www.kingston.com/
  • SPD = Service Discovery Protocol, wordt gebruikt bij Bluetooth om te vergelijken of twee apparaten hetzelfde profiel gebruiken; zie MacFan mei 05; zie ook Bluetooth
  • SPD = Serial Present Detection, belangrijkste gegevens van SDRAM-module leest BIOS uit EEPROM; zie PCM feb 06; zie ook SDRAM
  • Spdif = Sony/Philips Digital Interface, digitale uitgang op mini-discspelers, dat-recorders etc.
  • SPDY = Speedy, protocol van Google voor verbeterde http, comprimeert alle data, staat meer verzoeken per verbinding toe en webserver kan data pushen naar browser; zie PCM jan 10, http://dev.chromium.org/spdy
  • SPE = Serial Poll Enable, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • SPE = Synergistic Processing Element; cel in een cell-processor; gebruikt in Playstation 3; zie PCM aug 08
  • Speculative Execution = techniek die alvast enkele verdere instructies van een programma berekent, in combinatie met Branch prediction; zie PCM nov 00
  • Speculative processing = het op voorhand inlezen van processorinstructies, om de verwerkingssnelheid te verhogen, eerst geintroduceerd bij de G3, ook genoemd speculative addressing; zie MacFan nov 00
  • SpeedStep = techniek van Intel voor energiebesparing voor mobiele processor, combinatie van hardware en software; zie PCM mrt 00
  • SPF = Shortest Path First; routing algorithm that iterates on length of path to determine a shortest-path spanning tree. Commonly used in link-state routing algorithms. Sometimes called Dijkstra's algorithm. See also link-state routing algorithm..; zie http://www.cisco.com
  • SPI = Service Provider Interface, functions to extend an existing transport service provider by implementing a layered service provider, onderdeel van WinSock 2; zie http://www.microsoft.com/MSJ/0599/layeredService/layeredService.htm; zie ook LSP
  • SPI = extensie voor Susie Image Plug-in graphics
  • SPI = Stateful Packet Inspection ; zie http://www.netgear.com
  • SPID = Server Process ID, id van een systeemproces bij SQL Server; zie windows2000 magazine, jan 01
  • SPID = Service Profile ID, speciaal nummer bij ISDN (alleen in Noord-Amerika)
  • Spider = same as robot, but sounds cooler in the press
  • SPIM = Spam in Instant Messaging; ongewenste berichten in de chatbox; zie volkskrant apr 04
  • Spintronic = techniek waarbij de draaiing van magnetische velden wordt gemeten; maakt magnetische geheugens mogelijk; zie Pc Pro jan 05; zie ook MRAM
  • SPIT = SPam over Internet Telephony, ongewenste reclame via VoIP; zie PCM dec 05
  • SPL = Samsung Printer Language
  • SPOT = Smart Personal Objects Technology, concept voor simpele apparaatjes die actuele informatie kunnen ontvangen; zie Volkskrant jan 03
  • SPP = Serial Port Profile; profiel bij Bluetooth voor verbinding tussen twee apparaten; zie PCM jun 04
  • SPP = Sequenced Packet Protocol. Provides reliable, connection-based, flow-controlled packet transmission on behalf of client processes. Part of the XNS protocol suite; zie http://www.cisco.com; zie ook XNS
  • SPT = Scalable Printing Technology; techniek van hp voor printkoppen; zie PCM sep 05
  • SPX = Sequenced Packet Exchange, protocol voor communicatie tussen programma's over een netwerk
  • Spyware = common language for Advertising Supported software (Adware): 1. Banner ads, software publishers add a banner into their software and get paid for that; 2. Additional tracking software, software that is sending all kinds of information from your computer like cpu usage (like winamp does), but also stuff like e-mail addresses, visited websites or why not even your credit card number or your home location; zie http://www.cdfreaks.com/document.php3?Doc=43; zie ook malware
  • SQE = Signal Quality Error. Transmission sent by a transceiver back to the controller to let the controller know whether the collision circuitry is functional. Also called heartbeat; zie http://www.cisco.com
  • SQL = Structured Query Language; opvraagtaal voor databases; zie PCM nov 95; zie ook PL, SQL
  • SQL-1 = SQL-89.
  • SQL-2 = SQL-92.
  • SQL-DMO = SQL Distributed Management Objects; COM-based object library voor SQL Server; zie ook SQL
  • SR/TLB = Source-Route Translational Bridging; method of bridging where source-route stations can communicate with transparent bridge stations with the help of an intermediate bridge that translates between the two bridge protocols; zie http://www.cisco.com; zie ook SRT
  • SRAM = Static Random Access Memory, geheugen dat niet periodiek ververst hoeft te worden, daardoor sneller dan DRAM maar duurder, Cache-geheugen is doorgaans SRAM; zie http://www.goldenram.com; zie ook RAM, DRAM
  • SRB = Source-Route Bridging, method of bridging originated by IBM and popular in Token Ring networks, in an SRB network, the entire route to a destination is predetermined, in real time, prior to the sending of data to the destination, contrast with transparent bridging; zie http://www.cisco.com
  • SRP = Spatial Reuse Protocol.; zie http://www.cisco.com
  • SRQ = Service ReQuest, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • SRT = Source-Route Transparent; IBM bridging scheme that merges the two most prevalent bridging strategies: SRB and transparent bridging. SRT employs both technologies in one device to satisfy the needs of all ENs. No translation between bridging protocols is necessary. Compare with SR/TLB; zie http://www.cisco.com
  • SRTP = Sequenced Routing Update Protocol. Protocol that assists VINES servers in finding neighboring clients, servers, and routers. See also RTP; zie http://www.cisco.com
  • SRTP = Secure Real-Time Transport Protocol; RTP met authorisatie en replay protection; bedoeld voor beveiligen VoIP
  • SS7 = Signaling System 7. Standard CCS system used with BISDN and ISDN. Developed by Bellcore; zie http://www.cisco.com; zie ook CCS
  • SSAP = Source Service Access Point; SAP of the network node designated in the Source field of a packet; compare to DSAP; zie http://www.cisco.com; zie ook SAP
  • SSCOP = Service Specific Connection Oriented Protocol; data link protocol that guarantees delivery of ATM signaling packets; zie http://www.cisco.com; zie ook ATM
  • SSCP = System Services Control Points. Focal points within an SNA network for managing network configuration, coordinating network operator and problem determination requests, and providing directory services and other session services for network end users; zie http://www.cisco.com
  • SSCS = Service Specific Convergence Sublayer. One of the two sublayers of any AAL. SSCS, which is service dependent, offers assured data transmission; zie http://www.cisco.com
  • SSD = Solid State Drive; flash drive ter vervanging van harddisk; geluidloos, duurzaam, sneller, gebruikt minder energie, duurder; zie PCM mei 07
  • SSDP = Simple Service Discovery Protocol; protocol gebruikt door UPnP voor uitwisseling met andere UPnP devices.; zie http://www.grc.com/port_1900.htm
  • SSE = Streaming SIMD Extensions, 70 extra processorinstructies van Intel voor multimedia-toepassingen, gebruikt in Pentium III
  • SSE2 = Streaming SIMD Extensions 2, 144 extra processorinstructies van Intel voor integer- en floatingpoint-berekeningen, gebruikt in Pentium-4; zie PCM apr 00
  • SSFDC = Solid-State Floppy-Disk Card; ook genoemd SmartMedia Card; Flash memory op een kaartje; zie http://computer.howstuffworks.com
  • SSH = Secure Shell, bedoeld als veilig netwerk tussen twee machines, gebaseerd op een zware versleuteling en identificatie; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-601-record_id-56545-src_id-398,00.html
  • SSI = Server Side Include, bestand dat op de server ingevoegd wordt in een HTML-document dmv een scripttaal; zie http://httpd.apache.org/docs/howto/ssi.html
  • SSL = Secure Sockets Layer, protocol voor beveiliging op Internet; low-level protocol; W3-Consortium wil dit protocol combineren met SHTTP; zie PC+ mrt 95 en Windows Sources apr 98 en PC Plus okt 99; http://www.w3.org/Security/; zie ook SHTTP
  • SSL/PCT = Secure Sockets Layer / Private Communications Technology; beveilging gebruikt bij HTTP
  • SSP = Switch-to-Switch Protocol. Protocol specified in the DLSw standard that routers use to establish DLSw connections, locate resources, forward data, and handle flow control and error recovery. See also DLSw; zie http://www.cisco.com
  • SSP = Silicon Switch Processor; zie http://www.cisco.com
  • SSPI = Security Service Provider Interface; zie MSDN mei 00
  • Stack = gereserveerd geheugendeel waarin de CPU gegevens over opgeroepen subroutines bijhoudt zodat weer verder kan worden gegaan met het programma na afloop van een subroutine; ook: history list; zie ook SP
  • Standard mode = modus van Windows voor compatibiliteit met 16-bits processors; zie PCM sep 90; zie ook real, mode, en
  • StarLAN = CSMA/CD LAN, based on IEEE 802.3, developed by AT&T; zie http://www.att.com/
  • Staticcolor = X-server koppelt 'echte'kleur rechtstreeks aan schermkleur; zie PC+ nov 92; zie ook pseudocolor
  • Stealth mode = karakter in een online world stilleggen, zodat het niet kan worden aangevallen als speler niet online is; zie Volkskrant okt 00
  • Stinger = besturingssysteem van Microsoft voor mobiele telefoons/PDA's voor internet; zie http://212.123.129.54/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-55893-src_id-398,00.html
  • STkt = Server Ticket, beveiligingssleutel bij Kerberos; zie MSDN mei 00; zie ook Kerberos
  • STM-1 = Synchronous Transport Module level 1. One of a number of SDH formats that specifies the frame structure for the 155.52-Mbps lines used to carry ATM cells; zie http://www.cisco.com; zie ook SDH
  • STN = Super Twiste Nematic, techniek voor het aansturen van LCD-schermen; zie Pc Plus mei 03; zie ook LCD
  • Storage Consolidation = The pooling of physical storage from multiple network storage devices into what appears to be a single storage device that is managed from a central console; zie http://www.hp.com/; zie ook Storage, Consolidation
  • STP = Shielded Twisted Pair; afgeschermde netwerkkabel; zie PC+ mrt 94
  • STP = Spanning Tree Protocol; bridge protocol that uses the spanning-tree algorithm, enabling a learning bridge to dynamically work around loops in a network topology by creating a spanning tree; zie http://www.cisco.com
  • STR = Sustained Transfer Rate, snelheid waarmee een harddisk gegevens kan doorstromen, in MB/s; zie Pc Pro mrt 01
  • Streaming = the process of sending media over a network for listening/viewing in real time; zie http://www.apple.com
  • STS-1 = Synchronous Transport Signal level 1. Basic building block signal of SONET, operating at 51.84 Mbps. Faster SONET rates are defined as STS-n, where n is a multiple of 51.84 Mbps; zie http://www.cisco.com; zie ook SONET
  • STS-3c = Synchronous Transport Signal level 3, concatenated. SONET format that specifies the frame structure for the 155.52-Mbps lines used to carry ATM cells; zie http://www.cisco.com; zie ook SONET
  • STUN = Simple Traversal of User Datagram Protocol; hulpje bij VoIP om SIP door een NAT-firewall heen te helpen; zie PCM jun 06; zie ook SIP
  • STUN = Simple Traversal of UDP over NAT, techniek om b.v. VoIP toch via NAT-firewall te kunnen laten lopen; zie PCM dec 05
  • SU = Superuser, gebruiker met extra rechten op een systeem, b.v. netwerkbeheerder
  • SUA = Single User Account, zorgt ervoor dat meer gebruikers samen een IP-adres delen
  • SUA = System Use Area, boot sector van een cdrom, bestaat uit PCA en PMA; zie http://www.pctechguide.com/09cdr-rw.htm
  • Subroutine = programmafunctie die binnen een andere programmafunctie wordt uitgevoerd
  • Super Socket 7 = processorinterface voor Pentium, Pentium MMX, K6, K6-2, 686MX en MII, vereist moederbord met AGP; zie PC Pro dec 99
  • Super user; zie su
  • Supercomputer = klasse van de allersnelste computers, bedoeld voor b.v. omvangrijke berekeningen in de ruimtevaart
  • Superpipelining = techniek waarbij twee of meer uitvoeringsfases worden gesplitst in meerdere pipelines; zie PCM dec 03; zie ook pipelining
  • Superscalar processor = processor die 2 of meer scalaire instructies parallel kan uitvoeren; zie PCM nov 00
  • SuperSpeed USB 3.0 = Universal Serial Bus met snelheid tot 4,8 Gb/s; gebruikt aangepaste connectoren; zie MacFan feb 08; zie ook USB
  • SVC = Switched Virtual Circuit; verbinding wordt gelegd indien nodig en na afloop verbroken; zie http://www.cisco.com; zie ook PVC
  • SVG = Scalable Vector Graphics, formaat voor twee-dimensionale afbeeldingen (vektor, bitmap, text); zie http://www.w3.org/Graphics/SVG
  • SVGA = SuperVGA, videokaart voor resolutie 800x600 en 256 kleuren; zie ook VGA
  • Swapbestand = bestand van Windows op harde schijf waarin data uit het RAM-geheugen die tijdelijk niet nodig is wordt opgeslagen
  • Switch = apparaat dat delen van netwerk van elkaar scheidt en daardoor botsingen op druk netwerk vermindert; t.o.v. hub intelligent, hoge prijs; zie PCM okt 96; zie ook hub
  • SXGA = Super eXtended Graphics Array, videostandaard voor resolutie 1280x1024; zie ook XGA
  • SXGA+ = SXGA voor TFT-beeldschermen (117 ppi); zie ook SXGA
  • SXML = a concrete representation of the XML Infoset in the form of S-expressions; syntax tree of an XML document; zie http://okmij.org/ftp/Scheme/SXML.html
  • SXPath = SXML query language; zie http://okmij.org/; zie ook SXML
  • SYLK = Symbolic Link, bestandsformaat (.slk)
  • Symbian = Besturingssysteem voor PDA's; energiezuinig; zie http://www.symbian.com
  • SYN = commando om communicatie te synchroniseren
  • SYN-flood = 'overstroming' van SYN-commando's om een internetserver lam te leggen; zie PCM 00; zie ook Dos
  • Synchroniseren = gelijkzetten; bij database wijzigingen van de ene database in de andere bijwerken; zie ook replicatie, bij, mobiele
  • Synchroon = gelijklopend; bij synchrone datacommunicatie worden zenden en ontvanger met een kloksignaal op gelijke frequentie gehouden, sneller dan asynchroon
  • SyncML = protocol voor synchronisatie van data van/naar/tussen mobiele apparaten; zie http://www.syncml.org
  • SysML = domein-specifieke modelleertaal voor systems engineering, dat in de vorm van UML profielen is aangepast; zie http://www.wikipedia.org/
  • Systeembus = verbinding tussen processor, geheugen en randapparaten; zie ook ISA, PCI, SCSC
  • T-buffer = techniek voor 3D-effecten voor snelheid, diepte en anti-aliasing; zie PC Plus okt 99, zie http://www.3dfx.com
  • T-CMS = Transactional Content Management System; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Content_management_system; zie ook CMS
  • T-DAB = Terrestrial Digital Audio Broadcasting, techniek waarbij kanalen via multiplexen dezelfde frequentie gebruiken; zie Volkskrant jan 03
  • TAE = Taligent Application Environment, C++ framework dat het besturingssysteem implementeert, GUI, netwerkondersteuning, multimedia etc.; zie PCM sep 94
  • Tag = label; bij HTML kunnen tags ook extra commando's bevatten
  • TAO = Track At Once, techniek bij cd-recorders; zie http://www.philips.com/
  • TAPI = standaard van Intel en Microsoft voor integratie computer en telefoon; praktisch gelijk aan TSAPI; kan ook met video overweg; zie PC+ mrt 95
  • Tappit = penbesturingssysteem van Momenta; zie PC+ sep 92
  • TAR = Thermally Assisted Recording, techniek bij harddisk, waarbij platter wordt verwarmd bij schrijven data, waardoor kleinere magnetische korrels gebruikt kunnen worden, dus hogere datadichtheid; zie PCM feb 08
  • TB = Terabyte, ca 1 triljoen bytes; zie ook GB, MB
  • TBAC = Trust-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • TBW = Thermo Balanced Writing, techniek van Philips voor nauwkeurig schrijven van cd-r's, ongeacht de kwaliteit van de cd-r; zie http://www.philips.com/
  • TC = Turbo Cache, techniek waarbij systeemgeheugen dynamisch gebruikt wordt t.b.v. de gtrafische kaart; zie PCM feb 06; zie ook HM
  • TCB = Trusted Computing Base, authority database in een Windows 2000 domein; zie MSDN mei 00; zie ook Kerberos
  • TCF = Transparent Computing Facility, systeem dat ervoor zorgt dat elke computer in een netwerk met andere machines kan communiceren op kernel-nivo; zie Byte jul 89
  • TCG BIOS = Trusted Computing Group BIOS; BIOS dat geschikt is voor DRM; zie PCM feb 07; zie ook DRM
  • TCP/IP = Transmission Control Protocol/Internet Protocol, netwerkprotocol voor unix-computers, inmiddels algemeen gebruikt voor internet; zie PC+ jul 93
  • TCPA = Trusted Computer Platform Alliance; systeem waarbij beveiliging in de hardware is geïntegreerd; zie PCM aug 03; zie ook Fritz, Chip
  • TCT = Take Control, signaal bij IEEE488; zie Byte feb 85
  • TD-SCDMA = Time Division-Synchronous Code Division Multiple Access; Chinese versie van WCDMA; maakt gebruik van TDD, CDMA en TDMA; zie http://en.wikipedia.org/wiki/TD-SCDMA, Volkskrant mei 07; zie ook WCDMA
  • TDD = Time Division Duplex , CDMA mode in which transmission and reception of signals use the same RF band, this is achieved by alternating transmission periods with reception periods; zie http://www.qualcomm.com/; zie ook FDD
  • TDF = Timezone Differential Factor ; zie http://www.openvms.compaq.com/wizard/openvms_faq.html
  • TDMA = Time Division Multiple Access, toegangsmechanisme waarbij een aantal langzame digitale kanalen elk om de beurt een korte tijd een snelle verbinding krijgen toegewezen; zie PCM jun 99; zie ook CDMA, FDMA
  • TDP = Thermal Design Power; aanduiding hoeveel warmte processor produceert; zie http://www.intel.com
  • TDP = Thermal Design Power; bij Intel: gemiddelde stroomopname van een processor; bij AMD: de maximale stroomopname van een processor; zie PCM dec 07
  • TDS = Tabular Data Stream; zie http://www.borland.com/
  • TEI = Terminal Endpoint Identifier, unique ID for each equipment in PtMP network; zie http://www.zyxel.com; zie ook PtMP
  • Telnet = programma om in te loggen op een Unix computer
  • Tera = 1024 Giga
  • tethering = het gebruik van een mobiele telefoon als (draadloos) modem voor een computer; zie www.apple.com
  • Texture = groep pixels die een sterke onderlinge samenhang vertonen; zie PCM mrt 04
  • TF = Term Frequency, aanduiding bij information retrieval, hoe vaker een woord voorkomt in des te minder documenten, des te meer waarde dat woord heeft; zie PCM apr 95; zie ook IDF
  • TFT = Thin Film Tranistor, Thin Foil Transistor, elektronische schakeling op een film of folie, o.a. gebruikt bij LCD-beeldschermen; drie soorten technieken: TN, IPS en MVA/PVA; zie ookLCD
  • TFTP = Trivial File Transfer Protocol, bestandsoverdracht zonder beveiliging; zie http://www.zyxel.com
  • TGA = Targa; bitmap-formaat van TrueVision; zie PCM nov 95
  • TGT = Ticket Granting Ticket, verzoek om STkt bij Kerberos; zie MSDN mei 00; zie ook Kerberos
  • THD-disc = Total Hi-Def disc, standaard voor digitale video die zowel op blu-ray als op hd-dvd afspeelbaar moet zijn; zie PCM mrt 07
  • Theme = term van Apple voor software die uiterlijk en gedrag van vensters, knoppen e.d. een eigen stijl kan geven; oorspronkelijk Kaleidoscope, nu desktop themes; zie http://www.MacThemes.org; zie ook skin
  • Thin Client = computersysteem zonder eigen externe opslag; bedoeld voor in een netwerk met een centrale server met terminal services
  • Thread = afgesplitst deel van een programma dat gelijktijdig wordt uitgevoerd naast het hoofdprogramma; zie PC Techniques jun 93.; zie ook Multithreading
  • Thumbnail = verkleinde afbeelding van een foto, b.v. ter grote van een icoon
  • THX Surround EX = uitbreiding op de Dolby Digital-standaard, waarbij er een extra signaal gecreëerd wordt voor één of twee extra surround-luidsprekers, voor 6.1 of 7.1-geluid; zie PCM feb 04; zie ook DD
  • TIES = Time Independent Escape Sequence, wachttijd voordat een modem in commandmode gaat wordt weggelaten; zie http://www.macintouch.com/modemsecurity.html
  • TIFF = Tagged Image File Format; bitmap-formaat voor hoge resoluties; zie PCM nov 95
  • TIP = Text Input Processor
  • TKIP = Temporal Key Integrity Protocol, verbeterde WEP, ook genoemd WEP2, wordt gebruikt in WPA; zie PC Pro okt 02; zie ook WEP
  • TLA = Top Level Aggregator; instantie die top-adressen uitgeeft bij IPv6, 13 bits
  • TLB = Type Library - programmabibliotheek die aangeeft welke syntax gebruikt wordt
  • TLD = Top Level Domain, hoogste domeinnaam op internet, zoals .net, .org, .com.; zie ook ccTLD, gTLD, SLD
  • TLER = Time Limited Error Recovery; protocol waarmee harddisk de behandeling van fouten afstemt met de raid-controller; zie PCM jun 06
  • TLS = Thread Local Storage, geheugenruimte voor een thread, doorgaans gebruikt in DLL's
  • TLS = Transport Layer Security; descendant of the SSL protocol used to secure most Web transactions; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook SSL
  • TMap = Test-methode van Sogeti voor applicaties; test gestructureerd, tests units, systeem en acceptatie; zie AG jul 09
  • TMC = Traffic Message Channel, verkeersinformatie die digitaal wordt verzonden met analoge radiostations; zie PCM feb 04
  • TMR = Transmissive with Micro Reflective; technology voor LCD-scherm dat ook afleesbaar is in fel zonlicht; zie http://www.samsung.com/
  • TN = Twisted Nematic; techniek bij TFT-beeldschermen voor hogere responsesnelheden, reactietijd mider dan 6 milliseconden; nadeel: minder kleuren; zie PCM dec 05; zie ook TFT
  • TOC = Table of Contents, inhoudsopgave
  • Token ring = netwerksysteem, b.v. Arcnet
  • TOP / FLOF = Table Of Pages / Full Level One Features, voorziening die speciale functies onderin beeld toont bij teletekst
  • Topaz = formaat voor ebooks; uitbreiding op AZW, met embedded fonts; ontwikkeld door Amazon; zie http://wiki.mobileread.com/wiki/AZW1; zie ook AZW, TPZ
  • Topology = the physical layout of a network.
  • TOR = Trusted Operating Root, code voor beveiliging operating systeem; zie Pc pro okt 02
  • Tos = besturingssysteem van Atari
  • TOY = Time of Year; zie http://www.openvms.compaq.com/wizard/openvms_faq.html
  • TP = Terminal Portability; (telecom) verplaatsen van het toestel tijdens gesprek; zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • TPC = Transmit Power Control, techniek bij draadloze netwerken waarbij het zendvermogen wordt aangepast aan de benodigde reikwijdte; zie Pc Pro okt 02
  • TPC-E = Standaard test van de Transaction Processing Performance Council voor meten snelheid databaseserver; zie AG mrt 07
  • TPI = Tracks Per Inch, dichtheid van de tracks op een harddisk
  • TPM = Trusted Platform Module; chip die alleen gecertificeerde programmatuur toestaat; wordt gebruikt in NGSCB; zie PCM apr 06; zie ook NGSCB
  • TPON = Telephony over Passive Optical Network: telephony using a PON as all or part of the transmission system between telephone switch and subscriber; zie http://www.adsl.com
  • TPZ = bestandsextensie voor Topaz-bestanden; zie http://wiki.mobileread.com/wiki/AZW1; zie ook Topaz
  • TR = Terminal Ready, aanduiding op modem dat de lokale computer is verbonden met de modem
  • Track = onderverdeling van een opslagmedium; een harddisk is onderverdeeld in tracks die weer is onderverdeeld in sectoren
  • Transducer = converteert b.v. een elektronisch signaal in een ultrasoon geluid
  • Transputer = processor van Inmos voor parallele verwerking; zie PCM feb 90
  • TRAS = Row-Active-Time, tijdsaanduiding bij geheugenchips; zie PCM jan 04; zie ook trcd, trp
  • TRCD = Ras-to-Cas-Delay, tijdsaanduiding bij geheugenchips; zie PCM jan 04; zie ook cas-latency, trp, tras
  • Trellis = codeermethode bij telecommunicatie; maakt gebruik van QAM, gecombineerd met forward error-correctie; zie PCM mrt 95
  • Triangle = filtertechniek voor verkleinen van afbeeldingen; matige kwaliteit; zie ook Bell
  • trp = Ras-precharge-time, tijdsaanduiding bij geheugenchips; zie PCM jan 04; zie ook trcd, tras
  • TrueType = font-formaat van Microsoft; zie http://www.microsoft.com
  • TrueX = technologie van Zen Research, waarbij 7 laserstralen worden gebruikt voor het lezen van een cd-rom; zie PCM sep 00
  • TRxC = Transmit/Receive Clock, signaal bij RS422
  • TS = extensie voor MPEG Transport Stream, formaat voor digitale video; zie PC Magazine dec 03
  • TSAPI = standaard van At&T en Novell voor integratie computer en telefoon; zie PC+ mrt 95; zie ook TAPI
  • TSOP = Thin Small Outline Package, type chipverpakking; zie http://www.newerram.com
  • TSR = Terminate and Stay Resident, programma die in het geheugen blijft
  • TTP = Trusted Third Party, onafhankelijke partij bij betalingen via internet; zie PCM dec 99
  • TTS = Transaction Tracking System, NetWare feature that protects data from failures in network hardware; zie http://www.compudynamics.com
  • TUI = Text User Interface, alleen tekst, geen opmaak, zoals DOS, in tegenstelling tot GUI; zie PC Techniques jun 93.
  • TWAIN = standaard voor aansturing van scannerdriver; zie http://www.twain.org
  • Two-fish = beveiligingsalgoritme; zie windows2000 magazine, jan 01
  • Two-tiered = aanduiding voor applicatie die met remote database werkt, ook genoemd multi-tiered, gebruikt universele driver, b.v. ADO; zie ook single-tiered
  • Type1 = font-formaat van Adobe; zie http://www.adobe.com
  • U3 = Standaard voor applicaties die op USB-stick werken zonder sporen op harddisk achter te laten; zie PCM feb 06
  • U3P = Extensie voor U3 Portable Applications; zie http://u3.com/; zie ook U3
  • UAAG = User Agent Accessibility Guidelines, handleiding voor het ontwerpen van user agents t.b.v. gehandicapten; zie http://www.w3.org/WAI; zie ook WAI
  • UAC = User Accout Control; beheer van gebruikersaccounts in Vista; zie PCM mrt 07
  • UAG = Unified Access Gateway
  • UART = Universal Asynchronous Receiver/Transmitter, chip die de parallelle processordata omzet in seriële data en andersom; zie PC Techniques okt 93, PC Techniques nov 93, PC Advisor feb 99
  • UASD = UltraATA Storage Driver, IDE driver van Intel; zie http://www.intel.com
  • UBE = unsolicited bulk e-mail = SPAM
  • UCAF = Universal Cardholder Authentication Field; beveiligingssysteem van MasterCard voor internetbetaling; zie http://www.mastercardintl.com/newtechnology/ecommercesecurity/spa/ucaf.html
  • UCE = Unsolicited Commercial Email; spam; zie Pc Pro dec 01; zie ook Spam
  • UCS = Universal Character Set, ISO/IEC 10646, standaard voor tekensets voor XML; zie MSDN mei 00; zie ook UTF
  • UDDI = Universal Description, Discovery and Integration of Web Services; vertelt waar data gehaald kan worden en wat de structuur is, platformonafhankelijk; zie PCM mei 03, http://www.uddi.org
  • UDF = Universal Disc Format, standaard van OSTA voor externe opslagmedia, een schijf is dan op elk platform te lezen; zie PC Plus jan 00
  • UDMA; zie Ultra DMA
  • UDO = Ultra Density Optical, technologie voor opslag data op kleine optische schijven, werkt met blauwe laser; zie AG feb 05, http://www.plasmon.com/udo/
  • UDP = User Datagram Protocol, datatransport onder unix, minder betrouwbaar dan TCP; zie ook TCP
  • UDSL = Unidirectional HDSL, provides the capability to automatically detect and configure the appropriate modulation scheme, line speed, and access protocol dynamically; zie http://www.dsl-com.com/udsl_white_paper.htm
  • UEL = universal escape language; zie http://hpoj.sourceforge.net/hpoj-cvs/doc/info-protocols.html
  • UFS = Unix File System
  • UHDV = Ultra High Definition Video; opvolger HDTV; 7680 x 4320 pixels; zie PCM apr 08; zie ook HDTV
  • UIF = Universal Image Format; bestandsformaat voor CD en DVD-images; bevat compressie, mogelijkheid voor wachtwoord; zie http://www.magiciso.com; zie ook ISO, 9660
  • UIMA = Unstructured Information Management Architecture; tenologie van IBM voor doorzoeken tekst in documenten; zie AG jan 06
  • UIS = Ulead Image Sequense; bestandsformaat van Ulead voor digitale video; zie http://www.ulead.com
  • ULT = User Level Thread; zie PCM nov 05; zie ook Thread, KLT
  • Ultra DMA, UltraDMA = Ultra Direct Memory Access, ook genoemd ATA-4, standaard voor aansluiting harddisk op systeembus, 33 MHz/s, 2 x sneller dan E-IDE; zie PCM nov 99; zie ook E-IDE, ATA, 4
  • Ultra Wide SCSI = extensiebus, 16 bits; 40 MB/s data-overdracht; zie PCM apr 97, PCM feb 09; zie ook SCSI, Fast, SCSI
  • Ultra-160 SCSI = snellere implementatie van SCSI, ook genoemd Ultra3, maximum data transfer rate 160 MB/s; zie Pc Pro mrt 01; zie ook SCSI
  • Ultra-320 SCSI = snellere implementatie van Ultra 160, maakt gebruik van QAS, ook genoemd Ultra4 SCSI; zie Pc Pro jan 03; zie ook SCSI
  • UltraDMA/100 = EIDE interface met 100 MB/s data transfer rate, ook genoemd ATA-100; zie Pc Pro mrt 01; zie ook ATA
  • ULV = Ultra Low Voltage, aanduiding voor chip die op spanning < 2 V werkt; zie ook LV
  • UMA = Unified Memory Architecture, systeemgeheugen wordt gebruikt voor applicaties en voor videogeheugen; goedkoper maar langzamer, tegenwoordig bekend als shared video memory; zie PC+ mei 96
  • UMA = Unified Mobile Access, standaard voor telefonie via gsm, vaste lijn, wlan, umts etc; ook genoemd GAN; zie AG feb 06; zie ook VOIP
  • UMB = Universal Media Disc, mini-dvd-schijf in een cassette; zie PCM aug 03
  • UMB = Ultra Mobile Broadband, 4G mobile phone standrad; verbeterde versie van CDMA2000; maakt gebruik van OFDMA en FDD; IP network architecture; bandbreedte 5-20 MHz; data speeds over 275 Mbit/s downstream and over 75 Mbit/s upstream ; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Ultra_Mobile_Broadband; zie ook OFDMA, FDD
  • UMD = Universal Media Disk, mini-DVD van Sony voor PlayStation; zie http://www.sony.com/
  • UML = Uniform Model Language, programmeertaal voor MDA; zie ook MDA
  • UML = Unified Modeling Language, standard for graphically visualizing, designing, constructing, and documenting software systems; maintained by the Object Management Group; zie http://www.omg.org/
  • UMPC = Ultra Mobile PC; pc met formaat tussen PDA en Tablet PC; zie Volkskrant apr 06
  • UMR = Universal Media Reader, kaartlezer voor CompactFlash, Memory Stick, etc; zie Pc pro jan 03
  • UMS = User Mode Schedulers; threads to run user processes (SQL)
  • UMTS = Universal Mobile Telecommunication System, standaard voor het mobiele net, doorvoorsnelheid van 360 kbps tot 2 Mbps; opvolger GPRS; zie PCM apr 99 en PCM jun 99; zie ookGPRS, HSPA
  • UN = Unified Messaging, term voor mail, fax, voicemail en sms; zie PCM mrt 03
  • UNC = Universal Name Convention, bestandsnaam op een netwerk in het formaat \\server\directory\file
  • UNC = UMA Network Controller; zie AG feb 06; zie ook UMA
  • UNI = User-Network Interface, interface protocol bij ATM; zie http://www.synapse.de/; zie ook ATM
  • Unicast stream = a simple one-to-one stream, like a phone call; used to stream prerecorded movies; zie http://www.apple.com; zie ook multicast, stream
  • Unicode = character codering voor internationale alfabetten, verbeterde ASCII, geschikt voor 65535 tekens
  • Uniface = 4GL ontwikkelomgeving voor databasetoepassingen; zie http://www.uniface.com
  • Unix = multitasking besturingssysteem; zie http://www.unix.org
  • uOps (microOps) = deeltaak in een microprocessor; zie PCM nov 00
  • Update = nieuwe versie van data of een programma; ook: alleen de wijzigingen t.o.v. een vorige versie
  • UPDF = Ultra PDF, formaat voor pdf-albums; zie http://www.ultrapdf.com/; zie ook PDF
  • UPnP = Universal Plug and Play, hulpmiddel voor het herkennen van hardware op netwerken; zie www.wish.nl/netgenerationarticle.php?sid=3968
  • UPS = Uninterruptable Power Supply; noodvoeding met accu's
  • URI = Universal Resource Identifier, voorgestelde vervanger voor URL
  • URL = Universal Resource Locator, internetadres van een web-pagina; zie PC Advisor feb 99
  • URN = Uniform Resource Name, locatie-onafhankelijke URL; zie MSJ maa 00
  • US = Unit Seperator; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • USB = Universal Serial Bus, high speed vervanger voor seriele en parallele poorten; voor printers, scanners, toetsenborden, etc; zie Modem Magazine jun 95; zie ook HCI
  • USB 2.0 = Universal Serial Bus met snelheid tot 480 Mb/s; zie http://www.usb.org/
  • USB 3.0 = Universal Serial Bus met snelheid tot 4,8 Gbps; zie AG jun 08
  • USB OTG = USB "On the Go", nieuwe standaard waarbij randapparaten ook met elkaar gegevens kunnen uitwisselen zonder tussenkomst van een pc; aanvulling op USB 2.0; zie PCM dec 01
  • USB-TV = usb-apparaat dat aangesloten wordt op de tv en video van usb-stick toont op tv; zie PCM mrt 07
  • Usenet = netwerk voor de uitwisseling van nieuwsgroepberichten; zie PCM jul 87
  • User Agent = desktop browsers, multimedia players, text browsers, voice browsers, plug-ins, and other assistive technologies that provide access to Web content; zie http://www.w3.org
  • USI = Universal Serial Interface, standard rs-232-aansluiting
  • USIM = User Service Identity Module, vergelijkbaar met SIM-kaart, maar voor UMTS; zie http://searchnetworking.techtarget.com.au/topics/article.asp?DocID=1174046&NodeID=299304; zie ook SIM, UMTS
  • UTC = Coordinated Universal Time; zie Delphi Help
  • UTF = Unicode Transformation Format; geeft aan hoeveel bits gebruikt worden als opslagformaat, b.v. UTF-7, UTF-8, UTF-16
  • UTF-16 = tekenset voor XML, volgens UCS standaard; zie MSDN mei 00; zie ook UCS
  • UTF-8 = UCS Transformation Format, tekenset gebruikt voor o.a. XML, volgens UCS standaard; ascii-compatible en unicode-compatible; zie MSDN mei 00; zie ook UCS
  • UTP = Unshielded Twisted Pair; onafgeschermde netwerkkabel; zie PC+ mrt 94
  • UTP Category 1 Cable = UTP-kabel, alleen geschikt voor telefonie, niet voor data; zie http://www.cisco.com
  • UTP Category 2 Cable = UTP-kabel, voor data tot 4 Mbps; zie http://www.cisco.com
  • UTP Category 3 Cable = UTP-kabel, voor data tot 10 Mbps; zie http://www.cisco.com
  • UTP Category 5 Cable = UTP-kabel, voor data tot 100 Mbps; zie http://www.cisco.com
  • UUCP = Unix-Unix CoPy, transportlaag voor Usenetberichten; zie PCM jul 87
  • UUEncode = Unix-to-Unix Encode, programma om binaire bestanden (8 bits) te verzenden via email (7 bits)
  • UUSI = User-to-User signalling; (telecom) versturen van korte boodschappen; zie http://www.isdn-benelux.nl/
  • UVD = Universal Video Decoder; techniek van AMD voor weergaven video door gpu (ipv cpu); zie PCM jan 08; zie ook PV
  • UWB = Ultra Wide Band, draadloze technologie die gebruik maakt van verschillende frequentiebanden; werkt met zwakke signaalpulsen in 3.1 - 10.6 GHz (VS) of 6 en 8,5 GHz (Europa) spectrum; zie PCM mrt 06; zie ook wusb
  • UXGA = Ultra-XGA; videostandaard voor resolutie 1600x1200 (133 ppi)
  • V.110 = omzetten van V.24 (max 65kbs) naar 64kbs; zie Telecommag okt 94
  • V.120 = protocol voor bestandsuitwisseling via ISDN (64 kbs)
  • V.25 = X.21, telecommunicatiestandaard voor call setup procedures; zie Telecommag okt 94
  • V.32 = standaard voor uitwisseling van gegevens met een modem met snelheid 9600 bps
  • V.32bis = standaard voor uitwisseling van gegevens met een modem met snelheid 14k4 bps
  • V.34 = standaard voor uitwisseling van gegevens met een modem met snelheid 28k8 bps
  • V.42bis = standaard voor compressie van datacommunicatie
  • V.92 = modemstandaard met Quick Connect en Modem-on-Hold mogelijkheden; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-601-record_id-52778-src_id-398,00.html
  • V.fast = verouderde afspraak voor uitwisseling van gegevens met een modem met snelheid 28k8 bps
  • V-Groove = productietechniek van IBM voor het toepassen van 0,01 micron afstand op een chip; zie PCM okt 00
  • V-Table binding = Virtual Function Table Binding, ook genoemd Early Binding, programmeertechniek waarbij een programma functies uit een externe library gebruikt en al weet waar de functies zich bevinden (i.t.t. late binding)
  • V1 TAG = id3 tag aan het begin van een mp3-bestand; zie http://www.id3.org; zie ook id3
  • V2 TAG = id3 tag aan het eind van een mp3-bestand; zie http://www.id3.org; zie ook id3
  • VADSL = Very high speed ADSL; zie VDSL
  • VAIO = Video Audio Integrated Operation, term van Sony voor multimedia; zie PC Plus okt 99
  • VAP = Value Added Process, toepassing voor Novell NetWare 2
  • VAR = Value Added Reseller
  • VARRAY = Variable Array, (in programma's) array met variabele lengte
  • VAX = Virtual Address eXtension, computersysteem van DEC; zie http://www.openvms.compaq.com
  • VB = Visual Basic, programmeertaal van Microsoft; zie http://www.microsoft.com
  • VBE = extensie voor Encrypted Visual Basic Script
  • VBR = Variable Bit Rate, techniek bij encoderen van audiobestanden; zie http://www.nero.com/; zie ook CBR
  • VBS = extensie voor Visual Basic Script
  • VC = Virtual Circuit, bij ATM; zie http://www.faqs.org/
  • VC-1 = Video Codec; standaard voor video compressie; zie http://en.wikipedia.org/wiki/VC-1; zie ook WMV3, WMVA, WVC1
  • VCI = Virtual channel identifier, veld bij ATM; zie http://www.protocols.com/pbook/atm.htm; zie ook ATM
  • VCL = Visual Component Library, class library (verzameling componenten) van Borland voor de ontwikkeling van Windows applicaties; zie http://www.borland.com
  • VCO = Voltage Controlled Oscillator; oscillator waarbij de frequentie spanningsgestuurd wordt
  • VCPI = Virtual Control Program Interface; zie PCM nov 90
  • VCRAM = Virtual Channel RAM, snelle variant van SDRAM van NEC; zie PC Pro dec 99
  • VDP = Variable Data Printing; waarbij elke afdruk aangepaste data bevat, zoals bij mailmerge; zie http://www.adobe.com/
  • VDSL = Very high data rate Digital Subscriber Line, modem for twisted-pair access operating at data rates from 12.9 to 52.8 Mbps; bereik ca 300 m; zie http://www.adsl.com; zie ook ADSL
  • Versit = samenwerking Apple, AT&T, IBM en Siemens voor onderlinge compabiliteit van communicatie- en computerprodukten; zie Elektuur mrt 95
  • Vertex shader = bij grafische kaart: berekent geometrische aspacten zoals hoeken en schaduwen van textures; zie PCM mrt 04
  • Vertical Blanking Interval, Vertical Retrace Time = de tijd die een beeldscherm erover doet om van de laatste lijn onderaan het beeldscherm naar de eerste lijn bovenaan het beeldscherm te gaan
  • VESA = Video Electronics Standard Association, organisatie voor grafische standaarden
  • VFAT = Virtual File Allocation Table; extension of the FAT file system, 32-bit file system that Windows95 uses to manage information stored on disks; supports long filenames; zie http://www.goldenram.com; zie ook FAT
  • VFD = Vacuum Florescent Display
  • VfW = Video for Windows, techniek van Microsoft voor multimediabestanden
  • VGA = Virtual Graphics Array, videokaart voor resolutie 640x480
  • VHDL = Very high-speed integrated-circuit Hardware Description Language; programmeertaal voor programmeerbare logica; zie elektuur jan 97; zie ook www.aw.com, cseng
  • VI = Virtual Interface, object in LabView voor modelling middleware applications; zie PC techniques aug 93
  • Video CD = video op CDROM; eenvoudiger concept dan CD-i; CD-i-spelers kunnen video cd lezen; zie Elektuur mrt 95
  • Viiv = geheel van technologieën en technieken van Intel voor entertainment; zie PCM feb 06
  • VIM = Vendor Independent Messaging , mail protocol van Lotus cc:mail
  • Virtualization = the concept of centralizing and sharing storage resources among many application servers; zie http://www.hp.com/; zie ook Virtualization
  • Virus = kwaadbedoelend programma dat meelift met een ander programma
  • VLAN = Virtual Local Area Network; deel van netwerk waarbinnen gebruikers kunnen communiceren; doch geen koppeling met andere VLAN in zelfde netwerk; elke VLAN moet eigen fileserver hebben; zie PCM okt 96
  • VLB = Vesa Local Bus, systeembus, sneller dan ISA, langzamer dan PCI
  • VLIW = Very Long Instruction Word; zie http://www.transmeta.com
  • VLM = Virtual Loadable Module; programma voor Novell Netware
  • VLS = Virtual Library System; zie MacWorld aug 04
  • VLSI = Very Large Scale Integration, aanduiding voor een chip met complexe schakelingen
  • VM = Virtual memory = beschikbare hoeveelheid geheugen bestaande uit een deel RAM en een deel gealloceerd op harddisk
  • VML = Vector Markup Language, XML voor het beschrijven van afbeeldingen; zie PCM nov 06; http://www.w3.org/
  • VMos/MU = besturingssysteem ?
  • VMS = Virtual Memory System, besturingssysteem van DEC (nu Compaq); zie http://www.openvms.compaq.com
  • VMT = Virtual Method Table, tabel in een object met adressen van virtual methods; zie Delphi Help
  • VNC = Virtual Network Computing, standaard voor beheer computers op afstand, computeronafhankelijk, werkt met TCP/IP; zie MacFan sep 00
  • VNet = netwerk van IBM, bestaat uit PVM en RSCS; zie PCM jul 87
  • VOB = Video Object Container, formaat voor opslag video-fragmenten; zie PCM nov 05
  • VoD = Video on Demand, videofilms, documtaires, journaal bekijken op elk gewenst moment
  • VoDSL = Voice over DSL, telefoneren via breedband internet; zie http://www.apc.com/; zie ook VoIP
  • VoIP = Voice over IP, telefoon via internet protocol; zie PCM okt 99; zie ook SIP, RTP
  • VPD = Vital Products Data, a way to describe information about the PCI device such as manufacturer, serial number, and warranty information; zie http://www.pcisig.com
  • VPI = Virtual Path Identifier, veld bij ATM, lengte is 8 bits bij UNI, 12 bits bij NNI; zie ook ATM
  • VPN = Virtual Private Network; bedrijfsnetwerk via internet; KLIK zie Windows Sources apr 98, PCM sep 99
  • VQF = compressieformaat voor audio; beter dan MP3, minder dan OGG; werkt met vektoren; zie http://www.vqf.com
  • VR = Virtual Reality; denkbeeldige werkelijkheid; zie pcm okt 95
  • VRAM = Video Random Access Memory, speciale uitvoering van DRAM waarbij tegelijkertijd de CPU data kan schrijven en de CRT controller data kan lezen, daardoor sneller dan DRAM; zie http://www.goldenram.com; zie ook RAM
  • VRML = Virtual Reality Modeling Language; uitwisselingstaal voor het bekijken van 3D-omgevingen op het WWW
  • VS = Visual Studio, ontwikkelsysteem van Microsoft
  • VSA = Voodoo Scalable Architecture, techniek om meerdere Voodoo grafische chips parallel te schakelen; zie PCM sep 00
  • Vsnap = Virtual snapshot; ruimtebesparende kopie van een harddisk of volume; zie http://www.hp.com/
  • VSO = Variable Speed Operation, techniek waarbij de leessnelheid zich aanpast aan de doorvoersnelheid van de data; zie Pc Pro mrt 03
  • VT = Virtualisatietechniek van Intel; maakt het mogelijk meerdere besturingssystemen op meer virtuele processors in één fysiek systeem te draaien; zie PCM dec 07; zie ook A, V
  • VTBL = Virtual Function Table, also called v-table, bij .Net: contains userdefined methods; zie .Net documentatie
  • VUP = Version UPgrade; software upgrade; zie Pc pro okt 02; zie ook PUP, CUP
  • VxD = Virtual Device Driver, speciale device driver van Windows; zie DDJ dec 93
  • VXML = Voice eXtensible Markup Language, alternatief voor WML; zie PCM jun 99
  • W-CDMA = Wideband CDMA, snelheid tot 384 Kbps over mobiele telefoon; zie http://news.excite.com/news/ap/000801/10/playstation-wireless-phones; zie ook CDMA
  • W3 = WWW; zie ook WWW
  • W3C = Consortium voor WWW-standaarden ; zie http://w3c.org
  • WAAS = Wide Area Augmenttaion System, systeem gebruikt in de VS dat werkt met grondstations die onnauwkeurigheden in een gps-signaal compenseren; zie PCM feb 04; zie ook gps
  • WAI = Web Accessibility Initiative, initiatief voor het gebruik van internettoepassingen voor gehandicapten; zie http://www.w3.org/WAI
  • Wais = zoeksysteem op internet, zoekt trefwoorden; zie emnet 1 94
  • Waitstates = wachtcycli in de klokfrequentie om processoropdrachten in de pas te laten lopen met het geheugenbeheer
  • WAM = Web-Based ASAM Manager; zie www.alcatel.com
  • WAN = Wide Area network; wereld- of regio-omspannend computernetwerk; vaak een aaneenschakeling van LANs; zie PCM jul 87
  • WAP = Wireless Application Protocol, norm voor mobiele datacommunicatie met internet, werkt op basis van WML; zie PCM jun 99
  • Warchalking = het op straat aanbrengen van een symbool op een plaats waar toegang tot een draadloos netwerk mogelijk is; zie PCM dec 02
  • Wardialing = het inzetten van de computer met modem om hele reeksen telefonummers te kiezen, op zoek naar een modem voor vrije toegang tot een netwerk; zie PCM dec 02
  • Wardriving, warpedaling, warcycling, warwalking, wireless spoofing = rondrijden met laptop en draadloze netwerkkaart om draadloze netwerken te zoeken; zie PCM dec 02
  • Warspamming = het misbruik maken van de internetverbinding op openbare of slecht beveiligde draadloze netwerken door spam te versturen; zie PCM dec 02
  • WAS = WebSphere Application Server; middleware software van IBM voor e-business applicaties; zie http://www.ibm.com
  • WAV = extensie voor Windows Wavetable sound
  • Wavelan = draadloos netwerksysteem van NCR; zie PC+ sep 92
  • Wavelet = techniek om beeldinformatie op te slaan en opvraagbaar te maken; zie PCM dec 00
  • WBEM = Web Based Enterprise Management, standaard voor beheer enterprise systems en devices; zie MSDN mei 00
  • WBL = Web-Based Learning
  • WBM = Web-Based Management.
  • WCAG = Web Content Accessibility Guidelines, aanwijzingen voor het gebruik van internetpagina's t.b.v. gehandicapten; zie http://www.w3.org/WAI; zie ook WAI
  • WCCP = Web Cache Communications Protocol; zie Pc Pro mrt 03
  • WCDMA, W-CDMA = Wideband Code Division Multiple Access, radio-interface voor UMTS; maakt gebruik van FDD; zie PCM jun 99; zie ook CDMA, TD-SCDMA
  • WCF = Windows Communication Foundation; messaging-deelsysteem van WinFX; grofweg de API voor internetdiensten; zie PCM dec 05
  • WCP = World Cordinate Plane, virtueel beeldscherm waarbij de pixels van het beeldscherm een deelvlak zijn van het virtuele beeldscherm, in tegenstelling tot ACP; zie PC Techniques jun 93.
  • WDAP = Web Proxy Auto-Discovery Protocol
  • WDM = Wavelength Division Multiplexing, techniek waarbij lichtsignalen van verschillende golflengtes op een glasvezel worden gecombineerd; op een vezel 8x meer informatie; zie Network News jun 97
  • WDM = Windows Driver Model, specificatie voor drivers in Windows 2000; zie PC Plus jul 00
  • WDS = Wireless Distribution System; techniek van Apple om van meer basisstations gebruik te maken in een draadloos netwerk; zie MacWorld jul 03
  • Web = World Wide Web, de HTTP-bestanden op internet; zie WWW
  • Web crawler = same as robot
  • Web Fonts = a CSS 3 module that allows to download a specified font file along with a Web site and then make use of it on that Web site, so it doesn't need to be installed on the site visitor's computers
  • Web Scraping = term voor het analyseren en filteren van data van web pagina's; zie DDJ jun 03
  • WebAnt = distributed cooperating robot
  • WebCGM = profile voor de toepassing van CGM op het web; zie http://www.w3.org/Graphics/WebCGM
  • WebDAV = Web-based Distributed Authoring and Versioning, protocol voor groepswerk aan een website; geavanceerder dan FTP; zie PCM dec 00
  • Weblog = a web page made up of usually short, frequently updated posts that are arranged chronologically; zie http://www.blogger.com/
  • WebM = bestandformaat voor webvideo; ontwikkeld door Google; wordt gebruikt in HTML5; gebaseerd op Matroska; zie http://www.google.com; http://www.webmproject.org/
  • Webmail = Email lezen en versturen via webbrowser
  • WebObjects = enterprise ontwikkelplatform van Apple voor internetapplicaties; zie PCM jul 00
  • webOs = besturingssysteem van Palm voor smartphones; zie AG jan 09
  • Website = verzameling bij elkaar horende pagina's op internet
  • WEC = Web Extender Client; Microsoft FrontPage protocol that is used for Web publishing; zie http://support.microsoft.com/
  • WEP = Wired Equivalent Privacy, data encryption, defined by the 802.11 standard to prevent access to the network by "intruders" using similar wireless LAN equipment and capture of wireless LAN traffic through eavesdropping; niet waterdicht volgens Airsnort; zie http://www.wi-fi.com/glossary.asp; PC Pro dec 01; zie ook WPA
  • WFP = Windows File Protection, techniek van Microsoft waarbij een achtergrondtaak permanent controleert of een beveiligde map wordt geprobeerd te wijzigen; zie PC Pro dec 99
  • WfW = Windows for Workgroups, multi-userversie van Windows 3.1
  • Whois = service op internet om de eigenaar van een site te achterhalen
  • WHS = Windows Home Server; zie PCM jul 08
  • Wi-Fi, WiFi = Wireless Fidelity, standaard voor uitwisseling gegevens met IEEE 802.11b High Rate WLAN equipment , 10 x sneller dan BlueTooth, bereik 100 m; zie http://www.wi-fi.com/, pcm oct 01
  • Wi-Fi5, WiFi5 = IEEE 802.11a, zo genoemd omdat IEEE 802.11a in de 5 GHz band opereert, ter onderscheid van Wi-Fi die in de 2,5 GHz band opereert; zie http://www.wi-fi.org; zie ookIEEE, 802.11a
  • WIA = Windows Image Acquisition, Microsofts versie van TWAIN; zie PC Plus jul 00
  • Widget = schakeling die digitale camera aanpast zodat FireWire-uitgang ook als ingang kan worden gebruikt; zie MacFan jul 00
  • Wildcard = Jokerteken, symbool dat een nog onbekend teken vervangt in een zoekopdracht
  • WIM = Windows Imaging Format; zie AG mrt 07
  • WiMAX = standaard voor draadloze netwerken, 802.16; delivers two-way wireless access at a range of up to 30 miles; max 70 Mbit/s; freq 2,6 GHz en 3,5 GHz; zie PCWorld mei 04; zie ook802.16, LTE
  • WinCE, Windows CE = besturingssysteem van Microsoft voor kleine computers, vervangen door Windows Inside; zie PC Pro apr 00
  • Windows = besturingssysteem van Microsoft, versies Windows 3.0, Windows 3.1, Windows 3.10, Windows 3.11, Windows 95 sr1, Windows 95 sr2, Windows 95 sr3, Windows 98, Windows 98 SE, WinNT, Win2k, WindowsME
  • Windows 2000, Win2k = besturingssysteem van Microsoft, opvolger van NT
  • Windows Azure = versie van Windows Server voor cloud computing; zie AG nov 09
  • Windows DNA = Windows Distributed interNet Architecture, combinatie van softwareproducten en technologieën van Microsoft voor internet toepassingen; zie http://www.microsoft.com/dna/
  • Windows Embedded = besturingssysteem voor in kleine apparaten, op basis van Windows XP; zie http://www.pcmweb.nl/artikel.jsp?id=2307490
  • Windows Inside = besturingssysteem van Microsoft voor kleine computers, voorheen CE; zie PC Pro apr 00
  • Windows MCE = Media Center Edition; versie van Microsoft Windows voor eenvoudiger beheren en tonen van foto's, video's etc; vereist MCE-compatibele hardware; zie PCM nov 04
  • Windows ME = Windows Millenium Edition, besturingsysteem van Microsoft, opvolger van Window 98
  • Windows Mill = besturingssysteem van Microsoft, ook Windows ME, opvolger van Windows 98; zie PC Plus jul 00
  • Windows NT = Windows New Technology, besturingssysteem van Microsoft, vervangen door Windows 2000
  • Windows Vista = besturingssysteem van Microsoft, opvolger XP; zie PCM sep 05
  • Windows XP = Windows Experience, opvolger van Windows 2000, versie XP Home en XP Professional; zie http://www.microsoft.com
  • WinFS = Windows Future Storage, bestandssysteem van Windows XP 2005 (Longhorn), opvolger van NTFS; zie PCM aug 03
  • WinFX = programmeermodelvoor .Net framework; zie http://www.microsoft.com
  • WinISDN = API om PPP over een ISDN-kaart te gebruiken
  • WinPE = Windows Preinstallation Environment; zie PCM dec 03
  • WINS = Windows Internet Naming Service, server die machine-namen op een LAN vertaalt naar IP-adressen; vergelijkbaar met DNS-server; zie http://www.microsoft.com
  • Winsock = programma dat er voor zorgt dat Windows kan communiceren met internet; zie PC Advisor feb 99
  • Wirespeed = aanduiding bij gigabit netwerk dat gigibit snelheid altijd beschikbaar is, zelfs als het netwerk druk is; zie PCM nov 03; zie ook gigabit
  • WISH = Wireless Intelligent Stream Handling, technology om bepaalde toepassingen voorrang te geven; zie http://www.dlink.nl
  • WISP = Wireless Internet Service Provider; zie http://www.wi-fi.org; zie ook ISP
  • WLL = Wireless Local Loop, connects potential users to the company's central office by substituting a wireless base station for the local-loop connection; zie http://www.arraycomm.com/glossary.html
  • WMA = Windows Media Audio; codec van Microsoft voor audio; bestandsgrootte de helft van MP3, betere kwaliteit dan MP3; met kopieerbescherming; zie PC Plus jul 00
  • WMDM = Windows Media Device Manager; API van Microsoft voor drivers voor externe apparaten; zie http://www.microsoft.com
  • WMF = Windows Meta-file Format; vektorgeorienteerd formaat van Windows; zie PCM nov 95
  • WMF = Windows Media Format, bestandsformaat voor audio en video, inclusief compressie en versleuteling; zie PCM apr 00
  • WMI = Windows Management Instrumentation, techniek voor beheer programmatuur op een netwerk; zie MSDN mei 00; zie ook WBEM
  • WML = Wireless Markup Language, een soort java-script speciaal voor draadloze toepassingen; zie PCM jun 99; zie ook WAP
  • WMM = Windows Movie Maker; zie PC Plus jul 00
  • WMP = Windows Media Player; zie PC Plus jul 00
  • WMV = Windows Media Video, formaat van Microsoft voor compressie van video; zie PCM dec 01
  • WMV3 = Windows Media Video; video codec implementatie van Microsoft; implementeert simple and main profiles van VC-1; zie http://en.wikipedia.org/wiki/VC-1; zie ook VC, 1
  • WMVA = Windows Media Video Advanced; video codec implementatie van Microsoft; voorloper van VC-1; zie http://en.wikipedia.org/wiki/VC-1; zie ook VC, 1
  • WOFF = Web Open Font Format; repackaging of OpenType or TrueType font data, maar gecomprimeerd; zie http://hacks.mozilla.org/2009/10/woff/
  • WOL = Wake On LAN, voorziening op moederbord om computer te starten bij netwerkactiviteit
  • WordML = Microsoft Word2003 file format; xml; zie http://www.microsoft.com/office/xml/
  • WORM = Write Once Read Many, schijf die eenmalig beschreven kan worden maar wel meer keer gelezen, b.v. CD-R; zie PCM mei 87
  • Worm = same as robot, although technically a worm is a replicating program, unlike a robot
  • WOSA = Windows Open Service Architecture; maar op andere sites genoemd: Microsoft Windows Open Standards Architecture
  • WOW = Windows On Windows, emulatie oudere versie op nieuwer platform; WOW64 emuleert 32-bits applicaties voor XP 64; zie http://www.microsoft.com/
  • WPA = WiFi Protected Access, beveiliging voor draadloze netwerken, opvolger van WEP, maakt gebruik van TKIP, MIC, EAP, PSK; zie PC Pro jan 03; zie ook WEP, WPA2
  • WPA2 = Wireless Protected Access 2 (802.11i), beveiligingsprotocol voor draadloze netwerken; heeft dezelfde basisstructuur als WPA maar verlaat zich qua encryptie op AES ; zie http://www.computerwoorden.nl/; zie ook WPA
  • Wpan = Wireless Personal Area Network; om een reeks producten rond een persoon met elkaar te verbinden, bv bluetooth; zie PCM aug 03
  • WPF = Windows Presentation Foundation; presentatielaag in Windows Vista, maakt gebruik van XAML; WPF/E, Windows Presentation Foundation Everywhere, is toepassing voor RIA; zie http://www.microsoft.com
  • WPG = vektorgeorienteerd formaat van WordPerfect; zie pcm nov 95
  • WPKI = Wireless Public Key Infrastructure, levert digitale certificaten (digitale handtekening) voor GPRS; zie www.wish.nl/wish/0,1046,site_id-44-menu_id-598-record_id-53271-src_id-385,00.html; zie ook S, WIM
  • WPS = Wifi Protected Setup; standaard om eenvoudig apparaten op te nemen in een beveiligd netwerk; zie PCM jun 08
  • wqxga = beeldschermresolutie van 2560 x 1600 pixels; zie PCM mrt 06
  • WRAM = Window RAM, videogeheugen met grotere bandbreedte dan VRAM; zie ook VRAM
  • Wrapper = programmatuur die een standaard programma of module omvat met de bedoeliung die voor eigen gebruik aan te passen; zie PC techniques jun 92
  • WSA = WinSocket API, API voor Windows Sockets function; ook genoemd WinSock 2
  • WSDL = Web Services Description Language, an XML dialect for describing Web Services that is supported by the Beta 2 releases of SOAP; zie http://msdn.microsoft.com/xml/general/wsdl.asp; http://www.w3.org/TR/wsdl; zie ook SOAP
  • WSH = Windows Script Host, script shell van Windows 2000; zie MSJ maa 00
  • WSS = Windows Storage Server, besturingssysteem om NAS aan te sturen; zie http://www.microsoft.nl; zie ook NAS
  • WSXGA = Wide Screen XGA; zie ook XGA
  • WTL = Windows Template Library
  • WUSB = Wireless USB; techniek van Intel; werkt met UWB; snelheid tot 480 Mbit/s; zie PCM nov 04; zie ook UWB
  • WVC1 = Windows VC-1; video codec implementatie van Microsoft; implementeert VC-1; zie http://en.wikipedia.org/wiki/VC-1; zie ook VC, 1
  • WVDDM = Windows Vista Display Driver Model; specificatie voor drivers in Vista; zie PCM apr 06
  • WWAN = Wireless Wide Area Network; WLAN-technologie voor mobiele telefoon, zoals Wimax, UMTS, GPRS; zie AG jun 09; zie ook WAN, WLAN, Wimax
  • WWW = World Wide Web, formaat met tekst, hyperlinks, afbeeldingen, geluid, video, invulformulier etc voor internet; maakt gebruik van HTTP; zie emnet 1 94
  • WYSIWYG (spreek uit whizzy-wig) = What You See Is What You Get, term die een visuele interface aanduid (zoals MacOS en Windows), t.o.v. een tekstgeoriënteerde (zoals DOS)
  • X.21 = telecommunicatiestandaard voor call setup procedures; zie Telecommag okt 94
  • X.25 = communicatieprotocol van CCITT voor packet-switched netwerk
  • X.30 = telecommunicatiestandaard voor omzetten van X.21 (max 9600bps) naar 64kbs; zie Telecommag okt 94
  • X.31 = standaard voor pakketgeschakelde diensten; zie Telecommag okt 94
  • X.400 = standaard van Open Systems Interconnection (OSI) voor de adressering en codering van elektronische berichten
  • X.500 = standaard voor structuur en werking directory service; zie AG jun 09
  • X-Fi = techniek van Creative om geluid van mp3-audio te verbeteren; zie PCM okt 07
  • X11 = XWindows System version 11, grafische schil voor Unix
  • X2-processor = dual-core processor, 2 processoren in één behuizing; zie http://www.amd.com/
  • x64 = aanduiding voor computer met 64-bits-architectuur, in vergelijking met x86 (32-bits); zie http://www.microsoft.com; zie ook x86
  • x86 = aanduiding voor computer met Intel i86-architectuur, 32-bits, in vergelijking met x64; zie http://www.intel.com; zie ook x64
  • XACML = eXtensible Access Control Markup Language; specification for expressing policies for information access over the Internet; zie http://www.zvon.org/; zie ook SAML
  • XAML = Extensible Application Markup Language; XML met o.a. multimedia-instructies; wordt o.a. gebruikt in WPF; zie http://www.xaml.net/
  • Xanadu = a project for managing documents, where a document can be build of parts of other documents (like hyperlinks) and all versions of a document are saved (snapshots); zie DDJ apr 91
  • XBL = eXtensible Bindings Language; markup language that defines special new elements, or "bindings" for XUL widgets; zie http://www.mozilla.org/; zie ook XUL
  • Xbox = spelletjescomputer van Microsoft, gebaseerd op Windows 2000; zie http://www.xbox365.com/
  • XCMD = eXtended Command, plug-in voor HyperCard; zie MacTech jul 93
  • XD = xD-Picture card; geheugenkaart van Fuji voor digitale camera's e.d.; 20 x 25 mm; zie PCM okt 02; zie ook CF-Card
  • XDB = Execute Disable Bit; scheidt de geheugenruimtes voor opslag en instructies van elkaar, zodat kwaadwillende hackers niet via een buffer overflow het systeem kunnen overnemen; zie PCM dec 07; zie ook NX
  • XDK = Xbox Developer Kit
  • XDR = XML-Data Reduced, reduced set of XML Schema; zie MSDN mei 00, http://msdn.microsoft.com/xml
  • XDR = External Data Representation; protocol voor beschrijven van data voor uitwisseling tussen verschillende computersystemen; verouderd
  • xDSL = verzamelnaam voor ADSL, BDSL, RADSL, UDSL, SDSL, VDSL; zie http://www.adsl.com
  • Xenix = besturingssysteem van Micorsoft, uitgeklede versie van Unix
  • XFlat = XML language for defining flat file schemas; used to convert from xml files to flat files that can be imported into regular databases; zie http://www.unidex.com/
  • XFN = XHTML Friends Network; a simple way to represent human relationships using hyperlinks by adding a 'rel' attribute to their tags; zie http://gmpg.org
  • XForms = W3C's name for a specification of Web forms; separates purpose from presentation ; opvolger van XHTML Forms; zie http://www.w3.org/MarkUp/Forms/
  • XFS = X Font Server, programmatuur voor XWindows om True Type lettertypen te tonen; zie PCM okt 00
  • XGA = eXtended Graphics Adapter, videostandaard voor resolutie 1024x768; zie ook VGA
  • XHTML = eXtensible HTML, uitbreiding op HTML 4, gebaseerd op XML; zie http://www.w3.org
  • XIN = Xerox InterNet, netwerk van Xerox, bestaande uit RIN en CIN; zie PCM jul 87
  • XInclude = XML Inclusions; generic mechanism for merging XML documents ; zie http://www.zvon.org/
  • XKMS = XML Key Management ; protocol that allows a simple client to obtain key information (values, certificates, management or trust data) from a web service; zie http://www.w3.org/
  • XLink = defines the standard mechanism for using XPointer expressions to create links between document instances or document elements, voorheen XLL; zie MSDN mei 00; zie ook XPath
  • XLL = Extensible Linking Language, vervangen door XLink en XPointer; zie http://www.oasis-open.org/cover/xll.html; zie ook XLink
  • XMDF = Xhtml Meta Data Profiles; format for defining HTML meta data profiles easy to read and write by both humans and machines; XHTML-based ; zie http://microformats.org/
  • XMI = XML Metadata Interchange; zie http://www.zvon.org/
  • XML = eXtensible Markup Language, standaard voor documentuitwisseling, subset van SGML, vergelijkbaar met HTML maar tags (elementen) kunnen zelf gedefinieerd worden; zie htttp://www.w3.org; zie ook XSL
  • XML Infoset = XML Information Set, standard that specifies the informational content resulting from an XML document processed by a validating parser; zie http://www.w3c.org/
  • XML Schema = technology to define XML structures and data types; zie ook XML
  • XML-RPC = XML-based Remote Procedure Call, standaard voor het verbinden van clients met servers via internet; zie MSDN mei 00; zie ook RPC
  • Xmlns = XML namespace; zie MSDN mei 00
  • XMP = eXtensible Metadata Platform; formaat van Adobe voor metadata; zie MacWorld nov 04
  • XMP = Extreme Memory Profile, extensie voor DDR3 SDRAM voor Ôhigher-performance memory timings'; zie ook EPP
  • XMPP = Extensible Messaging and Presence Protocol; technology for real-time communication, including instant messaging, presence, media negotiation, whiteboarding, collaboration, lightweight middleware, content syndication, and generalized XML routing; zie http://www.xmpp.org/
  • XMS = eXtended Memory System; zie PCM mei 92
  • XNS = Xerox Network Standard, netwerk van Xerox; zie Byte jul 89
  • XNS = eXtensible Name Service; protocol voor het op gestandaardiseerde wijze uitwisselen en synchroniseren van informatie waarbij waarborgen voor onder meer privacy zijn ingebouwd; zie AG jun 09
  • XO-Laptop = PC voor kinderen van het OLPC-project; ook genoemd $100-laptop; gebaseerd op Geode-processor, Sugar-besturingssysteem (Linux variant); gewicht 1,5 kg, accuduur 22 uur; zie PCM jul 08
  • XOT = X.25 over TCP ; zie http://rfc1613.x42.com/
  • XOXO = Extensible Open XHTML Outlines; format for outlines; written in standard XHTML ; zie http://microformats.org/
  • XP = Cross-Platform
  • XP = eXtreme Programming, methode voor incrementele, iteratieve en interactieve systeemontwikkeling; zie AG nov 02; zie ook RAD
  • XPath = language for addressing parts of an XML document, designed to be used by both XSLT and XPointer; voorheen XSL Patterns; basis van XPointer en XLink; zie MSDN mei 00, http://www.w3.org/TR/xpath; zie ook XLink
  • XPCOM = Cross Platform Component Object Model, gebruikt in XUL; zie http://www.mozilla.org/; zie ook XUL, XPIDL
  • XPConnect = Croos Platform Connect; technology which enables simple interoperation between XPCOM and JavaScript; zie http://www.mozilla.org/; zie ook XPCOM
  • XPH = Windows XP Home; zie ook Windows, XP
  • XPIDL = Interface Description Language used to specify XPCOM; zie https://developer.mozilla.org/en/XPIDL; zie ook XPCOM
  • XPInstall = Cross Platform Install facility, provides a standard way of packaging XUL application components for Mozilla; zie http://www.mozilla.org/; zie ook XUL
  • XPM = XP Mode; mogelijkheid om in Windows 7 dmv virtualisatie Windows XP te draaien; zie Computable mei 09; http://www.microsoft.com
  • XPointer = XML Pointer Language; language for document addressing in XML documents, extens XPath for use in URI fragment identifiers; zie MSDN mei 00, http://www.w3.org/TR/xptr; zie ook XPath
  • XPP = Windows XP Professional; zie ook Windows, XP
  • XProc = XML Pipeline language used to control and organize the flow of documents; zie http://www.w3.org/
  • XPS = XML Paper Specification; general-purpose document format; made available by Microsoft ; zie MSDN jan 06
  • XQJ = XQuery API for Java
  • XQL = XML Query Language, standaard voor het extraheren van data uit XML-documenten; zie http://www.w3.org
  • XQuery = XML Query; standard for querying web documents; opvolger XPath; zie http://www.w3.org/XML/Query; zie ook XPath
  • XRCD = eXtended Resolution cd, verbeterde masteringtechniek van JVC voor audio cd's, maakt gebruik van bestaande cd-formaat; zie http://www.xrcd.com/
  • XRE = XUL Runtime Environment; zie http://www.mozilla.org/; zie ook XUL
  • XScale = microarchitectuur van Intel voor internet devices; zie http://developer.intel.com/design/intelxscale/index.htm
  • XSD = extensie voor XML Schema; zie ook XML, Schema
  • XSL = eXtensible Style Language, XML extensie voor het gebruik van stijlen; met XSL wordt het uiterlijk van een XML-document bepaald; zie http://www.w3.org.; zie ook XML
  • XSL = extensie voor bestanden om SQL Select statements uit te voeren via XML; zie MSJ maa 00
  • XSLFO / XSL/FO = XSL Formatting Objects; zie Pc Pro mrt 01; zie ook XSL
  • XSLT = XSL Transformations, language for describing transformations, makes it possible to transform an XML document into any other text-based document (XML, HTML, comma-seperated); zie MSDN mei 00, http://www.w3.org/TR/xslt; zie ook XML
  • XSLTXT = XSLT maar dan met Python-style indenting to express the nesting structure of statements; zie http://savannah.nongnu.org/projects/xsltxt
  • XSP = eXtensible Server Pages, programmeertaal van Apache Cocoon; zie http://cocoon.apache.org/
  • XSS = Cross-Site Scripting; techniek om met javascript data van de ene site te gebruiken in een andere; wordt doorgaans toegepast door hackers
  • XT = eXtended Technology, benaming van IBM voor PC met 8086-processor
  • XUL = Extensible User Interface Language, XML-based language for describing the contents of windows and dialogs; zie http://www.oasis-open.org/cover/xul.html
  • XUL = XML User Interface Language; programmeertaal voor venster-georiënteerde toepassingen; zie http://www.mozilla.org/
  • XviD = Codec voor digitale video, open source, kwaliteit vergelijkbaar met divx 5; zie http://www.xvid.org/; zie ook divx
  • XWindows = grafische schil rond Unix, bestaat uit X-server en X-client; zie PC+ nov 92
  • Y2k = Year 2000, doorgaans genoemd in combinatie met computerproblemen bij de overgang van 1999 naar 2000
  • YAML = Yet Another Markup Language; straightforward machine parsable data serialization format designed for human readability and interaction with scripting languages; zie http://yaml.org/
  • Yellow Book = CDROM; zie PC+ okt 93
  • yEnc = codeertechniek voor binaire bestanden voor nieuwsgroepen; zie PCM sep 02
  • Yotta = 1024 Zetta
  • Z-buffering = tracks the vertices of polygons used to draw objects to make sure the ones in front are the ones drawn; zie PC Plus okt 99
  • Z-Wave = communicatie-protocol voor huishoudelektronica; zie PC Magazine nov 05
  • ZBAC = AuthoriZation-Based Access Control, variant op RBAC; zie AG okt 09; zie ook RBAC
  • ZBD = Zenithal Bistable Displays; nieuw type LCD-scherm, beter beeld, kan beeld vasthouden zonder stroom; zie PC Plus mei 03, http://www.zbddisplays.com
  • Zetta = 1024 Exa
  • ZFS = Zettabyte File System, 128-bit bestandssysteem, gebruikt in Solaris van Sun; zie http://nl.wikipedia.org/
  • ZIF socket = Zero Insertion Force socket, connector waarmee processor eenvoudig vervangen kan worden
  • Zigbee = technologie voor draadloze communicatie tussen huishoudelektronica; zie PC Magazine nov 05
  • ZIP = bestandsformaat voor gecomprimeerde bestanden
  • ZIP-disk, ZIP-drive = verwisselbare harddisk van Iomega met capaciteit van 100 of 250 MB; zie http://www.iomega.com
  • ZML = a text format that combines Wiki-style formatting with an alternative syntax for XML inspired by SLiP; like the Wiki and SLiP formats its goal is to be a human-friendly markup language: simple, clear, and concise; zie http://www.liminalzone.org/ZML; zie ook SLiP
  • Zoekmachine = database op internet met de gegevens van vele websites waarin gezocht kan worden, b.v. www.ilse.nl, www.vindex.nl, www.altavista.com, www.yahoo.com
  • Zoekrobot = programma dat websites bezoekt en de gegevens erover opslaat in een database t.b.v. een zoekmachine
  • ZWJ = Zero Width Joiner; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • ZWNJ = Zero Width Non Joiner; Unicode control code; zie Unicode Standard
 
Was dit artikel bruikbaar? ja / nee
Gerelateerde artikelen Informatica afkortingen
ICT afkortingen
DrayTek Vigor 2120 router
HP Procurve 5120-24G-PoE+ EI Switch
DrayTek Vigor 2132FVn wireless glasvezel router
LanTopoLog
How TO install/Configure APF (Advanced Policy Firewall) Firewall
Linux Error Codes Number on Linux Fedora System
MikroTik RouterBoard 1100AHx2 with 1U rackmount case
MikroTik RouterBoard 1100Hx2 with 1U rackmount case
Artikel details
Artikel ID: 525
Categorie: Hoe werkt dat
Zoekwoorden informatica, ict, afkorting, afkortingen, betekenis, uitleg, computer, pc, laptop, netwerk, lan, wan, kabel, adsl, dsl, telefoon, voip, faq, help, vragen, pc, ip, ambernet, colani, vpn
Datum toegevoegd: 22-Jul-2010 11:42:08
Aantal bekeken: 25274
Beoordeling (Stemmen): Artikel beoordeeld 4.7/5.0 (3203)

 
« Ga terug